ETFs winnen aan populariteit, ook in Europa

De Europese ETF markt zette haar snelle groei verder in 2009.

Ben Johnson 07 maart, 2010 | 22:58
Facebook Twitter LinkedIn

Het vermogen belegd in Europese ETFs steeg in 2009 met 53% tot 160 miljard euro ten opzichte van december 2008. Daarmee steeg het beheerder vermogen over de afgelopen vijf jaar met gemiddeld 46% per jaar. Ook het aanbod steeg flink: in 2009 konden beleggers uit 36% meer beleggingsproducten kiezen waardoor het totale aantal nu gestegen is tot ruim 1.000 verschillende ETFs. Het aantal producten zal volgens ons verder stijgen over de komende jaren aangezien de verschillende partijen die ETFs aanbieden met steeds specifiekere producten op de markt komen die in nieuwe activa of een nieuwe index beleggen.

Die verdere groei zal ondersteund worden door enkele belangrijke stimuli. Stapje voor stapje passen wetgevers in verschillende landen de regels aan zodat ETF aanbieders gemakkelijker kunnen toetreden tot nieuwe markten. Verder nemen de belangrijkste beurzen vergaande initiatieven om de transparantie te verbeteren, wat uiteindelijke zou moeten leiden tot lagere transactiekosten. De compensatie voor beleggingsadvies gebeurt ook in Europa stilaan steeds vaker op basis van een vaste vergoeding, in plaats van het traditionele model waarbij een commissie per transactie of op basis van het beheerde vermogen wordt aangerekend. Het meest recente bewijs van deze trend vinden we terug in Engeland waar de UK Retail Distribution Review ertoe kan leiden dat beleggingsadviseurs en bankiers zelf meer verantwoordelijk zijn voor hun advies en daarom kiezen voor ETFs en hun lagere kosten. Tot slot stijgt ook het aantal beleggers dat zelf belegt. Deze groep heeft toegang tot transactieplatformen met een uitstekende infrastructuur tegen zeer lage kosten. Het is voor beleggers echter belangrijk om stil te staan bij de voor- en nadelen van beleggingsinstrumenten zoals ETFs die tegen lage kosten worden aangeboden.

Met iets meer dan €105 miljoen onder beheer, zijn ETFs belegd in aandelen goed voor één derde van het totale vermogen belegd in de Europese ETF industrie in 2009. Drie van de vijf belangrijkste ETFs op basis van het vermogen onder beheer werden opgericht om het rendement van de Dow Jones EURO STOXX 50 index te volgen, waarbij Lyxor de grootste ETF is. ETFs in opkomende markten behoorden voorheen niet tot de top tien, maar braken in 2009 door dankzij een combinatie van de sterke interesse door beleggers en de gunstige marktomstandigheden. De db x-trackers MSCI Emerging Markets Total Return Index ETF en iShares MSCI Emergin Markets ETF, zijn daarbij de twee belangrijkste. ETFs in obligaties bepalen ongeveer 20% van het totale vermogen van de Europese ETF industrie waarbij de iShares euro corporate bond ETF (bedrijfsobligaties) met voorsprong de grootste ETF is. Tot slot zien we ook een groeiende interesse voor ETFs die beleggen in grondstoffen, inspelend op de goudkoorts en de vraag naar andere grondstoffen leidde ETF Securities duidelijk de dans in 2009.

Hoewel het gelijktijdige herstel in de verschillende markten (aandelen, obligaties en grondstoffen) voor een belangrijk gedeelte de groei in 2009 verklaart, zien we ook dat de industrie in staat was nieuw kapitaal aan te trekken. De €34 miljard aan nieuwe instromen is gelijk aan 31% van het beheerde vermogen over ’08. AandelenETFs zagen het gros (ongeveer €21 miljard of 60%) van de nieuwe kapitaal hun richting uitstromen en grondstoffen wisten 29% van het nieuwe vermogen vast te houden, voornamelijk in ETFs die gerelateerd zijn aan goud. In tegenstelling tot ETFs belegd in aandelen, verminderde de instroom in ETFs die beleggen in grondstoffen aanzienlijk naarmate 2009 vorderde en bedroeg het totale vermogen tijdens het vierde kwartaal van ’09 amper een derde van dat tijdens het eerste kwartaal. Die trend was het gevolg van de vrees dat grondstoffen al te sterk waren gestegen en beleggers keerden daarom naar aandelen die een hoger toekomstig potentieel rendement leken te bieden.

Nu we een overzicht gegeven hebben van de totale Europese ETF industrie in 2009, is het interessant enkele van de belangrijkste trends weer te geven.

Meer competitie, minder kosten
In Julie bracht db-xtrackers de totale kostenratio voor de Dow Jones EURO STOXX 50 ETF van 0,15% per jaar naar 0%. Sinds de start van het fonds in januari 2007, deed het fonds het per jaar gemiddeld 0,61% (na kosten) beter dan de index. De aanbieder verklaarde het consistent hoger rendement door de methodologie die gebruikt wordt om de index te repliceren en was ervan overtuigd dat dit ook in de toekomst de beleggers ten goede zou komen. We verwachten dat andere aanbieders een soortgelijke beweging zullen maken voor de belangrijkste indices om extra rendement te genereren (voornamelijk door securities lending - het uitlenen van de onderliggende aandelen in ruil voor een vergoeding) en om zichzelf niet uit de markt te prijzen.

De groten worden groter
iShares blijft het ETF landschap domineren. Met ruim €56 miljard is de vermogensbeheerder bijna dubbel zo groot als de nummer twee Lyxor. Zowel in de aandelen- als obligatiecategorieën staat iShares op de bovenste plek. Blackrock trok over 2009 ook het gros van de nieuwe instroom in ETFs aan, ruim €8 miljard. Dat is voornamelijk te danken aan de sterke expertise van Blackrock als het om obligatiestrategieën gaat. Ruim 37% van de totale instroom ging naar obligatieproducten.

Op het einde van 2009 beheerde de vijf belangrijkste Europese aanbieders van ETFs, 80% van het beheerde vermogen. Het is duidelijk dat hier voordelen spelen voor de aanbieder die als eerste een ETF op een bepaalde index succesvol lanceert. Nadien is het voor concurrenten moeilijk om hetzelfde succes te behalen op eenzelfde index. Liquiditeit is daarbij ook bijzonder belangrijk aangezien de grootste fondsen ook het actiefst verhandeld blijken op de beurzen waardoor de transactiekosten lager uitvallen en ook de bied-laat koerzen (bid-offer) minder ver uit elkaar liggen. Deze voordelen zorgen ervoor dat grote ETFs moeilijk bij te houden zijn voor kleinere concurrenten die minder inkomsten hebben om de kosten van het fonds te compenseren.

Opkomende markten voorop, maar let op voor de valuta!
2008 was een bijzonder ongelukkig jaar voor opkomende markten. Het slechte jaar contrasteert sterk met de resultaten van ’09, waarin beleggingen in opkomende markten uiterst succesvol het jaar afsloten. Helemaal bovenaan vinden we Lyxor’s ETF Brazil, die de Ibovespa index volgt. De waarde van de aandelen van de ETF stegen vorig jaar met 144%, terwijl de Ibovespa index zelf in 2009 met 82,7% steeg voor een Braziliaans belegger. Het grootste gedeelte van het extra rendement van de ETF ten opzichte van zijn Benchmark (Ibovespa) kunnen we toeschrijven aan valutabewegingen. De aandelen van de ETF noteren voor het overgrote deel in euro, terwijl de Ibovespa index in Braziliaanse Reaal noteert. Beleggers in euro werden vergoed voor het extra risico in 2009, waarbij de reaal zich versterkte ten opzichte van de euro. Hoewel deze beweging positief uitdraaide voor de beleggers in deze ETF, kan een valutabeweging ook de andere kant uitgaan en negatief in het rendement snijden. Daarbij is het belangrijk goed te begrijpen welke risico’s gepaard gaan met het beleggen in een fonds dat noteert in een andere valuta dan deze van de benchmark of deze van de belegger.

Opgelet voor ETFs die beleggen in grondstoffen
Beleggers die over het jaar 2009 belegd waren in het Leveraged Natural Gas ETC van ETF Securities – waarbij een synthetische constructie wordt gebruikt om de dagelijkse prijsstijging of –daling van de Dow Jones – UBS Natural Gas Sub Index te verkrijgen – bleven teleurgesteld achter. Het verlies van 84% over het hele jaar was het gevolg van een combinatie van een negatieve yield bij het doorrollen van de contracten (resulterend uit de contango) en van het gebruik van leverage.

Contango
Grondstoffenmarkten werken met future of forward contracten. Deze contracten laten een belegger toe om een bepaalde hoeveelheid van een grondstof in de toekomst te kopen aan een vooraf bepaalde prijs. Indien de toekomstige prijs voor een contract hoger ligt dan wat de markten bereid zijn vandaag te betalen voor een contract, dan verkeert de markt in contango. ETFs die beleggen in grondstoffen houden future/forward contracten aan die zij regelmatig dienen door te rollen (als een contract dreigt te vervallen moet dit verkocht worden om te voorkomen dat de grondstoffen effectief geleverd worden. Een nieuw contract met een latere vervaldatum moet dan worden gekocht om de samenstelling van de ETF niet te wijzigen.) Indien een ETF meer dient te betalen voor een toekomstig contract dan de prijs die het ontvangt voor het verkopen van het huidige contract, wordt de ETF opgezadeld met een verlies.

Er komt nog meer…
In de komende weken en maanden zullen we dieper ingaan op elk van de bovenstaande elementen, daarbij zal de Europese ETF markt bijzondere aandacht krijgen. Beschouw de voorbeelden die we eerder gaven niet als de regel voor alle ETFs. De meeste ETFs hebben namelijk precies datgene gedaan wat zij beloofden: beleggers een instrument geven dat hen voor een lage kost help om hun portefeuille te diversifiëren, ook in beleggingscategorieën die voorheen niet of nauwelijks toegankelijk waren voor de doorsnee belegger.

Facebook Twitter LinkedIn

Over de auteur

Ben Johnson  Ben Johnson is Morningstar’s Director of European ETF Research.

© Copyright 2024 Morningstar, Inc. Alle rechten voorbehouden.

Voorwaarden        Privacybeleid        Cookie Settings        Beleidsdocumenten