2011 Rampjaar voor actief beheerde beleggingsfondsen
Fondsen die wereldwijd in large cap groei- en waardeaandelen beleggen noteerden in 2011 het laagste rendement in elf jaar. Loont beleggen in actief beheerde beleggingsfondsen nog?
Maarten van der Pas | 26-01-12
Slechts 13,2 procent van de beleggingsfondsen in de Morningstar-categorie ‘Global Large-Cap Blend’ wisten vorig jaar de MSCI World Index te verslaan: het laagste succespercentage sinds 2001. Dat blijkt uit gegevens van Morningstar. De fondsen noteerden met -5,46 procent gemiddeld de grootste historische underperformance ten opzichte van de MSCI World Index in elf jaar.
Dieptepunt
Morningstar-analist Jeffrey Schumacher onderzocht hoe de gemiddelde jaarlijkse resultaten van de categorie ‘Global Large-Cap Blend’ zich verhouden tot die van de MSCI World Index in de periode 2001-2011 en keek of er sprake is van out- of underperformance. “Wat opvalt is dat de categorie Global Large-Cap Blend in de genoemde periode gemiddeld nog nooit zo’n grote achterstand had op de MSCI World Index als in 2011: -5,46 procent. Zelfs in 2008, het jaar waarin de financiële en economische crisis uitgroeide van een koud briesje tot een allesverwoestende orkaan, waren de resultaten ten opzichte van de MSCI World Index beter dan de underperformance in 2011”, aldus Schumacher.
Ook analyseerde Schumacher hoeveel beleggingsfondsen die wereldwijd investeren in zowel groei- als waardeaandeelen op jaarbasis beter presteerden van de MSCI World Index. Ook hieruit bleek dat actief beheerde fondsen niet brachten waarvoor ze werden aangeschaft door beleggers, namelijk een beter rendement halen dan de benchmark. “Slechts 13,2 procent van de fondsen in de categorie Global Large-Cap Blend wist in 2011 een betere prestatie neer te zetten dan de MSCI World Index. Een dieptepunt in de periode die ik heb geanalyseerd”, licht de analist toe.
Toch laat de historie laat zien dat het niet altijd kommer en kwel is geweest en dat er jaren waren waarin het meerendeel van de fondsen de benchmark wel versloeg. Zo presteerde in 2007 en 2009 meer dan 60 procent van de fondsen beter dan de benchmark. Het gemiddelde percentage actief beheerde fondsen dat de benchmark in enig jaar verslaat komt over de periode 2001 – 2011 uit op 42,6% per jaar.
Langetermijnrendement
Schumacher stelt zich de vraag of een actief beheerd fonds ieder jaar betere prestaties dan de benchmark moet neerzetten? Hij redeneert dat een fondsbelegger een langetermijnhorizon zou moeten aanhouden van minsten 10 jaar. “Het fonds moet op lange termijn een goede prestatie neerzetten en dat kan en mag gepaard gaan met één of meerdere jaren van underperformance. Een fonds kan in enig jaar minder presteren dan de benchmark, maar dat betekent nog niet dat per definitie het langetermijnrendement slecht is.”
Gemeten over de lange termijn (2001–2011) heeft 26,4 procent van de fondsen beter gepresteerd dan de MSCI World Index. Het percentage fondsen dat de MSCI World Index op de lange termijn verslaat is met 26,4 procent veel lager dan de 42,56 procent van de fondsen die de benchmark in enig jaar verslaat. "Dit betekent, dat veel fondsen niet in staat zijn om de benchmark jaren achtereen te verslaan", concludeert Schumacher.
Indrukwekkend
Een beleggingsfonds dat zich positief onderscheidde in zijn onderzoek is volgens Schumacher M&G Global Growth Fund. “Een voorbeeld van een fonds met een indrukwekkend track record ten opzichte van de MSCI World Index. Over de periode 2001–2011 behaalde dit fonds een geannualiseerde outperformance van 3,40 procent ten opzichte van de benchmark. Ook ten opzichte van de categorie Global Large-Cap Blend zijn de jaarlijkse prestaties zeer goed geweest, waarbij dit fonds van 2003 tot en met 2009 in ieder jaar tot de beste 25% van zijn categorie behoorde. En dit fonds heeft niet eens in elk van de jaren in de geanalyseerde periode beter gepresteerd dan de benchmark. Dat bewijst nog eens dat om een outperformance op lange termijn te behalen ten opzichte van de benchmark een continue outperformance geen vereiste is.”
Huiswerk
Het feit dat over de periode 2001–2011 maar 26,4 procent van de beleggingsfondsen in de categorie 'Global Large-Cap Blend' de MSCI World Index weet te verslaan brengt Schumacher tot twee conclusies. "Het merendeel van de fondsen is niet in staat om de benchmark te verslaan op de lange termijn. Dit betekent dat veel fondsen geen toegevoegde waarde hebben. Aan de andere kant zijn er wel degelijk fondsen die het betalen van de beheerfee waard zijn. Deze groep is echter beperkt. Beleggers moeten heel goed hun huiswerk doen om de juiste fondsen te selecteren."
Lees het volledige onderzoek van Jeffrey Schumacher met alle rendementen, een overzicht van beleggingsfondsen in de categorie 'Global Large-Cap Blend' die in de periode 2001-2011 de MSCi World Index wisten te verslaan en het effect van afschaffen van de distributievergoeding (rebate) op het rendement.
Dieptepunt
Morningstar-analist Jeffrey Schumacher onderzocht hoe de gemiddelde jaarlijkse resultaten van de categorie ‘Global Large-Cap Blend’ zich verhouden tot die van de MSCI World Index in de periode 2001-2011 en keek of er sprake is van out- of underperformance. “Wat opvalt is dat de categorie Global Large-Cap Blend in de genoemde periode gemiddeld nog nooit zo’n grote achterstand had op de MSCI World Index als in 2011: -5,46 procent. Zelfs in 2008, het jaar waarin de financiële en economische crisis uitgroeide van een koud briesje tot een allesverwoestende orkaan, waren de resultaten ten opzichte van de MSCI World Index beter dan de underperformance in 2011”, aldus Schumacher.
Ook analyseerde Schumacher hoeveel beleggingsfondsen die wereldwijd investeren in zowel groei- als waardeaandeelen op jaarbasis beter presteerden van de MSCI World Index. Ook hieruit bleek dat actief beheerde fondsen niet brachten waarvoor ze werden aangeschaft door beleggers, namelijk een beter rendement halen dan de benchmark. “Slechts 13,2 procent van de fondsen in de categorie Global Large-Cap Blend wist in 2011 een betere prestatie neer te zetten dan de MSCI World Index. Een dieptepunt in de periode die ik heb geanalyseerd”, licht de analist toe.
Toch laat de historie laat zien dat het niet altijd kommer en kwel is geweest en dat er jaren waren waarin het meerendeel van de fondsen de benchmark wel versloeg. Zo presteerde in 2007 en 2009 meer dan 60 procent van de fondsen beter dan de benchmark. Het gemiddelde percentage actief beheerde fondsen dat de benchmark in enig jaar verslaat komt over de periode 2001 – 2011 uit op 42,6% per jaar.
Langetermijnrendement
Schumacher stelt zich de vraag of een actief beheerd fonds ieder jaar betere prestaties dan de benchmark moet neerzetten? Hij redeneert dat een fondsbelegger een langetermijnhorizon zou moeten aanhouden van minsten 10 jaar. “Het fonds moet op lange termijn een goede prestatie neerzetten en dat kan en mag gepaard gaan met één of meerdere jaren van underperformance. Een fonds kan in enig jaar minder presteren dan de benchmark, maar dat betekent nog niet dat per definitie het langetermijnrendement slecht is.”
Gemeten over de lange termijn (2001–2011) heeft 26,4 procent van de fondsen beter gepresteerd dan de MSCI World Index. Het percentage fondsen dat de MSCI World Index op de lange termijn verslaat is met 26,4 procent veel lager dan de 42,56 procent van de fondsen die de benchmark in enig jaar verslaat. "Dit betekent, dat veel fondsen niet in staat zijn om de benchmark jaren achtereen te verslaan", concludeert Schumacher.
Indrukwekkend
Een beleggingsfonds dat zich positief onderscheidde in zijn onderzoek is volgens Schumacher M&G Global Growth Fund. “Een voorbeeld van een fonds met een indrukwekkend track record ten opzichte van de MSCI World Index. Over de periode 2001–2011 behaalde dit fonds een geannualiseerde outperformance van 3,40 procent ten opzichte van de benchmark. Ook ten opzichte van de categorie Global Large-Cap Blend zijn de jaarlijkse prestaties zeer goed geweest, waarbij dit fonds van 2003 tot en met 2009 in ieder jaar tot de beste 25% van zijn categorie behoorde. En dit fonds heeft niet eens in elk van de jaren in de geanalyseerde periode beter gepresteerd dan de benchmark. Dat bewijst nog eens dat om een outperformance op lange termijn te behalen ten opzichte van de benchmark een continue outperformance geen vereiste is.”
Huiswerk
Het feit dat over de periode 2001–2011 maar 26,4 procent van de beleggingsfondsen in de categorie 'Global Large-Cap Blend' de MSCI World Index weet te verslaan brengt Schumacher tot twee conclusies. "Het merendeel van de fondsen is niet in staat om de benchmark te verslaan op de lange termijn. Dit betekent dat veel fondsen geen toegevoegde waarde hebben. Aan de andere kant zijn er wel degelijk fondsen die het betalen van de beheerfee waard zijn. Deze groep is echter beperkt. Beleggers moeten heel goed hun huiswerk doen om de juiste fondsen te selecteren."
Lees het volledige onderzoek van Jeffrey Schumacher met alle rendementen, een overzicht van beleggingsfondsen in de categorie 'Global Large-Cap Blend' die in de periode 2001-2011 de MSCi World Index wisten te verslaan en het effect van afschaffen van de distributievergoeding (rebate) op het rendement.






