De kosten van beleggen in ETFs

Total expense ratio is slechts één van de vele kosten van een ETF.

Ben Johnson 27 februari, 2012 | 11:34

De lage kosten van ETFs in verhouding tot traditionele, actief beheerde beleggingsfondsen van het open type en indextrackers is misschien wel hun meest interessante eigenschap. Wanneer we kijken naar de kostenbesparingen van ETFs en fondsen onderling vergelijken, kijken we meestal alleen naar de total expense ratio (TER) die in prospectussen en andere documentatie wordt vermeld.

Maar de TER is slechts één van de vele kosten van beleggen in een ETF. De aankoopkosten, de verkoopkosten en potentiële verborgen kosten of winsten hebben allemaal een invloed op de uiteindelijke rendementen die aandeelhouders uit een bepaald ETF genereren. In dit artikel zullen we alle kosten bespreken die gepaard gaan met de handel in en het bezit van ETFs om zo een totaalbeeld te krijgen van alle kosten van ETF-bezit.

Total Expense Ratio (TER)
De total expense ratio of totale kostenratio is de meest expliciete kostenpost van ETF-bezit. Deze ratio vertegenwoordigt het deel van uw belegging dat jaarlijks door het fonds wordt ingehouden voor geleverde diensten. Dit bedrag wordt gebruikt voor kosten van het fonds die kunnen variëren van handelskosten tot marketingbudgetten, van bewaarkosten tot kosten voor indexlicenties. De gemiddelde kostenratio voor alle Europese ETFs is 0,38 procent, een erg gunstig resultaat in vergelijking met de gemiddelde kostenratio's voor zowel traditionele actief beheerde fondsen van het open type als indextrackers van het open type. Meer informatie over totale kostenratio's vindt u in ons artikel Lage kosten zijn de slimste belegging.

Transactiekosten
We hebben de kosten van de handel in ETFs voor het eerst besproken in ons artikel De kneepjes van het vak. Deze kosten omvatten makelaarsprovisies, bied-laat spreads en marktimpact (een onderwerp dat we in de toekomst uitvoeriger zullen bespreken). Bovendien vertegenwoordigen premies en kortingen op de net asset value of intrinsieke waarde een andere belangrijke overweging (zie dit artikel voor meer informatie over de NAV).

Tracking verschil
Het tracking verschil is een impliciete kostenpost van ETF-bezit. In verder gelijke omstandigheden zullen ETFs per definitie een rendement opleveren dat lager ligt dan dat van hun referentie-index. Dat verschil in rendement stemt dan overeen met de TER van het ETF. Veronderstel bijvoorbeeld dat een belegger een ETF heeft dat de EURO STOXX 50-index volgt. Het fonds brengt een hypothetische TER van 0,25 procent in rekening. In een bepaald jaar stijgt de EURO STOXX 50 met 10 procent. Het rendement van de belegger, na aftrek van kosten, zou 9,75 procent bedragen (het brutorendement op de benchmark van 10 procent minus de TER van 0,25 procent). In dit hypothetische voorbeeld is de volgfout of tracking error van het ETF gelijk aan de TER.

Tracking verschil = rendement van het ETF - rendement van de referentie-index

Kostenratio's zijn de meest voorspelbare en eenvoudigst kwantificeerbare bron van de tracking error tussen ETFs en hun referentie-indices. Het is belangrijk om te begrijpen dat ETF-aanbieders bepaalde effecten van vergoedingen op het nettorendement van een ETF kunnen compenseren met zogenaamde 'optimaliseringen', gewoonlijk inkomsten die worden gegenereerd uit effectenleningen. In sommige gevallen heeft het niveau van deze inkomsten het kostenniveau van bepaalde fondsen ruimschoots gecompenseerd, waardoor ze zelfs in bescheiden mate beter presteerden dan hun benchmark.

Tracking verschil versus tracking error
Het is belangrijk om een onderscheid te maken tussen het tracking verschil en de tracking error. Het tracking verschil is gewoon het verschil tussen het rendement van een ETF en dat van zijn benchmark over een bepaalde periode.

De tracking error meet echter de volatiliteit van het rendement van een ETF op korte termijn tegenover dat van zijn benchmark. De tracking error wordt vaak berekend als de gemiddelde kwadratische afwijking van het verschil tussen de dagelijkse of wekelijkse rendementen van een fonds en die van zijn benchmark over een bepaalde periode.

Sampling bij fondsen die gebruikmaken van fysieke replicatie kan tracking problemen creëren
De totale kosten en de opbrengsten uit effectenleningen zijn niet de enige oorzaak voor het tracking verschil van ETFs. Ook de manier waarop fondsen trachten hun referentie-index te repliceren kan een aanzienlijke bron van tracking verschil zijn. Zo kan een fonds dat gebruikmaakt van fysieke replicatie en dat een benchmark volgt met een aantal kleinere, minder liquide componenten (zoals de MSCI Emerging Markets Index, of vastrentende indices die vaak meer dan 1000 obligatiecomponenten omvatten) 'samplingtechnieken' gebruiken om het rendement van zijn referentie-index te repliceren.

Sampling betekent dat er wordt belegd in een select mandje van alleen de grootste en meest liquide componenten van de benchmark, in een poging om de globale liquiditeit van het fonds zelf te verbeteren (hierdoor worden de ETF-aandelen voor marketmakers gemakkelijker en goedkoper om af te dekken of te creëren) en om de kosten tot een minimum te beperken. Hoewel sampling een aantal duidelijke voordelen heeft, omdat bepaalde kleinere, minder liquide componenten van de referentie-index van een fonds worden uitgesloten, creëert het een andere potentiële bron van tracking verschil, aangezien het fonds afwijkt van de perfecte weerspiegeling van zijn benchmark.

Een interessant concreet voorbeeld van het potentieel van sampling om tracking problemen te creëren is het in de VS genoteerde iShares MSCI Emerging Markets Index ETF. Dit fonds maakt gebruik van een representatieve samplingmethode om de index te volgen. Het bezit dus niet elk effect dat deel uitmaakt van de benchmark. In plaats daarvan belegt het rechtstreeks in het grootste deel van de effecten (dit fonds houdt ongeveer 625 aandelen van de ongeveer 770 in de index) en vervolgens neemt het een kwantitatief representatief deel van de kleinste en minst liquide aandelen als staal.

Vóór 2010 zou dit fonds slechts ongeveer de helft van de indexcomponenten houden (de meer liquide namen) om de handel te bevorderen (dit artikel is voor het eerst gepubliceerd op 25 mei 2010). Om deze reden en wegens de relatief hoge kostenratio van het fonds, lag het rendement van de intrinsieke waarde van het ETF in 2009 bijna 7 procentpunten onder het rendement van zijn referentie-index. Morningstar verwacht dat het tracking verschil van het fonds in 2010 zal afnemen, omdat het fonds inmiddels meer componenten van zijn referentie-index houdt.

Ook het in de VS genoteerde Emerging Markets Stock ETF van Vanguard volgt de MSCI Emerging Markets Index. In tegenstelling tot het iShares-fonds, maakt het Vanguard-ETF gebruik van volledige replicatie. In 2009 bedroeg het totaalrendement van de intrinsieke waarde net iets meer dan 76 procent, wat het rendement van zijn benchmark veel beter benadert.

Indexverloop
De verloopkosten van de index weerspiegelen nog een potentiële bron van trackingproblemen. Hoewel indexbeleggen een inherent passieve strategie is, blijft het een feit dat indices te maken hebben met verloop. Strategieën zoals fundamentele indexering of gelijke weging, of indices waarin slechts een deel van de markt is vervat zoals waarde-, groei- en hoogrentende ETFs, hebben allemaal vaak nog een hoger verloop. Zelfs onder de marktgewogen indices kunnen faillissementen en fusies en overnames de samenstelling van een index veranderen en dwingen tot transacties om de samenstelling aan te passen. De kosten om de portefeuille van een fonds dat gebruikmaakt van fysieke replicatie opnieuw af te stemmen op deze veranderingen, kunnen uiteindelijk tot uiting komen in de vorm van een groter tracking verschil.

Dividenden
De timing en de fiscale behandeling van dividenduitkeringen zijn nog eens twee potentiële bronnen van trackingproblemen voor ETFs. De tijd die verstrijkt tussen de ex-dividenddatum en de dividenduitkeringsdatum van uitkeringsfondsen die gebruikmaken van fysieke replicatie (doorgaans enkele weken) kunnen mogelijk druk uitoefenen op het rendement van het fonds. Tijdens deze periode wordt het bedrag in afwachting van de uitkering van het fonds gescheiden en op een rentedragende rekening geplaatst.

Hierdoor verliezen beleggers tijdens deze periode hun blootstelling aan de referentie-index voor het bedrag dat overeenstemt met het bedrag dat weldra wordt uitgekeerd, wat het potentieel creëert voor een hogere tracking error. Het is belangrijk om op te merken dat kapitalisatiefondsen en fondsen die gebruikmaken van synthetische replicatie geen invloed ondervinden van de timing van uitkeringen omdat deze fondsen altijd voor 100 procent belegd blijven in hun referentie-index, zij het op verschillende manieren: het ene fonds via fysieke posities en het andere in de vorm van een totaalrendementswap.

Dividendbelasting is een andere belangrijke overweging. Wanneer fondsen dividenden ontvangen uit effecten van bedrijven die gevestigd zijn in verschillende fiscale rechtsgebieden buiten het land waar ze hun domicilie hebben, kunnen de daarmee gepaard gaande bronbelastingen op buitenlandse dividenden een bijkomende negatieve invloed hebben op het rendement. Deze bronbelastingen kunnen niet altijd volledig worden teruggevorderd en als ze worden teruggevorderd kost dit doorgaans veel tijd en moeite. De structuur van synthetische replicatie heeft aangetoond iets behendiger om te springen met het bronbelastingprobleem dan fysieke fondsen door een gunstigere fiscale behandeling op inkomsten uit dividenden.

Grondstofkosten
Veel Exchange Traded Commodities (ETCs) en Exchange Traded Notes (ETNs) brengen naast hun totale kostenratio verschillende vergoedingen in rekening. Deze vergoedingen omvatten bewaar- en opslagkosten (uniek voor fysieke fondsen in edelmetalen), collateral costs en kosten voor indexlicenties. Collateral costs zijn de kosten voor het houden van een zekerheid om het tegenpartijrisico te beperken bij structuren met synthetische ETCs en ETNs.

Uit onderzoek van Deutsche Bank blijkt dat deze kosten op 11 maart voor ETCs gemiddeld 0,40 procent bedroegen en voor ETNs gemiddeld 0,23 procent. De kosten voor indexlicenties zijn redelijk duidelijk. Zij vertegenwoordigen de betalingen die aan de indexproviders worden verricht voor het gebruik van hun intellectuele eigendom (de referentie-index) bij de samenstelling van de fondsen. Deutsche Bank schat dat ETC-providers jaarlijks gemiddeld 0,38 procent uitgeven aan vergoedingen voor indexlicenties. Deze vergoedingen worden zelden opgenomen in de total expense ratio en worden mogelijk zelfs niet expliciet vermeld in het prospectus. Beleggers in deze producten moeten dus op hun hoede zijn voor de verborgen kosten.

De totale kosten van beleggen in ETFs in perspectief
Hoewel de totale kosten van ETF-bezit veel verder reiken dan de total expense ratio zijn ETFs nog steeds een inherent goedkoop instrument in vergelijking met het bredere beleggingsaanbod. Vooral als we enkele van de grootste en meest liquide fondsen overwegen, de beste bouwstenen voor een kernstrategie van activaspreiding, zijn ETFs - alle kosten inbegrepen - wat lage kosten betreft wellicht de beste optie.

Neem bijvoorbeeld het db x-trackers EURO STOXX 50 (Capitalising) ETF. Dit synthetische fonds heeft een TER van 0 procent, is één van de meest liquide ETFs op de beurzen waar het wordt verhandeld. Het heeft sinds zijn introductie tot eind april zelfs een positief trackingverschil gegenereerd ten opzichte van zijn referentie-index (het rendement lag tijdens die periode 46 basispunten hoger dan dat van de EURO STOXX 50-index). Dus hoewel het belangrijk is om alle kosten, zowel expliciet als impliciet, van beleggen in ETFs in gedachten te houden, is het ook belangrijk te onthouden dat de grootste, meest liquide fondsen - die doorgaans ook de laagste kostenratio's hebben - nog steeds erg goedkoop zijn om te houden als er rekening wordt gehouden met alle kosten.

Patricia Oey heeft bijgedragen aan dit artikel.


Dit artikel maakt deel uit van een serie over de basisbeginselen van beleggen in ETFs. Lees ook:

Wat is een ETF
Een korte inleiding op exchange traded funds.

Wat is het verschil tussen een ETF en een ETP?
Een driedelige serie over ETFs, ETPs, ETNs, ETCs en andere exchange-traded products waarvan de naam kan leiden tot exchange-traded verwarring.

Wat is het verschil tussen fysieke en synthetische replicatie bij ETFs?
Een driedelige serie over ETFs, ETPs, ETNs, ETCs en andere exchange-traded products. In deel 2 de belangrijkste structuurkenmerken van ETFs.

De belangrijkste aspecten van ETNs en ETCs
Een driedelige serie over exchange-traded products van wie de naam kan leiden tot exchange-traded verwarring. In deel 3 de belangrijkste aspecten van exchange-traded notes, commodities en currencies.

ETF-jargon: NAV, premies en kortingen
Een ontcijfering van de stortvloed aan termen en afkortingen die gepaard ging met het ontstaan van de ETF-markt.

ETFs: de kneepjes van het vak
Door de lage kostenratio's zijn ETFs duidelijk interessant voor een 'goedkope', langetermijnkernportefeuille, maar hoe zit het met de transactiekosten?

Denkt u alles te weten over beleggen? Klik hier om dat te bewijzen met de Morningstar Investing Mastermind Quiz.

Over de auteur

Ben Johnson  Ben Johnson is Morningstar’s Director of European ETF Research.