Drie kenmerken van een succesvolle long-shortaandelenbeheerder

Waaraan herkent u goede en slechte fondsbeheerders? Deel 1: een bewezen shortverkoper.

Josh Charney 02 april, 2012 | 13:42

Alternatieve beleggingen zorgen voor een volledig nieuwe kijk op de oude puzzel van de activaspreiding. Veel beleggers willen inspelen op het rendementspotentieel van de aandelenmarkt op lange termijn, maar trekken zich terug zodra de volatiliteit ook maar iets stijgt, waardoor ze kansen mislopen als de markt zich vervolgens herstelt. Voor adviseurs bestaat de moeilijkheid erin om de volatiliteit in de portefeuilles van hun cliënten te beperken zodat ze in woelige tijden nog net aanvaardbaar is en tegelijkertijd te verzekeren dat hun cliënten nog over voldoende geld beschikken voor bijvoorbeeld hun pensioen.

Een long-shortaandelenfonds is misschien de oplossing. Omdat deze fondsen shortposities kunnen nemen in effecten, kunnen beheerders de portefeuille afdekken en een beter rendement behalen in een dalende markt. Kopers moeten echter goed opletten, want niet alle long-shortfondsen zijn geschikt. Sterker nog: als we het laatste jaar en de laatste drie jaar in aanmerking nemen (tot 30 september), heeft de doorsnee beheerder van long-shortbeleggingsfondsen geld verloren, terwijl de S&P 500 winst heeft geboekt. Verschillende long-shortbeheerders zijn er evenwel handig in geslaagd om de markt te overtreffen, en behaalden zowel betere totaalrendementen als betere aan het risico aangepaste rendementen. In een serie artikelen behandelen we drie kenmerken die de goede beheerders van de slechte onderscheiden.

Bewezen shortverkoper
Het eerste kenmerk van de bekwaamste long-shortbeheerders is al vervat in de naam van de categorie: short(en). Ondanks de talrijke fondsen die shorten (er zijn meer dan 70 long-shortaandelenfondsen), zijn er maar weinig die er goed in zijn. Hoewel het moeilijk is om de prestaties van een beheerder op het vlak van shorting te beoordelen (fondsen hoeven geen onderscheid te maken tussen rendementen uit long- en shortposities), is één manier om te bepalen of een beheerder een vakkundige shorter is, te kijken naar hoeveel alfa (of outperformance van het fonds ten opzichte van zijn marktpositie, of bèta) een fonds heeft gerealiseerd tijdens een moeilijke periode op de markt, de periode waarin een shortstrategie de beste resultaten zou moeten opleveren. Van de 27 fondsen in 2008 waren er slechts 10 die alfa vertoonden.

Naast de in het verleden behaalde resultaten, moet ook de achtergrond van een beheerder op het vlak van shorting worden onderzocht. Let goed op specifieke ervaring in verband met short-selling. Een beheerder die uitsluitend ervaring heeft met longposities, is wellicht niet de ideale kandidaat voor een long-shortfonds. Beheerders zijn doorgaans beter in short-selling als ze naast de waardering en de selectie van effecten ook een soort timingdiscipline hanteren. De meeste hedgefondsbeheerders maken gebruik van technische indicatoren, zoals momentum, om de volgende reden: een shortpositie die daalt wordt een steeds groter deel van de portefeuille omdat het aandeel stijgt (en kan blijven stijgen), terwijl een longpositie die verlies registreert, een steeds kleiner onderdeel van de portefeuille wordt, en maximaal nul kan bedragen. Als op een slecht moment een shortpositie wordt genomen, kan dit veel duurder uitkomen dan een slecht getimede longpositie.


In deel 2 van deze serie wordt ingegaan op het macrobewustzijn van de succesvolle long-short beheerder. Een deel van de toegevoegde waarde van de long-shortbeheerder komt namelijk niet alleen van welke aandelen hij selecteert, maar ook wanneer hij zijn positie inneemt.

Denkt u alles te weten over beleggen? Klik hier om dat te bewijzen met de Morningstar Investing Mastermind Quiz.

Over de auteur

Josh Charney  Josh Charney is an alternative investments analyst at Morningstar.