Een golf van waarschuwingen van wereldwijde financiële toezichthouders in de lente van 2011 over de potentiële risico's van beursverhandelde producten (Exchange Traded Products of ETPs) zorgde in de sector voor aardig wat ophef. Velen vonden de bezorgdheid van de toezichthouders in eerste instantie buiten proportie omdat ETPs slechts een heel klein deel van de markt vertegenwoordigen, of omdat veel geïdentificeerde risico's niet specifiek inherent zijn aan ETPs.
Niettemin werd de oproep voor meer transparantie over bepaalde praktijken door de grote meerderheid van de marktdeelnemers toegejuicht. Toonaangevende providers erkenden dat het belangrijk was om meer informatie te verschaffen over zowel synthetische als fysieke ETPs, zodat beleggers beter gefundeerde beslissingen kunnen nemen.
Daarom neemt de leninggever gewoonlijk margins (of haircuts) op het ontvangen onderpand en worden de geleende effecten en het overeenstemmende onderpand dagelijks gewaardeerd tegen marktwaarde om ervoor te zorgen dat de waarde van het onderpand altijd meer bedraagt dan de waarde van de lening. Dit beleid voor risicobeheer is het centrale onderdeel om het risico in verband met effectenleningen tot een minimum te beperken.
Beleggers moeten weten dat onderpand in contanten in bepaalde gevallen kan worden herbelegd om extra inkomsten te genereren, wat extra risico's met zich meebrengt. Bepaalde Amerikaanse leenkantoren kregen tijdens de financiële crisis te kampen met aanzienlijke liquiditeitsproblemen, omdat ze onderpand in contanten hadden herbelegd in wat volgens hen uiterst liquide contante instrumenten waren, zoals auction rate securities, langlopende obligaties waarvan de rente periodiek wordt vastgesteld in veilingen, die ze uiteindelijk niet meer verkocht kregen toen de kredietcrisis de kop opstak.
Door deze verschillen, die duidelijk aantonen dat bepaalde bedrijven guller zijn dan andere, moeten we de volgende vraag stellen: zouden niet alle providers 100 procent van de verdiende inkomsten aan het fonds moeten doorstorten, aangezien het uiteindelijk de aandeelhouders van het fonds zijn die 100 procent van het risico nemen dat met deze praktijk gepaard gaat? Dit zou ongetwijfeld een beter compromis tussen risico en opbrengst vormen en in het beste belang van de beleggers zijn.

Ook geeft de emittent in een aparte brochure gedetailleerde informatie over de vaakst gebruikte tegenpartijen. iShares is momenteel de enige emittent die zo'n uitgebreide informatie op zijn website ter beschikking stelt, terwijl andere over het algemeen slechts enkele details over hun programma's bekendmaken, ergens in een jaar- of halfjaarverslag en/of die alleen op verzoek verkrijgbaar zijn.
Per slot van rekening "kunnen effectenleningen tegenpartij- en onderpandrisico's creëren die vergelijkbaar zijn met die van synthetische ETFs", aldus de Financial Stability Board (FSB) in zijn verslag van april. In zekere zin kunnen effectenleningen inderdaad gewoon worden bekeken alsof er van fysieke replicatie een spiegelbeeld wordt gemaakt van synthetische replicatie: het begint bij een perfecte korf en het eindigt met een niet-perfecte korf door onderpand te accepteren in ruil voor de uitgeleende effecten. Omgekeerd, begint het bij synthetische replicatie bij een niet-perfecte korf en wordt er een swap gebruikt om het rendement van een perfecte korf te ontvangen.
- het aantal uitgeleende effecten uitgedrukt als een percentage van de intrinsieke waarde van het fonds
- het maximumaantal uitgeleende effecten over de laatste 12 maanden uitgedrukt als een percentage van de intrinsieke waarde van het fonds
- het bedrag en de samenstelling van het werkelijke onderpand dat door het fonds wordt ontvangen.






Meer leren over fysieke en synthetische replicatie bij ETFs en de risico's voor beleggers. Lees dan:
Denkt u alles te weten over beleggen? Klik hier om dat te bewijzen met de Morningstar Investing Mastermind Quiz.










