Beleggers: prestatiedrang of prestatiedwang

Het continu monitoren van posities en de druk om een beter dan gemiddeld rendement te boeken werkt hyperactiviteit bij beleggers in de hand. Die zijn echter meer gebaat bij consistentie.

Jeffrey Schumacher, CFA 05 juni, 2013 | 14:56
Facebook Twitter LinkedIn

Beleggers investeren met een langetermijnhorizon. Althans, dat is wat ze vaak beweren. In de praktijk blijkt echter, dat de drang naar hoge rendementen een belangrijke rol speelt in de toename van de omloopsnelheid hun de portefeuille en het verkorten van de tijdshorizon. Het continu monitoren van posities en de druk van het moeten presteren lijken ADHD-gedrag bij beleggers in de hand te werken.

Onderzoek van Vanguards-oprichter John Bogle laat zien, dat in de afgelopen decennia de tijdshorizon van beleggers drastisch is afgenomen. Tegenwoordig praten beleggers over een langetermijnhorizon, decennia geleden pasten ze het ook daadwerkelijk toe. Waar de gemiddelde horizon van een fondsbelegger in 1950 op 10 jaar lag, is dit nu ongeveer 4 jaar.

Fondsbeheerders gaan ook mee in dezelfde trend. Daar waar de omloopsnelheid van een portefeuille in 1950 gemiddeld 25 procent bedroeg, ligt dit nu boven de 100 procent, wat dus betekent dat meer dan de gehele waarde van de portefeuille in 1 jaar wordt verhandeld. Hetzelfde effect wordt waargenomen bij aandelenbeleggers.

Blackrock laat in een onderzoek zien, dat op basis van beursdata de gemiddelde tijdshorizon van aandelenbeleggers op de NYSE is gedaald van 8 jaar in de jaren ’50 naar 8 maanden in 2010. Deze trends hebben niets meer met beleggen te maken, maar met speculeren, zo concludeert Bogle.

Een verzachtende omstandigheid is het feit dat transactiekosten in de afgelopen decennia hard zijn gedaald en dat spreads (verschil tussen bied- en laat-koersen) nu veel kleiner zijn dan in de jaren ‘50. Ook zijn er andere beleggingsstijlen ontwikkeld die vanuit hun filosofie een hogere omloopsnelheid van de portefeuille rechtvaardigen, zoals het momentumbeleggen. Daarnaast worden de cijfers voor aandelenbeleggers beïnvloedt door de opkomst van day-trading en “flitshandel”. Dat neemt echter niet weg dat er ook andere, meer menselijke factoren zijn aan te wijzen die eraan hebben bijgedragen dat beleggers minder geduld lijken te hebben.

ADHD
Aandelenstrateeg James Montier stipte in zijn research paper Seven Sins of Fund Management aan, dat de verhoogde handelsactiviteit ook te maken lijkt te hebben met een soort ADHD-gedrag van fondsbeheerders en fondsbeleggers. Men heeft de constante drang om het rendement te controleren en te benchmarken. De druk om ook op korte termijn beter te moeten presteren dan de benchmark zorgt ervoor dat de beleggingshorizon wordt verkleind.

Dit is het gevolg van een aversie tegen het moeten rapporteren van een verlies. Een fondsbeheerder die vlak voor de rapportagedatum een negatief resultaat heeft, is geneigd om met een laatste (risicovolle) transactie de performance te redden. Daarnaast kunnen actieve fondsbeheerders er volgens Montier naar neigen om dichter bij de benchmark te blijven. Zij kunnen namelijk (mede) beoordeeld worden op basis van de omvang van het beheerd vermogen. De makkelijkste manier om beheerd vermogen te verliezen is door ondermaats te presteren. De makkelijkste manier om ondermaatse prestaties tegen te gaan is door dichtbij de benchmark te blijven.

Dezelfde kortetermijnfocus wordt ook waargenomen bij het management van bedrijven. Hier is er de druk van aandeelhouders, maar ook het eigenbelang, dat er voor zorgt dat de focus meer en meer op kortetermijnprestaties komt te liggen. Aandeelhouders eisen een goed kortetermijnresultaat en de managers willen hier graag gehoor aan geven omdat dat ook interessant is voor het eigen beloningspakket, met name de waarde van personeelsopties. Een onderzoek van het National Bureau of Economic Research door Graham, Harvey en Rajgopal wijst uit dat CFO’s een op lange termijn winstgevend project niet willen uitvoeren wanneer dit er op de kortetermijn voor zorgt dat de winst wordt gedrukt beneden de algehele marktverwachtingen.

Consistentie
Beleggers, zowel fondsbeleggers, fondsbeheerders als aandelenbeleggers, lijken de juiste horizon voor beleggingen verloren te hebben en eisen een constante outperformance. Dit is onmogelijk. Er zijn altijd perioden dat een bepaalde strategie het minder goed doet dan voorheen, of dat er een verkeerde keuze wordt gemaakt. Maar dit is geen reden om continu de strategie te gaan veranderen. Een goed langetermijnrendement vereist geen continue outperformance. Een goede strategie vereist wel consistentie in de aanpak.

 

 

Facebook Twitter LinkedIn

Over de auteur

Jeffrey Schumacher, CFA  is fondsanalist bij Morningstar Benelux

© Copyright 2022 Morningstar, Inc. Alle rechten voorbehouden.

Voorwaarden        Privacybeleid        Cookie Settings