Passief dwingt actief tot zelfreflectie

De afgelopen 15 jaar is de fondsindustrie sterk veranderd. Daar waar beleggers vroeger niet om actief beheerde beleggingsfondsen heen konden, hebben ze nu door de sterke opkomst van passieve alternatieven een keuze. En dat merken actieve fondsen, want de concurrentie van passief is fors. Zo fors, dat actief beheerde beleggingsfondsen zich steeds meer moeten bewijzen, willen ze niet hun leidende positie in Europa verder zien afbrokkelen.

Jeffrey Schumacher, CFA 22 november, 2016 | 13:55
Facebook Twitter LinkedIn

In het begin van deze eeuw waren actief beheerde beleggingsfondsen nagenoeg alleenheerser in fondsenland. Er bestonden simpelweg weinig passieve alternatieven, dus een belegger die niet zelf individuele aandelen of obligaties wilde kopen, was min of meer veroordeeld tot een actief beheerd beleggingsfonds.

De alleenheerschappij van actieve fondsen zorgde er ook voor dat de noodzaak van het verslaan van de benchmark er niet direct was. Beleggers konden de benchmark immers toch niet kopen, en als je als actieve belegger het al beter deed dan je actieve concurrenten, dan was dat goed genoeg. Dat is vandaag de dag een ander verhaal.

Van alleenheerser naar opgejaagd wild
Met de opkomst van indexfondsen en ETFs hebben beleggers er een interessante mogelijkheid bij. Het zorgt er namelijk voor dat ze nu, in tegenstelling tot 15 jaar geleden, wel in staat zijn om een product aan te schaffen dat de index volgt. Deze zogenaamde bèta-producten zijn daarbij ook nog eens goedkoop en worden steeds goedkoper. Het betekent ook dat de rol van actief beheerde fondsen in de portefeuille van een belegger is veranderd. Actief beheerde fondsen, de zogenaamde alpha-producten, kunnen het zich niet langer meer veroorloven om slechts blootstelling te bieden aan een bepaalde regio of thema, maar ze zullen moeten waarmaken waarvoor beleggers ze hogere vergoedingen betalen: het verslaan van de benchmark.

Verontrustende resultaten
En dat is precies waarin veel actieve fondsen niet in slagen. De cijfers zijn verontrustend, want het merendeel van de fondsen voegt na kosten geen waarde toe voor beleggers, omdat ze niet beter presteren dan het passieve alternatief. De cijfers lopen uiteen, afhankelijk van de onderzoeksmethode en de onderzochte categorie, maar we kunnen zondermeer stellen dat over een volledige marktcyclus gemeten beleggers vaak beter af waren met een passief alternatief.

Dat zet het bestaansrecht van actieve fondsen op het spel. Het dwingt actieve fondsen kritisch naar zichzelf te kijken om ervoor te zorgen dat ze hun doelstelling van het realiseren van outperformance kunnen waarmaken zodat het vertrouwen van beleggers herwonnen kan worden. Want van de alleenheerschappij van actieve fondsen is al lang geen sprake meer.

Oorzaken van slechte resultaten
Er zijn echter wel redenen aan te wijzen waarom zo weinig actieve fondsen geen waarde toevoegen. Uiteraard is niet iedere beheerder even talentvol, en zijn sommige fondsen zo klein dat het economisch gezien ook niet rendabel is om het beleggingsfonds overeind te houden. Maar er zijn ook twee oorzaken te benoemen waar fondsen zelf de sleutel hebben tot verbetering. Het gaat hier om de mate van actief beheer en het kostenniveau van actieve fondsen.

Mate van actief beheer
De mate van actief beheer is een belangrijk element in de weg naar succes voor een beleggingsfonds. Immers, als je als doelstelling hebt dat je de benchmark wilt verslaan, dan moet je er wel van afwijken. Er zijn echter fondsen die zich als actief presenteren, maar in feite de index grotendeels kopiëren, terwijl ze wel de kosten rekenen van een actief beheerd fonds. Deze zogenaamde indexknuffelaars bewijzen beleggers een slechte dienst, omdat ze de kans op het genereren van outperformance klein maken door dicht op de index te zitten.

Echt actieve fondsen bieden beleggers wel de mogelijkheid op een afwijkende performance, doordat ze duidelijke keuzes maken in hun portefeuille. Echter, die afwijkingen in prestaties ten opzichte van de index kunnen zowel positief als negatief zijn. Immers, een fondsbeheerder kan de juiste, maar ook de verkeerde keuzes maken in zijn portefeuille.

Het is dus uiteindelijk de kwaliteit van de afwijking die doorslaggevend is. Daarmee zijn de goede prestaties, dus outperformance van de benchmark, lang niet weggelegd voor ieder actief fonds. Echter, een fonds dat grotendeels een kopie is van de benchmark lijkt zichzelf helemaal buitenspel te zetten. Actieve fondsen die bestaansrecht willen hebben maken via echt actief beheer het verschil.

Kosten te hoog
Dat ook veel echt actieve fondsen moeite hebben om de benchmark te verslaan is deels terug te voeren op het kostenniveau van actieve fondsen. Dat ligt voor een wereldwijd aandelenfonds gemiddeld genomen op 1%, tegenover 0,3% voor het gemiddelde passieve alternatief. Die 70 basispunten lijken misschien niet veel uit te maken, maar op de langere termijn is het een aardig verschil.

Het is ook een horde die je als actieve beheerder moet overwinnen je toegevoegde waarde te tonen. Hoe lager die horde is, des te makkelijker dat wordt. Dat blijkt ook uit diverse onderzoeken die we bij Morningstar hebben uitgevoerd. Actieve fondsen met de laagste kosten leveren gemiddeld genomen de beste prestaties. Lage kosten zijn daarom een belangrijke factor die de mate van succes bepalen van een actieve manager.

Dat kosten op de agenda staan, blijkt ook uit het recent verschenen rapport van de toezichthouder in het Verenigd Koninkrijk. De FCA roept onder andere op tot meer kostentransparantie, een "all-in" kostenmaatstaf waarbij bijvoorbeeld ook de transactiekosten zijn geïntegreerd, lagere kosten voor actieve fondsen en zet vraagtekens bij beloningsstructuren waarbij de groei van het beheerd vermogen medebepalend is voor de hoogte van de bonus.

Actief heeft de toekomst in eigen hand
Actieve fondsen staan steeds meer onder druk van hun passieve concurrenten. En hoewel lang niet alle actieve fondsen bestaansrecht hebben, kan actief beheer als geheel niet bij het grofvuil geparkeerd worden. Echt actief beheer in combinatie met lage kosten kan toegevoegde waarde leveren. Het is aan de actieve fondsen om dat aan te tonen. De sleutel voor hun toekomst hebben ze in eigen hand.

Lees meer over het thema Actief versus Passief

Morningstar hield dit jaar het Morningstar Debat onder het thema 'Actief versus Passief: de strijd der titanen'. Tijdens het debat bespraken de panelleden de opkomst van passief beleggen en de haken en ogen die daar aan zitten. Welke dat zijn, leest u in ons verslag van het Debat:

 

Lees ook eerdere columns van Jeffrey Schumacher:

- Een beleggingsfonds kiezen? 6 dingen om op te letten

ADHD-gedrag van beleggers

De dividendportefeuille van de toekomst

Facebook Twitter LinkedIn

Over de auteur

Jeffrey Schumacher, CFA  is fondsanalist bij Morningstar Benelux

© Copyright 2024 Morningstar, Inc. Alle rechten voorbehouden.

Voorwaarden        Privacybeleid        Cookie Settings        Beleidsdocumenten