De Europese ETF-markt in 2013

Morningstar blikt nog even terug op de markt voor ETFs in 2012, het jaar van risicovollere obligaties, fysieke replicatie en consolidatie. Maar interessanter is wat 2013 brengt voor de ETF-belegger.

Jose Garcia-Zarate 15 januari, 2013 | 12:18

2012 Was voor de Europese sector van de beursverhandelde producten (ETPs) een vruchtbaar jaar (onder ETPs verstaan we in dit artikel zowel beursverhandelde fondsen of ETFs als beursverhandelde grondstoffen envaluta's of ETCs). Op basis van gegevens tot eind november was er een sterke, dubbelcijferige groei van het beheerd vermogen. Een plus van ongeveer 20 procent tot circa EUR 272-275 miljard tegenover EUR 228 miljard in dezelfde periode in 2011.

Deze groei kwam door een heilzame combinatie van netto-instromen (EUR 14-16 miljard) en kapitaalgroei over de brede activaklassen heen. Deze cijfers zijn erg positief in vergelijking met 2011, dat werd afgesloten met een lichte daling in het beheerd vermogen. De netto kapitaalverliezen door met name de zwakke prestaties van de ontwikkelde aandelenmarkten drongen de globale positieve geldstromen toen ruimschoots terug.

Bedrijfsobligaties, obligaties uit opkomende markten plus goud
De motivatie voor beleggers om hun kapitaal naar ETPs te dirigeren was ook in 2012 grotendeels gebaseerd op risicoaversie, aangezien de hoop op betere economische resultaten in het begin van het jaar geleidelijk plaats moest maken voor bezorgdheid over een hernieuwde vertraging. De groeiverwachtingen zijn behoorlijk neerwaarts herzien, na de nuchtere realisering dat exportgerichte opkomende economieën niet van de ene op de andere dag consumptiegedreven entiteiten worden die hun in moeilijkheden verkerende ontwikkelde evenknieën te hulp zouden snellen.

Het grootste deel van de nieuwe netto geldstromen naar ETPs vloeide dan ook bij voorkeur naar bedrijfsobligaties en obligaties uit opkomende markten en goud, met hun vermeende kapitaalbeschermende eigenschappen. Niettemin staat geen enkele van deze opties bovenaan in de lijst van de best presterende ETPs van het jaar. U had beter belegd in ETFs in Turkse aandelen, in Europese verzekeringen of in Europese fabrikanten van auto’s en auto-onderdelen dan in Europese bedrijfsobligaties van beleggingskwaliteit (investment grade) of hoogrentende bedrijfsobligaties. Ook was u beter af geweest met een belegging in zilver-, maïs- en soja-ETFs in plaats van mee te doen met de hype van de goud-ETCs.

Hoewel de meeste geldstromen richting vastrentende en grondstoffen-ETPs gingen, blijven aandelenposities de hoeksteen van de Europese ETP-sector met een globaal marktaandeel van 58,5 procent van het totale beheerde vermogen. Dit cijfer is nauwelijks veranderd ten opzichte van 2011. Het beklemtoont de boodschap dat de groei van het beheerd vermogen van aandelen-ETFs van EUR 134 miljard in 2011 tot EUR 160 miljard in 2012 voornamelijk aan kapitaalgroei is toe te schrijven.

Inmiddels is het marktaandeel van vastrentende ETFs gestegen van circa 15,5 procent tot 17,5 procent, hoewel dat van grondstoffen-ETCs globaal gezien ongewijzigd bleef op 20 procent. Aan de kant van de verliezers, zowel wat de kapitaalstromen als het beheerd vermogen betreft, vinden we de geldmarkt-ETFs, een activaklasse die in de huidige omgeving van ultralage rentevoeten vrijwel geen financiële aantrekkingskracht heeft.

Fysieke replicatie het populairst
Waar 2011 het jaar werd van de verhitte discussies over de verdiensten en de gevaren van ETFs, vooral wat betreft de verschillende replicatiemethoden, is 2012 het jaar van de reglementaire duidelijkheid. Na een lange overlegprocedure heeft de European Securities and Markets Authority (ESMA) eind juli de definitieve richtlijnen voor ETFs gepubliceerd. Morningstar heeft deze met open armen ontvangen en beschouwt ze als de basis voor een betere transparantie ten gunste van ETF-beleggers.

Maar de richtlijnen van de ESMA maakten ook een einde aan het debat over fysieke en synthetische replicatie en oordeelden dat beide methoden geldig waren. De Europese ETF-sector heeft geruime tijd voor de ESMA-publicatie een "vredesverdrag" gesloten, mogelijk omdat de partijen aanvoelden dat de manier waarop het replicatiedebat in 2011 was gevoerd uiteindelijk schadelijk was voor de reputatie van ETFs als financieel instrument, ongeacht de replicatiemethode.

Ondanks het neutrale standpunt van de ESMA over de replicatiemethoden en de minder scherpe omgeving die door ETF-aanbieders werd gekoesterd, blijft het een feit dat beleggers in heel 2012 met hun geld voor fysieke replicatie bleven stemmen. Volgens gegevens van Morningstar is het globale marktaandeel van op swaps gebaseerde ETFs in Europa gedaald van gemiddeld 45 procent voor 2011 naar 38 procent van het totale beheerde vermogen per eind 2011 en nog verder tot 35 procent tegen eind 2012.

Het is misschien niet verstandig om te stellen dat er in Europa alleen toekomst is voor ETFs op basis van fysieke replicatie. Het is echter erg symptomatisch dat de twee toonaangevende aanbieders van op swaps gebaseerde ETFs - db X-trackers en Lyxor - op deze trend hebben gereageerd met de introductie van een reeks ETFs op basis van fysieke replicatie, naast of als gedeeltelijke vervanging van hun bestaande aanbod van synthetische ETFs.

Consolidatie Europese ETP-sector
In 2012 werden er in vergelijking met voorafgaande jaren aanzienlijk meer ETPs gesloten (zo'n 60 tegenover gemiddeld 20-25 in de afgelopen vier jaar). Ook leken sommige aanbieders tijdens het jaar de strijd te willen opgeven, zoals Credit Suisse dat zijn ETF-activiteiten te koop aanbood. Deze signalen zouden allemaal kunnen worden beschouwd als solide tekenen dat de veel aangeprezen consolidatie van de Europese ETP-sector al aan de gang is. Er moet worden benadrukt dat, vanuit een statistisch standpunt, een toename van het aantal sluitingen na vier jaar van 'aanzienlijke nieuwe productintroducties' niet als ongewoon moet worden beschouwd.

In ETP-kringen wordt het als normaal beschouwd dat nieuwe producten twee tot drie jaar nodig hebben om zich te bewijzen. Als dusdanig is de stijging van het aantal sluitingen in 2012 in de eerste plaats een teken dat Europese ETP-providers inmiddels misschien meer bereid zijn om niet-winstgevende fondsen te dumpen dan ze louter om PR-redenen mee te laten profiteren van het succes van de andere (zodat ze een verkoopcatalogus met allerlei marktposities kunnen voorleggen). Op het eerste gezicht zou dit goed passen binnen de 'kostenoorlog' die tussen ETP-aanbieders woedt. Door zich van onsuccesvolle fondsen te ontdoen, worden immers financiële middelen vrijgemaakt waardoor er voor de populairste producten lagere beheervergoedingen in rekening zouden kunnen worden gebracht.

Als we de gegevens over de ETP-sluitingen van naderbij bekijken, dan zien we dat 50 procent van de in 2012 vereffende fondsen een blootstelling aan de aandelenmarkten bood, terwijl net iets meer dan 25 procent tot de categorie van de 'alternatieve' fondsen behoorde, waar Morningstar ook instrumenten met (omgekeerde) hefboomwerking in onderbrengt die beter geschikt zijn voor kortetermijntransacties dan voor beleggingsdoeleinden op de lange termijn.

Daarentegen vertegenwoordigden gesloten ETPs met een blootstelling aan vastrentende markten slechts 15 procent van het totaal. Hieruit blijkt in sterke mate hoe de ETP-markt zich in Europa heeft ontwikkeld, waarbij een blootstelling aan de vastrentende markten pas laat zijn debuut heeft gemaakt. Ook geeft het ons een zeker inzicht in de positie van de belangrijkste gebieden voor productontwikkeling in de komende jaren.

Wat brengt 2013
Minder ruimte voor nieuwe, traditionele aandelen-ETFs betekent dat de productontwikkeling binnen deze activaklasse steeds vaker zou kunnen worden gedefinieerd met meer gespecialiseerde aanbiedingen. We verwachten dan ook dat er meer ETFs met een zogenaamde 'slimme bèta' (dat wil zeggen ETFs die indices met een alternatieve weging of strategie-indices volgen) op de markt zullen verschijnen.

Hoewel deze 'bijna passieve' producten zeer waarschijnlijk zullen worden uitgetest in het aandelensegment, zal ook het vastrentende segment niet immuun zijn voor deze tendens. Maar zoals we al eerder lieten blijken, zullen traditionele vastrentende ETFs nog steeds over aanzienlijke ruimte beschikken om te groeien, zowel in het aantal nieuwe productaanbiedingen als in het aantal nieuwe klanten voor bestaande producten.

Voor ETP-providers bestaat het doel erin om beleggers allerlei integrale oplossingen te bieden voor portefeuillesamenstelling, met mogelijkheden in alle activaklassen die zowel aan strategische als aan tactische behoeften voldoen. We zullen dit jaar wellicht meer vernemen van op ETFs gebaseerde beheerde beleggingsportefeuilles en op ETFs gebaseerde fondsen van fondsen. Tegelijkertijd zal deze trend naar specialisatie gepaard gaan met extra inspanningen op het vlak van basiskennis. Want ondanks de gestage instroom van nieuw geld naar Europese ETPs die de laatste vijf jaar merkbaar was, blijft het een feit dat ze op basis van het beheerde vermogen slechts een geringe fractie vertegenwoordigen van het bredere universum van beleggingsfondsen (zo'n 5 procent).

Er is aanzienlijke ruimte voor groei, maar er moet veel meer worden gedaan om ETPs meer in de schijnwerpers te zetten. Het tempo van de vooruitgang op dat vlak is in Europa ongelijkmatig en wordt in grote mate bepaald door veranderingen in de wetgeving van afzonderlijke landen. Hoewel zou kunnen worden verwacht dat ETPs in sommige landen vooral het instrument van institutionele beleggers blijven, is de verwachting in andere landen zoals het Verenigd Koninkrijk dat dit segment bij de particuliere belegger zal groeien na de inwerkingtreding van de Retail Distribution Review (RDR) in 2013. Die zal de manier waarop financieel adviseurs werken radicaal veranderen.

Wat de beleggingsomgeving betreft zullen tendensen vooral vorm krijgen door de maatregelen van de centrale bank. Door een ultrasoepel monetair beleid zouden beleggers meer bereid kunnen zijn om hun geld in risicovollere activa te beleggen. Maar in een context van wereldwijd soepel beleid zou dat op twee erg verschillende manieren kunnen worden benaderd: een benadering volgens de Amerikaanse Fed (en de Bank of England) en een andere volgens de ECB, afhankelijk van hoe relevant de inflatie is als streefdoel van het beleid. Dit zou uiteindelijk belangrijke implicaties kunnen hebben voor de waardering van vreemde valuta's, iets wat beleggers het beste zorgvuldig in de gaten kunnen houden.


Meer weten over het beleggen in ETFs. Blader dan door Morningstar's ETF Bibliotheek met tal van artikelen over actieve versus passieve fondsen en de rol die indextrackers in uw beleggingsportefeuille kunnen spelen.

Denkt u alles te weten over beleggen? Klik hier om dat te bewijzen met de Morningstar Investing Mastermind Quiz.

Over de auteur

Jose Garcia-Zarate  is an ETF analyst with Morningstar UK.