Als u verder gaat op deze website gaat u akkoord met het gebruik van cookies op uw apparatuur. Lees meer over ons beleid rond cookies en welk soort cookies wij gebruiken door hier te klikken. Accepteer Cookies

Een verstandige benadering van 'smart beta'

Vermogensbeheerders hebben heel wat nieuwe beleggingsfondsen onder de noemer 'smart beta' geïntroduceerd. De belegger die zich een weg moet banen door deze jungle staat voor een complexe taak. Morningstar biedt een kompas. Het slotartikel in een driedelige serie waarin het fenomeen 'smart beta' wordt onderzocht.

Ben Johnson 20 juni, 2014 | 11:55

'Smart beta','alternative beta', 'enhanced indexes', 'quantamental indexes' - ondertussen is de lijst van namen om het snel groeiende midden van het actieve tot passieve spectrum bijna lang genoeg om een encyclopedie te vullen. Deze nieuwe beleggingscategorie heeft de lijnen tussen actief en passief fondsbeheer verder doen vervagen (zie figuur 1), en voert de meest recente golf van producten aan die over het ETF-landschap spoelt.

Wat Morningstar beschouwt als ‘strategische bèta’ is een brede en snel groeiende categorie van benchmarks en beleggingsproducten die deze tracken. Ze hebben één ding gemeen: ze hebben tot doel hun rendementsprofiel te verbeteren of hun risicoprofiel te veranderen ten opzichte van meer traditionele marktbenchmarks. Voor aandelenproducten, die de overgrote meerderheid van de fondsen binnen dit domein uitmaken, is het resultaat meestal één of meer zogenaamde 'factor tilts' ten opzichte van standaard marktindices. Dat de nadruk ligt op een bepaalde rendementsfactor zoals kwaliteit, waarde, momentum, dividend of liquiditeit.


(klik op figuur voor vergroting)

Omdat vermogensbeheerders heel wat nieuwe producten hebben geïntroduceerd en nog steeds introduceren, zijn hun verkoop- en marketingafdelingen druk in de weer om deze nieuwe beleggingsfondsen te positioneren binnen een almaar competitiever veld. Het resultaat is dat de indices die het basismateriaal vormen van deze benchmarkgerelateerde beleggingsfondsen er steeds complexer op worden en dat in sommige gevallen een groeiende kloof ontstaat tussen de verkoopargumenten van de fondshuizen en de effectieve resultaten die ze opleveren. De belegger die zich een weg moet banen door deze jungle staat voor een complexe taak. Morningstar doet zijn best om hen hiervoor het juiste kompas te bieden.

Even terugblikken
Het gezegde ‘Niets nieuws onder de zon’ is van toepassing op dit ‘verse’ segment binnen vermogensbeheer. Academici distilleerden decennia geleden al factoren die samen het rendement bepalen.

Waarom is de situatie dit keer dan anders? Ten eerste is er sinds halverwege de jaren '70 heel wat vooruitgang geboekt op het vlak van informatie- en beleggingstechnologie. Daardoor hebben vermogensbeheerders de benodigde paardenkracht gekregen (lees: snellere computers) om complexere indexstrategieën efficiënt te beheren, deze te herverpakken in de nieuwste generatie van instrumenten om strategieën te verwezenlijken (zoals ETFs) en om ze vervolgens tegen een lage kostprijs te leveren aan beleggers. De afgelopen vier decennia worden dan ook gekenmerkt door een gestage groei van indexbeleggen.

What's in a name?
De noodzaak om deze ruimte af te bakenen, te meten en te controleren is gegroeid en zal blijven toenemen in de tijd. Bij Morningstar brengen we alles in gereedheid om in deze behoefte te voorzien, en dat alles met de bedoeling om beleggers te helpen beter gefundeerde beleggingsbeslissingen te nemen. Wij hebben besloten om dit gedeelte van het spectrum te voorzien van het label ‘strategische bèta’ in plaats van ‘smart beta’.

Waarom strategische bèta? Eerst en vooral willen we zo snel mogelijk een einde maken aan de positieve connotaties die kunnen worden afgeleid uit het woord 'smart' in 'smart beta'. Niet alle strategieën binnen dit domein zijn per definitie slim. Met de term 'strategisch' moet de aandacht erop worden gevestigd dat de onderliggende benchmark-indices van de ETFs, beleggingsfondsen en andere beleggingsproducten in dit gebied ontworpen zijn met een strategische doelstelling voor ogen. Deze doelstellingen omvatten vooral het verbeteren van de prestaties ten opzichte van een traditionele, naar marktkapitalisatie gewogen index of het wijzigen van het risiconiveau ten opzichte van een standaard benchmark.

De ‘bèta’ in de naam is niet bedoeld als ‘bèta’ in de striktste, meest academische zin van het woord (een maatstaf voor de gevoeligheid van een effect of portfolio voor schommelingen in de bredere markt). In de plaats daarvan is het de bedoeling om te benadrukken dat dit een groep is van aan een index gekoppelde beleggingen die allemaal bedoeld zijn om een bèta van 1 ten opzichte van hun indices te bereiken. ‘Strategische bèta’ bekt misschien niet zo lekker als ‘slimme bèta’, maar volgens ons is het een veel accuratere beschrijving, namelijk eentje die niet impliceert dat dit universum het nec plus ultra van de indexwereld is.

Er moet echter op worden gewezen, dat dit slechts benamingen zijn en geen nieuwe beleggingsfondscategorieën. We hebben trouwens ook geen 'passieve' of 'actieve' categorie. De portefeuilles van strategische bètafondsen etaleren een verscheidenheid aan beleggingsstijlen. We hebben deze beschrijvingen gecreëerd om beleggers te helpen dit soort fondsen grondig te bestuderen en het vergelijken van gelijksoortige strategieën binnen de context van hun traditionele Morningstar-categorie te vergemakkelijken.

Een zootje ongeregeld
Bij het afbakenen van de grenzen van de strategische bètaruimte zijn we zo uitvoerig mogelijk te werk gegaan door er beleggingsfondsen in op te nemen met uiteenlopende beleggingsprocessen maar redelijk vergelijkbare eindproducten, en die elk op hun eigen zinvolle manier afwijken van hun klassieke, breed samengestelde op indices gebaseerde categoriegenoten.

Ook is het belangrijk op te merken dat onze definitie van andere verschilt doordat we producten meetellen die gekoppeld zijn aan benchmarks die eerst kandidaten screenen op diverse kenmerken (zoals waarde, groei en dividend) en vervolgens de in aanmerking komende effecten naar marktkapitalisatie wegen (zoals Vanguard Dividend Appreciation). Anderen hanteren een engere definitie die een product uitsluit op basis van benchmarks waarvan de componenten volgens marktkapitalisatie zijn gewogen.

Ons daaruit voortvloeiende universum omvat een breed scala van producten die gaat van het iShares MSCI All Country World Minimum Volatility ETF tot het YieldShares High Income ETF. De gemeenschappelijke elementen:

  • Het zijn op de index gebaseerde beleggingen.
  • Ze volgen niet-traditionele benchmarks met een actief element in hun methodologie, wat doorgaans bedoeld is om zowel het rendement te verbeteren als het indexrisicoprofiel ten opzichte van een standaard benchmark te wijzigen.
  • Veel van hun benchmarks hebben korte track records en zijn enkel ontworpen om als basis te dienen voor een beleggingsproduct.
  • Hun kostenratio's zijn doorgaans lager dan actief beheerde fondsen.
  • Deze kostenratio's zijn vaak aanzienlijk hoger ten opzichte van de producten die 'bulk beta'-benchmarks zoals de S&P 500 tracken.

Beter rendement, minder risico?
Na de strategische bètaruimte in zeer algemene termen te hebben gedefinieerd, maakt Morningstar een tweede selectie van het universum door producten te etiketteren op basis van de overkoepelende strategische doelstelling van hun onderliggende benchmark. Deze doelstellingen vallen onder drie noemers: rendementstrategieën, risicogeoriënteerde strategieën, en een vangnetclassificatie 'overige'.

Met rendementstrategieën wordt geprobeerd om het rendement ten opzichte van een standaard benchmark te verbeteren. Op waarde en groei gebaseerde benchmarks zijn uitstekende voorbeelden van rendementgerichte strategieën. Andere rendementgerichte strategieën zijn bedoeld om een bepaalde bron van rendement te isoleren. Naar dividend gescreende of gewogen indices, zoals die gevolgd door iShares Select Dividend en SPDR S&P Dividend ETF, zijn de belangrijkste voorbeelden van deze rendementgerichte strategie.
Risicogerichte strategieën zijn op hun beurt bedoeld om het risico ten opzichte van een standaard benchmark te vergroten of te verkleinen. Strategieën met lage volatiliteit en hoge bèta zijn de meest voorkomende voorbeelden van risicogerichte strategieën.

Ten slotte omvat de categorie 'overige' een breed scala aan strategieën, variërend van niet-traditionele grondstoffenbenchmarks tot indices op basis van verschillende activa. Dankzij deze tweede selectie kunnen beleggers strategische bèta-instrumenten classificeren volgens zeer brede lijnen.

De duivel zit in de details
De derde en laatste selectie betreft het indelen van producten met vergelijkbare strategische doelstellingen in meer geledingen. Hier brengen we producten onder die benchmarks tracken met dividend-screening of -weging, waarde, lage/minimale volatiliteit/variantie, niet-traditionele grondstoffen en een verscheidenheid aan andere benchmarks. De bedoeling is om nauwkeuriger vergelijkingen tussen producten met zeer vergelijkbare onderliggende methodologieën te vergemakkelijken. Figuur 2 schetst onze strategische bèta-taxonomie in detail.

 


(klik op figuur voor vergroting)


Een blik op de cijfers
Het universum van strategische beta-ETFs kende het afgelopen decennium een enorme groei (zie Figuur 3). Het groeitempo is de afgelopen vijf jaar alleen maar versneld. Eind 2013 telde Morningstar 342 strategische bèta-ETFs in de Verenigde Staten. Deze producten hadden een collectief beheerd vermogen van USD 291 miljard, wat neerkomt op bijna 18 procent van de totale ETF-activa. Alleen al in 2013 zijn de activa met 59 procent toegenomen: de netto instroom van nieuwe cash was goed voor meer dan 34 procentpunten van dat cijfer, en de activawaardering was goed voor de resterende 25 procentpunten. Bovendien heeft deze categorie boven haar stand geleefd. Terwijl strategische bèta-ETFs op het einde van 2013 goed waren voor 18 procent van het totale sectorvermogen, waren ze voor het gehele jaar goed voor 35 procent van de totale netto cashinstroom.


(klik op figuur voor vergroting)

En verder: multifactorieel
Wat we nu zien in het land van de strategische bèta is meer complexiteit. De laatste golf van nieuwe geïntroduceerde beleggingsfondsen in de markt is multifactorieel en combineert een reeks van factortilts of blootstellingen binnen één fonds. Tijdens het schrijven van dit artikel had JPMorgan Chase een aanvraag ingediend bij de Amerikaanse SEC om een aanbod op de markt te brengen van ETFs die multifactoriële aandelenindices tracken. Deze producten bevinden zich op de grens tussen actieve en passieve strategieën. Ze bootsen actieve strategieën na op een op regels gebaseerde, transparante, fiscaal efficiënte en goedkope manier.
Deze meerlagige complexiteit zadelt de belegger op met een hogere last op het vlak van due diligence. Beleggers dienen voor deze fondsen even strikt te werk gaan met due diligence als bij het controleren van actieve beheerders. Morningstar is van mening dat zijn taxonomie een eerste belangrijke stap is om beleggers te helpen het strategische bèta-universum beter te begrijpen.


Dit is een verkorte versie van het artikel dat oorspronkelijk verscheen in Morningstar Magazine (april-mei 2014).


Meer over 'smart beta'
In een serie van 3 artikelen onderzoekt Morningstar het fenomeen ‘smart beta’. Het eerste artikel Wat is 'smart beta' nou eigenlijk? zoekt naar een definitie. Het tweede artikel Intelligentietest voor smart beta-beleggingsstrategieën wijst beleggers erop om kritische vragen te stellen bij de manier waarop de werking van smart beta-strategieën wordt onderbouwd. Dit slotartikel schept orde in de chaos van het enorme aanbod van smart beta-beleggingsfondsen.

Denkt u alles te weten over beleggen? Klik hier om dat te bewijzen met de Morningstar Investing Mastermind Quiz.

Over de auteur

Ben Johnson  Ben Johnson is Morningstar’s Director of European ETF Research.