Als u verder gaat op deze website gaat u akkoord met het gebruik van cookies op uw apparatuur. Lees meer over ons beleid rond cookies en welk soort cookies wij gebruiken door hier te klikken. Accepteer Cookies

De kracht van lage kosten

Lage kosten zijn essentieel. Niet alleen omdat een belegger goedkoper uit is, maar vooral omdat er een sterke negatieve correlatie is tussen kosten en fondsprestaties: hoe lager de kosten, hoe hoger het rendement.

Jeffrey Schumacher, CFA 10 mei, 2016 | 10:00

Kosten zijn dan ook een belangrijke component in de vijf pilaren van de fondsanalyse van Morningstar, die verder bestaat uit het beleggingsteam, beleggingsproces, fondshuis en rendement & risico. Nieuw onderzoek van Russel Kinnel, Director of Manager Research bij Morningstar in Chicago, toont op basis van Amerikaanse data wederom aan dat het kostenniveau van doorslaggevend belang is om de kans op toekomstig beleggingssucces te vergroten.

Dit betekent overigens niet dat beleggers zich moeten blindstaren op het kostenniveau, want zoals gesteld zijn er meerdere factoren die het succes van een fonds bepalen. Het kostenplaatje is echter wel een cruciale factor. Onderstaand geven we enkele resultaten van het onderzoek weer, maar voor wie de volledige studie wil inzien kan deze hier downloaden.

De test
Om de voorspellende kracht van kosten te onderzoeken, hebben we gebruik gemaakt van historische data, inclusief fondsen die nu niet meer bestaan. Dit is een sleutelelement in het onderzoek, omdat dure fondsen een grotere kans hebben om te falen en hierdoor geliquideerd of samengevoegd worden met andere fondsen. Wanneer je deze groep buiten beschouwing zou laten, dan lijken de prestaties van de duurdere fondsen beter dan ze in werkelijkheid zijn.

We hebben de test uitgevoerd over meerdere perioden, waarbij we hebben gekeken naar verschillende maatstaven om te zien wat de impact van lagere kosten is. Zo komen onder andere totaalrendement, de Morningstar Rating (sterrenrating) en de Morningstar Success Ratio aan bod. De Success Ratio is onze manier om de uitkomsten te corrigeren voor geliquideerde of samengevoegde fondsen over de onderzochte tijdspanne. De andere maatstaven zijn alleen gebaseerd op data van fondsen die de gehele periode hebben overleefd. Echter, de Success Ratio meet welk percentage van de fondsen de periode heeft overleefd en daarnaast ook outperformance heeft geleverd ten opzichte van het categoriegemiddelde.

Om de test uit te voeren hebben we de fondsen binnen hun Morningstar categorie gerangschikt naar kosten en verdeeld in kwintielen, waarbij de goedkoopste fondsen terecht kwamen in kwintiel 1 en de duurste in kwintiel 5. Vervolgens hebben we vanuit alle categorieën binnen een specifieke asset class de fondsen gegroepeerd naar kostenkwintiel, zodat we de resultaten op hoofdlijnen konden analyseren.

De resultaten
Het kostenniveau is bepalend geweest in het succes van beleggingsfondsen in iedere asset class van 2010 tot 2015. De onderstaande figuur toont de Morningstar Succes Ratio’s voor de verschillende asset classes. We zien bijvoorbeeld dat voor Amerikaanse aandelen het goedkoopste kwintiel een Success Ratio had van 62%, gevolgd door 48% voor het tweede kwintiel, 39% voor het middelste kwintiel, 30% voor het op een na duurste kwintiel en 20% voor het duurste kwintiel. Dit betekent dat het goedkoopste kwintiel drie keer zoveel kans op succes had dan het duurste kwintiel. Voor de andere asset classes zien we een vergelijkbaar patroon.

(klik op tabel voor vergroting)

De onderstaande tabel toont een dieper inzicht in de impact van kosten aan de hand van diverse maatstaven, in dit geval voor Amerikaanse aandelen. Ieder kwintiel heeft een eigen kolom. We zien op de tweede regel het gemiddelde kostenniveau van de fondsen in het kwintiel per eind 2010. Dat loopt van gemiddeld 0,65% voor het goedkoopste kwintiel tot 2,20% gemiddeld voor het duurste kwintiel. De vierde regel toont het geannualiseerde totaalrendement van de fondsen in de kwintielen. De goedkoopste fondsen behaalden gemiddeld genomen een geannualiseerd rendement van 10,91% in de vijf jaar van 2011 tot en met 2015. De fondsen in het duurste kwintiel beleven met een geannualiseerd rendement van 8,88% ver achter.

Goedkopere fondsen presteren beter
Wanneer we corrigeren voor risico en kijken naar de gemiddelde Morningstar Rating (laatste twee regels in de tabel), dan zien we zowel op 3 als op 5 jaar gemeten dat naar mate de fondsen goedkoper worden, het gemiddelde aantal sterren toeneemt. Goedkopere fondsen presteren dus beter.

Dit onderzoek toont wederom aan dat lage kosten zeer belangrijk zijn en een voorspellende kracht hebben voor toekomstige fondsprestaties. Beleggers doen er dan ook verstandig aan om dit aspect in hun beleggingsbeslissing mee te nemen.

(klik op tabel voor vergroting)

Denkt u alles te weten over beleggen? Klik hier om dat te bewijzen met de Morningstar Investing Mastermind Quiz.

Over de auteur

Jeffrey Schumacher, CFA  is fondsanalist bij Morningstar Benelux