Als u verder gaat op deze website gaat u akkoord met het gebruik van cookies op uw apparatuur. Lees meer over ons beleid rond cookies en welk soort cookies wij gebruiken door hier te klikken. Accepteer Cookies

Dividendfondsen: kwaliteit versus waarde (2)

De vorige keer hebben we laten zien dat er grofweg twee smaken dividendfondsen zijn: waarde-georiënteerde fondsen en fondsen die focussen op kwaliteit. In dit artikel bekijken we de prestaties van deze twee dividendstijlen over de afgelopen drie jaar.

Jeffrey Schumacher, CFA 12 september, 2017 | 14:52

In mijn vorige column heb ik laten zien dat dividendfondsen geen homogene groep beleggingsfondsen zijn. Dividendfondsen beleggen logischerwijs in aandelen die vanuit het dividendperspectief aantrekkelijk zijn, maar de manier waarop ze dit doen verschilt. Dit zorgt ervoor dat dividendfondsen grofweg te verdelen zijn in twee groepen.

De eerste groep heeft een voorkeur voor aandelen die een relatief hoog dividend betalen en aantrekkelijk gewaardeerd zijn. De andere groep prefereert kwaliteitsaandelen van bedrijven die een sterke marktpositie hebben en een hoog rendement op eigen vermogen realiseren. Ze worden daarom vaak gezien als veilige dividendbetalers. Echter, deze bovengemiddelde kwaliteit komt tegen een bovengemiddelde prijs, waardoor de waarderingen van de portefeuilles voor deze fondsen duidelijk hoger ligt dan voor de eerste groep fondsen.

Verschillende beleggingsfilosofie
De twee stromingen hanteren dus een verschillende beleggingsfilosofie. Dat verschil in beleggingsstijl heeft ook gevolgen voor de prestaties van de fondsen. Ik heb weer dezelfde fondsen als in mijn vorige column in de onderstaande tabel weergegeven, maar ditmaal met enkele rendement- en risicocijfers over de periode september 2014 tot en met eind augustus 2017. De iShares Core MSCI World ETF is toegevoegd als referentiekader. Klik op de tabel voor een grotere weergave.

De tabel laat zien dat dividendfondsen een zware tijd hadden in termen van rendement ten opzichte van de MSCI World ETF. Geen enkel fonds in de tabel wist beter te presteren dan de markt wanneer we puur naar het rendement kijken. Wat we wel zien is dat de fondsen die zich meer gefocust hebben op kwaliteit per saldo een beter rendement hebben behaald dan de waarde-georiënteerde fondsen.

Datzelfde geldt voor de standaarddeviatie, die voor Kempen Global High Dividend fund (12,78%) en NN Hoog Dividend Aandelen Fonds (12,23%) hoger liggen dan voor de drie fondsen die sturen op kwaliteit. Die fondsen hebben ook alle drie een lagere standaarddeviatie dan de MSCI World ETF.

Deze tweedeling in risico wordt bevestigd wanneer we bekijken hoe de fondsen scoren op de down-capture ratio. Deze ratio laat zien hoeveel procent van de daling van het categoriegemiddelde een fonds heeft meegepakt. Lagere scores zijn hierbij goed, waarbij een score van 100 gemiddeld is.

Focus op kwaliteit
Wanneer een fonds 10% in waarde daalt en gemiddelde fonds in de categorie realiseerde een daling van 7,5%, dan bedraagt die down-capture ratio (-10%/-7,5%) * 100 = 133. Des te lager deze ratio is, des te gunstiger. We zien dat de waarde-georiënteerde strategieën een down-capture ratio hebben die boven de 100 liggen, wat dus betekent dat ze sterker daalden in perioden waarin het rendement van het gemiddelde fonds in de categorie negatief was. De fondsen met een focus op kwaliteit deden het juist beter.

De maximum drawdown bevestigt het beeld dat de kwaliteitsgeoriënteerde fondsen defensiever van aard zijn en het kapitaal in deze periode beter hebben beschermd dan de waarde-georiënteerde strategieën. Daar waar de MSCI World ETF een maximale daling van 12,12% optekende, verloren de kwaliteitsfondsen iets meer dan 9%, terwijl de waarde-fondsen het slechter deden dan de markt.

De fondsen van Kempen en NNIP hebben echter wel weer beter gepresteerd in opgaande markten, wat blijkt uit de up-capture ratio. Deze ratio werkt precies tegenovergesteld aan de down-capture ratio. Dus een score boven de 100 is in dit geval positief, want dan stijgt een fonds harder dan het gemiddelde fonds in de categorie in opgaande markten. Voor beide waarde-fondsen ligt de score op 110. De kwaliteit gefocuste fondsen scoren hier iets minder, hoewel BGF Global Equity Income en Fidelity Global Dividend wel boven de 100 zitten, waar DWS Top Dividende met een score van 93 zich iets conservatiever gedraagt wanneer de markt positief is.

De fondsen van BlackRock en Fidelity wisten dus zowel in dalende als stijgende markten goed te presteren. Hoewel dat een keurige prestatie is, kun je je hierbij ook afvragen in hoeverre dit past bij het karakter van deze fondsen. Ze zijn gefocust op kwaliteit en willen outperformance realiseren tijdens dalende markten. Wanneer deze strategieën ook goed presteren in stijgende markten, dan zijn de koersen van het type aandelen waar ze in beleggen wellicht te ver op de muziek vooruitgelopen.

Prestaties gecorrigeerd voor risico
Wanneer we risico en rendement bij elkaar voegen door middel van de Sharpe-ratio, dan kunnen we een idee krijgen van de voor risico-gecorrigeerde prestaties. Wanneer we puur naar het rendement keken, bleven alle dividendfondsen achter bij de MSCI World ETF. Wanneer we echter corrigeren voor het genomen risico, dan blijkt echter dat de Sharpe-ratio van zowel DWS Top-Dividende (0,87) als Fidelity Global Dividend (0,88) marginaal hoger zijn dan die van de ETF (0,86).

De kwaliteitsgeoriënteerde dividendfondsen hebben op basis van de Sharpe-ratio dus beter gepresteerd dan de bredere markt. Fidelity Global Dividend blijft daar met een Sharpe-ratio van 0,80 niet ver vandaan, wat niet gezegd kan worden van de twee waardefondsen. De Sharpe-ratio voor Kempen Global High Dividend Fund bedraagt 0,66, die voor NN Hoog Dividend Aandelen Fonds 0,59. Het toont aan dat de waardestijl het over de afgelopen drie jaar gemeten moest afleggen tegen de focus op kwaliteit.

Het wordt hiermee duidelijk dat er sprake is van een tweespalt onder dividendfondsen. Het is voor beleggers van belang om zich goed bewust te zijn van de verschillende stijlen binnen dividendbeleggen en wat de gevolgen zijn voor hoe een portefeuille is ingericht. Want verschillende beleggingsstijlen leiden onvermijdelijk tot een verschil in performance. Binnenkort publiceert Morningstar een uitgebreid rapport waarin de verschillen tussen dividendfondsen nog verder zijn blootgelegd door middel van het Morningstar Global Risk Model.

 

Denkt u alles te weten over beleggen? Klik hier om dat te bewijzen met de Morningstar Investing Mastermind Quiz.

Over de auteur

Jeffrey Schumacher, CFA  is fondsanalist bij Morningstar Benelux