Er zijn technische problemen met het inschrijven van gebruikers. We proberen dit zo snel mogelijk op te lossen en intussen vragen we om uw geduld.

Geduldig zoeken de Ultimate Stock-Pickers naar aantrekkelijke aandelen

Morningstar's ultieme aandelenbeleggers hebben de laatste kwartalen zowat de laagste aan- en verkoop van aandelen laten zien. Hun kaspositie groeit. Toch belegden ze met grote overtuiging in Amazon.com, Visa, Mastercard, Monsanto, PepsiCo en Wal-Mart.

Greggory Warren, CFA 22 augustus, 2014 | 17:50
Facebook Twitter LinkedIn

Nadat de Amerikaanse aandelenmarkt in 2013 met meer dan 32 procent steeg, is de groei tijdens de eerste zes maanden van dit jaar vertraagd. De S&P 500 TR Index heeft de eerste helft van 2014 afgesloten met een rendement van 7 procent. Veel van de groei in deze periode is in het tweede kwartaal gerealiseerd, nadat beleggers hun bezorgdheid lieten varen die ze in het eerste kwartaal nog hadden over de groei en de stabiliteit van de valuta’s van opkomende en zich ontwikkelende landen. Beleggers liepen weer warm voor technologie-aandelen en momentumaandelen nadat ze in maart en april massaal hun geld uit deze segmenten hadden weggehaald.

Het kon ook geen kwaad dat de Europese Centrale Bank aankondigde dat ze de probleemmarkten in Europa van extra liquiditeit zou voorzien. Toch blijven de meeste van Morningstar’s Ultimate Stock-Pickers zich in zekere mate zorgen maken over de richting die de markten nu zullen uitgaan (lees onderaan dit artikel meer over het concept van de Ultimate Stock-Pickers en over wie ze zijn).

Beleggers hebben het afgelopen jaar meer risicobereidheid getoond, wat blijkt uit de hoeveelheid kapitaal die gedurende die periode naar aandelenfondsen is gevloeid. Maar Morningstar blijft ervan uitgaan, dat we nog steeds in dezelfde risico-aversiecyclus zitten die bij de financiële crisis van 2008-09 is ontstaan. Zo neemt hun risicobereidheid toe als de markten stabiel zijn en groeien en trekken ze zich massaal terug als de markten krimpen.

Met dat in het achterhoofd vonden we de volgende opmerkingen van Clyde McGregor, die hij in het tweede kwartaal schreef in een brief aan de aandeelhouders van zijn beleggingsfonds Oakmark Equity & Income, interessant. Met name waar het gaat om de vaststelling dat een matige economie nog steeds met een extreem volatiele markt gepaard kan gaan:

Tijdens het tweede kwartaal, en dan vooral in juni, was het stil op de beurzen en was er slechts een lichte groei op te tekenen. De lage volatiliteit in het tweede kwartaal stond haaks op de verwachting dat heel wat politieke factoren de markten uit evenwicht zouden brengen. Deze schijnbare tegenstelling werd in de loop van het kwartaal keer op keer aangehaald door marktcommentatoren. Ook wij hebben geen verklaring voor de lage volatiliteit en de kalmte op de beurzen.

Het is een feit dat de constante monetaire stimulus van de centrale banken de prijs van de effecten zo hoog heeft gehouden. De wereldwijde economische activiteit heeft ook een bescheiden groei laten zien, hoewel bij velen onder ons nog in het geheugen ligt hoe in het verleden tijdens periodes van gematigde conjunctuur de markt enorm volatiel was (bijvoorbeeld de crash van 1987). Een jaar geleden schreven we dat de beleggers blij zouden moeten zijn met "extreme volatiliteit", maar we geven toe dat er momenteel weinig volatiliteit te bespeuren valt.

We waren ook geïntrigeerd door het commentaar van fondsmanager Steve Romick van FPA Crescent over de invloed die de kwantitatieve versoepeling wereldwijd op meer risicovolle activa heeft gehad:

De tegenvallende economische groei heeft ook een positieve kant: deze zorgt ervoor dat de centrale banken niet op de rem gaan staan, ondanks politieke druk om het tegendeel te doen. De Federal Reserve houdt de rente laag en blijft aan kwantitatieve versoepeling doen, zij het in heel beperkte mate. Deze inspanningen hebben economisch gezien weinig zoden aan de dijk gezet maar blijven het prijspeil van risicovolle activa over de hele wereld de hoogte in duwen, waardoor het rendement kunstmatig laag blijft. Dit nulrentebeleid heeft een slechte invloed op de allocatiebeslissingen.

Geld blijft de hele wereld afstruinen op zoek naar rendement, waardoor risicovolle activa blijven stijgen. Veel beleggers die de gewoonte hadden om te kiezen voor het lagere risico van high-grade obligaties en Treasuries (Amerikaanse schatkistcertificaten), gaan hun heil nu elders zoeken. Er is hiervoor geen beter voorbeeld dan de eerste zes maanden van dit jaar, toen de wereldwijde beurzen, de hoogrentende obligaties, goud, olie en langlopende Treasuries hun waarde allemaal tegelijkertijd zagen stijgen, wat zeer zeldzaam is.

Doordat de rendementen zijn teruggelopen, lijkt het erop dat de verwachtingen en uitgavebehoeften van beleggers constant zijn gebleven, waardoor ze meer extra risico nemen in verschillende beleggingscategorieën wereldwijd. Terwijl in het verleden heel wat stijgende markten op hebzucht waren gebaseerd, lijkt deze meer op behoeften gebaseerd.


Daarnaast vonden we dat de volgende opmerkingen van de beheerders bij Tweedy Browne Value een treffende beschrijving waren van de moeilijke positie waarin veel van de topfondsbeheerders zich bevinden nu de beurzen zo hoog staan:

Of we nu in de gevarenzone voor een zeepbel zitten of niet, staat nog ter discussie, maar de beleggers moeten zich er van bewust zijn dat het risico in sterke mate wordt bepaald door de prijs die iemand betaalt voor een effect en dat ze dus alert moeten blijven. Zoals u wel weet, gaan we ons niet wagen aan voorspellingen omdat we zelf niet zeker zijn of deze voorspellingen beter zouden zijn dan lukrake beleggingskeuzes. We zien onszelf als een partij die naar waarde zoekt in plaats van rendement, en we weten dat we vandaag gemiddeld genomen voor één dollar waarde meer moeten neertellen. Uit onze ervaring blijkt dat zich kansen zullen voordoen als we blijven zoeken en geduld blijven uitoefenen.

Het is vanuit bovenstaande optiek dat de Ultimate Stock-Pickers hun portefeuilles blijven beheren. En deze manier van denken verklaart ook waarom onze topbeheerders de voorbije vier kwartalen zowat de laagste koop- en verkoopactiviteit aan de dag hebben gelegd die we de laatste vijf en een half jaar van hen hebben gezien. Het verklaart ook de groeiende cashposities bij sommige van de topbeheerders, vooral degenen die niet zijn gebonden aan beleggingsmandaten die hen verplichten om steeds hun volledige kapitaal te beleggen.

Terwijl de groep van 22 fondsbeheerders die zijn opgenomen in ons overzicht een gemiddeld kassaldo van 9 procent (en een mediaan kassaldo van 5 procent) hadden aan het einde van het tweede kwartaal, hadden de niet-gebonden fondsen een gemiddeld kassaldo van 12 procent (en een mediaan kassaldo van 10 procent). Dit in vergelijking met een gemiddelde van minder dan 5 procent voor alle Amerikaanse beleggingsfondsen die Morningstar volgt.

Ondanks de risico-aversie bij sommige van de Ultimate Stock-Pickers, blijven deze topaandelenbegellers hun geld aan het werk zetten. Ze beleggen vooral in ondernemingen met een concurrentievoordeel - en het liefst een groot voordeel - als ze erin slagen hoogwaardige bedrijven te vinden die een beursnotering hebben die lager ligt dan hun geschatte intrinsieke waarde (fair value).

Helaas zijn het aantal en de vergelijkbaarheid van de aankopen en verkopen bij de topbeheerders erop achteruitgegaan naarmate de markt is gestegen, wat het moeilijk maakt om bij de verschillende beheerders sterke koop- en verkoopsignalen te vinden.

Reële waarde (fair value) van de totale markt op basis van Morningstars schatting van de reële waarde voor individuele aandelen



Wanneer we kijken naar de aankoopactiviteit van de Ultimate Stock-Pickers hebben we de neiging om onze aandacht te richten op aankopen uit sterke overtuiging en nieuwe aankopen. Bij Morningstar omschrijven we aankopen uit sterke overtuiging (high-conviction) als gevallen waarin beheerders hun bestaande posities aanzienlijk hebben uitgebreid, of aanzienlijke nieuwe posities hebben aangekocht (new money) met bijzondere aandacht voor de impact van deze transacties op de totale portefeuille.

Wanneer we kijken naar deze aankoopactiviteit, moet er echter op worden gewezen dat de beslissing om deze effecten te kopen al vroeg in april kan zijn gemaakt aangezien de koersen die de topbeleggersrders betaald hebben anders zijn dan de huidige koersniveaus.

Beleggers moeten de aantrekkelijkheid van een aandeel dat hier wordt vermeld beoordelen door te kijken naar een aantal van de maatregelen die voortvloeien uit het onderzoek van onze aandelenanalisten, zoals de Morningstar Rating voor aandelen en de ratio koers/geschatte reële waarde (fair value). Dat is nu vooral van belang, nu de S&P 500 een notering heeft die zich op recordhoogte bevindt en de markt als geheel enigszins overgewaardeerd lijkt, en nu het aandelenuniversum van Morningstar een notering heeft die net boven de door onze analisten geschatte reële waarde ligt.



(Gegevens over aandelenkoers en Morningstar Rating per 15 augustus 2014)

Lees ook de analistenrapporten over Amazon.com en PepsiCo.

Wie een blik werpt op de 'high conviction'-aankopen van de Ultimate Stock-Pickers in het tweede kwartaal van 2014, ziet duidelijk dat deze topbeleggers nog steeds te maken hebben met een zwakkere koopomgeving. Bij slechts 12 van de beste 25 high-conviction-aankopen die in deze periode werden gedaan was meer dan één van de topbeheerders betrokken. Dit in vergelijking met de periode vóór 2013, wanneer bij de bovenste helft van de top 10 van 'high conviction'-aankopen in eender welk kwartaal vier of meer van de Ultimate Stock-Pickers belangrijke aandelenaankopen deden. 

Doordat nu alle tien de ondernemingen door slechts twee van de topbeheerders zijn aangekocht, is het moeilijk om één naam meer naar voren te halen dan een andere. Wel is de lijst van top-10 'high conviction'-aankopen gerangschikt volgens relatieve overtuiging, zodat we kunnen zeggen dat Amazon (AMZN) met meer overtuiging werd gekocht dan Wal-Mart (WMT), maar het verschil in overtuiging tussen de twee was tamelijk klein. Het aandeel van Amazon werd niet enkel uit overtuiging gekocht door Oakmark en Morgan Stanley Institutional Growth, maar was een 'new money'-aankoop voor het eerste fonds. Beheerder Bill Nygren had het volgende te zeggen over de aankoop van het aandeel (dat doorgaans niet beschouwd wordt als een waarde-aandeel):

Dat brengt ons tot onze nieuwste positie, die bij sommigen ongetwijfeld vragen zal oproepen over onze filosofie als waardebeleggers: Amazon. De consensus over het verwachte rendement bedraagt iets meer dan één dollar. Op basis van de mediaan van de koers-winstratio zou Amazon ergens rond een kleine 20 dollar geprijsd zijn. Dus hoewel het aandeel 124 dollar heeft verloren ten opzichte van zijn hoogste stand in januari (van 408 dollar toen, naar 284 dollar in mei), blijft de K/W-ratio uitzonderlijk hoog.

Maar we hebben nooit geloofd dat de K/W-ratio zaligmakend is op het vlak van waardering. Amazon is een retailer en een heel efficiënte. Wanneer we aandelen in dezelfde sector vergelijken, vergelijken we vaak hun marktkapitalisatie met hun omzet in plaats van de winst. Sinds 2001 werd Amazon doorgaans verhandeld tegen een cap-to-sales ratio die twee tot vier keer hoger ligt dan die van de traditionele detailhandelaren. Amazon is onlangs net onder de twee gegaan, zodat men zou kunnen zeggen dat Amazon een tamelijk aantrekkelijk aandeel is.


Maar die manier van meten gaat voorbij aan een belangrijke verandering in de activiteit van Amazon. De verkoop door derden (verkoop op amazon.com waarbij Amazon niet zelf de verkoper is maar het alleen het onlineverkoopplatform aanbiedt) is sneller gegroeid dan de directe business van Amazon. En voor die transacties wordt volgens de boekhoudkundige regels enkel de commissie van Amazon als inkomsten meegeteld. Als u via de site amazon.com een item koopt van een derde partij, mag Amazon hiervoor dus maar 13 dollar inkomsten laten meetellen, waarvan bijna alles brutowinst is.

Bij de verkoop door derden speelt Amazon in feite gewoon de rol van de eigenaar van het winkelpand die een percentage van de verkoop ontvangt als huur. Amazon ontvangt hiervoor minder brutowinst dan een gemiddelde kleinhandelaar, maar de activiteit brengt ook veel minder risico's met zich mee. Daarom zijn we van mening dat een dollar in de verkoop door derden ongeveer even veel waard zou moeten zijn als een dollar die Amazon direct verkoopt.


Het wordt interessant wanneer we de vergelijking van de cap-to-sales ratio aanpassen door er ook de geschatte bruto-omzet uit de verkoop door derden in op te nemen. In plaats van te worden verkocht tegen twee keer de verhouding van de omzet van de gemiddelde traditionele kleinhandelaar, gaat Amazon van de hand tegen slechts 80 procent. Dus op basis van de bruto-omzet zou het aandeel van Amazon met 25 procent moeten toenemen om te worden geprijsd zoals de bedrijven die door Amazon in hun voortbestaan worden bedreigd. Volgens die berekeningsmethode is Amazon dus nooit goedkoper geweest.

Moet Amazon ten opzichte van de omzet met een korting worden geprijsd? Het antwoord wordt grotendeels bepaald door de winst die Amazon zou kunnen maken als het niet zo zwaar zou investeren in toekomstige groei. Voor de meeste activa-intensieve bedrijven verschijnen de investeringen in groei vooral op de balans en deze worden langzaam als depreciatie afgeschreven van de winst- en verliesrekening tijdens de levensduur ervan. In een bedrijf met weinig activa zoals Amazon worden de meeste uitgaven voor groei echter meteen afgetrokken van de winst- en verliesrekening, wat tot een grotere onmiddellijke daling van de winst leidt.

Wij denken dat indien Amazon sterk zou snoeien in zijn groei-uitgaven en daarmee aan hetzelfde tempo zou groeien als andere kleinhandelaren, het vergelijkbare operationele marges zou kunnen behalen. Maar dat willen we niet. Wij zijn van mening dat het management de waarde maximaliseert door zwaar te investeren in een sterke bovengemiddelde groei. Dus ja, Amazon is een bedrijf dat snel groeit. Maar als we kijken naar de koers, beschouwen we het als een waarde-aandeel.


Morningstar-analist R.J. Hottovy is het hier roerend mee eens. Hij wijst erop dat Amazon wordt verkocht tegen 83 procent van zijn reële waarde (fair value) in een markt waarin aandelen over het algemeen van de hand gaan tegen 101 procent van de door Morningstar-analisten geschatte reële waarde (fair value). De prijs van cyclische consumentenaandelen zoals Amazon ligt in de lijn van deze waarden.

Hij zegt, dat Amazon een prominente rol heeft gespeeld in de structurele verschuiving naar een kleinere rol voor de traditionele kleinhandelaar. Amazon kan daarbij rekenen op een netwerk van 250 miljoen actieve gebruikers, recente investeringen in infrastructuur om de bestellingen te kunnen afhandelen en content. Het bedrijf heeft één van de grotere concurrentiële voordelen (moat) in de consumentensector en zal een ontwrichtende werking blijven hebben op de detailhandel, de digitale media en cloud computing.

Hottovy denkt, dat waarderingsmaatstaven zoals koers/winst en ondernemingswaarde/EBITDA op dit moment minder zinvol zijn gezien de impact die investeringen op de korte termijn op de marges zullen hebben, maar hij blijft ervan overtuigd dat Amazon een premiewaardering blijft verdienen dankzij zijn grote concurrentievoordeel, zinvolle mogelijkheden voor groei en groeipotentieel voor de marge op de langere termijn.

Oakmark heeft in het tweede kwartaal ook een 'high conviction'-aankoop van Monsanto (MON) verricht en werd daarin weer gevolgd door de beheerders bij Morgan Stanley Institutional Growth. Bill Nygren zei het volgende over hun interesse in het aandeel, dat ook een 'new money'-aankoop was:

Monsanto is een toonaangevende wereldwijde leverancier van zaden, biotechnologie, herbiciden en data-analyse voor landbouwers. Wij geloven dat Monsanto een kwalitatief hoogwaardig bedrijf is met bovengemiddelde groeivooruitzichten en een uitzonderlijk sterke concurrentiepositie binnen een grote en geconsolideerde sector. De leidinggevende positie van Monsanto zal volgens ons nog versterken doordat succesvolle eigenschappen van zaden worden gecombineerd en het bedrijf zijn distributievoordeel behoudt.

Daarnaast kan het platform voor precisielandbouw van Monsanto, een gevolg van de recente aankoop van The Climate Corporation, heel wat groeipotentieel bieden en Monsanto verder onderscheiden van de concurrentie aangezien telers deze technologie voor het verbeteren van oogsten nog maar pas zijn beginnen te gebruiken.

Het afgelopen anderhalf jaar heeft het management een agressievere kapitaalstructuur overwogen en onlangs kondigde het een plan aan om meer financiering aan de balans toe te voegen en de winst te gebruiken voor een aandeleninkoopprogramma. Door de lage graanprijzen, de moeilijkheid om de pijplijn in de biotech te waarderen en om het groeipotentieel van precisielandbouw te kwantificeren staat Monsanto materieel gezien lager geprijsd dan onze schatting van de intrinsieke bedrijfswaarde.

Monsanto is op dit moment niet zo goedkoop als Amazon, maar de aandelen staan bijna 10 procent lager geprijsd dan Morningstars schatting van de reële waarde (fair value; USD 130), vergeleken met de grondstoffensector die iets dichter bij de reële waarde is geprijsd. Morningstar-analist Jeff Stafford gelooft, dat Monsanto's portfolio met gepatenteerde producten de basis vormt van zijn brede economische concurrentievoordeel (wide moat), net zoals de door patenten beschermde geneesmiddelen de grondslag vormen voor het concurrentievoordeel van farmaceutische bedrijven zoals Pfizer.

Stafford merkt verder op, dat het succes dat het bedrijf boekt met de verkoop en distributie van gepatenteerde eigenschappen cash blijft genereren. Dat geld kan elk jaar worden geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling voor nieuwe generaties van producten, waarmee het bedrijf zijn cyclus van succesvolle productinnovatie voortzet. Volgens hem is het aandeleninkoopprogramma van Monsanto ter waarde van USD 10 miljard waardeneutraal aangezien het aandeel relatief dicht bij zijn reële waarde staat geprijsd.

Wel denkt hij dat dit programma het weinig waarschijnlijk zal maken dat Monsanto een overname zal doen waardoor de waarde ervan zou kelderen. Dat is zeker van belang na de recente geruchten dat Monsanto rivaal Syngenta wou kopen (dat volgens hem een minder goed zadenportfolio heeft) voor meer dan USD 40 miljard.

Hoewel zowel Oakmark en Morgan Stanley Institutional Growth betrokken waren bij de aankoop van twee andere namen - Visa (V) en MasterCard (MA) - op de lijst van top 10 'high conviction'-aankopen, hebben deze niet de mate van controverse teweeggebracht die we zagen bij de 'new money'-aankopen van Oakmark. We hebben van de beheerders van Diamond Hill Large Cap wel wat meer inzicht gekregen in hun 'new money'-aankoop van MetLife (MET) en Noble Energy (NBL), die het volgende te zeggen hadden in hun brief die ze elk kwartaal aan de aandeelhouders richten:

We hebben in de loop van het kwartaal verschillende nieuwe posities ingenomen. De wereldwijde levensverzekeraar MetLife was volgens onze schatting van zijn intrinsieke waarde met een aanzienlijke korting geprijsd gezien de onzekerheid over kapitaalvereisten die het gevolg kunnen zijn van het feit dat MetLife zal worden aangemerkt als een niet-bancaire "systeemrelevante financiële instelling (SIFI)". Bovendien leek de aandelenprijs geen rekening te houden met de gestage verbetering van het risicoprofiel van MetLife sinds CEO Steve Kandarian in 2011 aan het roer kwam.

Noble Energy is een goed bestuurd en goed gepositioneerd bedrijf voor de exploratie en productie van olie en gas. De koers in het kwartaal bood de gelegenheid om een nieuwe positie in te nemen. Wij geloven dat Noble een zeer aantrekkelijke activabasis heeft die geconcentreerd zit rond het DJ Basin, Marcellus, de Golf van Mexico en het oostelijke Middellandse Zeegebied en een hele reeks ontwikkelingsmogelijkheden biedt.

We hebben iets minder succes in onze zoektocht naar informatie bij Pat English van FMI Large Cap over zijn 'new money'-aankopen van Progressive (PGR), Ross Stores (ROST) en Omnicom (OMC), aangezien hij enkel het volgende over deze transacties te melden had:

We hebben Omnicom teruggekocht nadat we het in juli vorig jaar hadden verkocht toen ze hun fusie met de Franse reclamegigant Publicis aankondigden. Volgens ons was dit een grote vergissing en blijkbaar is het management van beide bedrijven tot dezelfde conclusie gekomen aangezien de deal is afgeketst. We hebben er vertrouwen in dat het bedrijf weer zal kiezen voor organische groei en we zijn erin geslaagd om onze positie tegen een relatief gunstige prijs terug te kopen. In de loop van het kwartaal werden kleine posities verworven in Progressive Corporation en Ross Stores. We zullen in onze volgende brieven meer kunnen uitweiden over deze bedrijven.

Terwijl we afwachten welke informatie hij voor ons in petto heeft, zouden we over deze transacties willen opmerken dat van de drie namen Ross Stores de enige is die met een korting ten opzichte van Morningstars schatting van de reële waarde (fair value) is geprijsd.

Morningstar-analist Bridget Weishaar wijst erop, dat off-price retailers zoals Ross tijdens de recessie en het zwakke herstel hun klantenbasis hebben kunnen uitbreiden omdat consumenten prijsbewuster zijn geworden en bereid zijn om in te boeten op klantenservice en duur winkelontwerp in ruil voor kortingen van 20-60 procent op producten van hetzelfde merk. Aangezien de economische tegenwind op de korte termijn waarschijnlijk zal aanhouden, denkt ze dat Ross zijn marktaandeel zal behouden en zal blijven profiteren van de overtollige voorraad waar leveranciers mee zitten.

Voor de volgende vijf jaar ziet Weishaar Ross als een tamelijk interessant idee aangezien het bedrijf een gemiddelde jaarlijkse winstgroei van 7 procent zal genereren met 2 procent vergelijkbare omzet en een stijging van 7 procent in de winkels. Ze zegt er wel bij dat Ross gevoelig is voor het risico dat klanten terugkeren naar winkels die aan de volle prijs verkopen als het weer beter gaat met de economie.



(Gegevens over aandelenkoers en Morningstar Rating per 15 augustus 2014)

Lees ook de analistenrapporten over eBay en Amazon.com.

Geen terughoudendheid bij Ronald Canakaris, de beheerder van ASTON/Montag & Caldwell Growth (MCGIX), die verantwoordelijk was voor de 'new money'-aankopen van Schlumberger (SLB) en Thermo Fisher Scientific (TMO). Hij had in zijn kwartaalbrief aan de aandeelhouders het volgende over de transacties te zeggen:

We hebben binnen het Fonds drie nieuwe posities ingenomen tijdens het kwartaal: Schlumberger, Thermo Fisher Scientific en W.W. Grainger. Schlumberger, dat diensten voor olievelden verleent, heeft zijn focus verlegd naar een meer gematigde groei van de kapitaaluitgaven, zodat het bedrijf zich beter kan concentreren op het verbeteren van de marges en het terugbetalen van kapitaal aan de aandeelhouders. Onze positie was gebaseerd op de beter dan verwachte activiteit van de Amerikaanse oliesector, wat de kansen doet toenemen dat de groei nog hoger zal uitvallen dan de al solide winsten. Het management heeft over een periode van drie jaar onze verwachtingen overtroffen, waardoor we onze schatting van de reële waarde (fair value) hebben verhoogd.

Thermo Fisher Scientific produceert wetenschappelijke instrumenten, gebruiksgoederen en chemicaliën. Het bedrijf heeft een sterke staat van dienst op het vlak van fusies en overnames, en we denken dat de overname van Life Technologies in 2014 het bedrijf meer diepgang en omvang zou moeten geven op het vlak van genetica en biowetenschappen en het een leidende positie zal geven in de proteomica, genomica en celbiologie. De winst zou sneller moeten groeien dankzij de volledige opname van het resultaat van Life en de opbouw van operationele synergieën. We hebben de positie uitgebreid toen het bedrijf teleurstelde op het vlak van organische winstgroei. We gaan er namelijk van uit dat de synergieën in de aanloop naar 2015 enorm zullen toenemen door de overname van Life.

We denken dat een positieve dagelijkse omzet en piekende interne uitgaven voor groei-initiatieven en hogere incrementele marges zouden moeten kunnen leiden tot een groeiende omzet en winst van W.W. Grainger. Dit is een bedrijf dat materiaal voor onderhoud, herstel en operationele activiteiten verkoopt in de VS en Canada. We zijn deze positie blijven uitbreiden tegen een meer aantrekkelijke prijs nadat in mei bleek dat de analisten fout zaten over het omzetcijfer.


Meer over de Ultimate Stock-Pickers
Ultimate Stock-Pickers is een door Morningstar ontworpen concept met één eenvoudig doel: ons eigen onderzoek naar en waardering van aandelen vergelijken met de opinies van professionele vermogensbeheerders. Waar de aandelenanalisten bij Morningstar het grootste deel van hun tijd wijden aan de zoektocht naar kwaliteitsondernemingen tegen aantrekkelijke waarderingen, zou het van nonchalance getuigen als we niet onder ogen zouden zien dat een hele groep mensen buiten Morningstar druk bezig is met hetzelfde. Waarom zouden we dan niet profiteren van de vruchten van hun werk en, terwijl we daarmee bezig zijn, tal van juweeltjes ontdekken die van tijd tot tijd in ons eigen universum van 5-sterrenaandelen belanden?

Wat alle beheerders van aandelenfondsen vinden is voor ons echter minder interessant dan de mening van de beste en meest toonaangevende aandelenbeleggers. Zodoende houden wij een lijst aan van 22 fondsbeheerders die we de moeite waard vinden om te volgen (zie onderaan dit artikel het Investment Manager Roster wie we tot de Ultimate Stock-Pickers rekenen). Deze - Amerikaanse- fondsbeheers en beleggers hebben hun sporen verdiend en Morningstar bewondert hun visie en rendement. De bekendste onder hen is superbelegger Warren Buffett.

Nu de meeste beheerders van institutionele beleggingsfondsen verplicht zijn om hun posities op kwartaalbasis te rapporteren aan de Securities and Exchange Commission (SEC), en Morningstar maandelijkse updates ontvangt van veel beheerders van particuliere beleggingsfondsen, kunnen wij een lijst samenstellen van participaties van de 26 topfondsmanagers en belangrijke veranderingen in hun aandelenposities volgen.

Zodra dat achter de rug is, beoordelen wij de relatieve aantrekkelijkheid van elk afzonderlijk aandeel op basis van het aantal fondsen dat het aandeel aanhoudt en kijken we of er al dan niet aan de positie werd toegevoegd. Ook bekijken we het percentage dat elk aandeel vertegenwoordigt in de portefeuilles van iedere beheerder in de lijst, om het overtuigingsniveau voor een bepaald aandeel te bepalen op basis van het bedrag dat ze eraan toegekend hebben (high-conviction en new money aankopen).

Hierdoor kunnen wij een lijst van topaankopen en topverkopen samenstellen, die we vervolgens via een controleproef vergelijken met onze eigen aandelenwaarderingen. Zo bepalen we of een aandeel nog steeds verkocht wordt tegen een waardering die aantrekkelijk genoeg is om verder onderzoek te rechtvaardigen. Het doel is om aantrekkelijke beleggingsideeën op te doen. We willen een beeld krijgen van hoe de ultieme aandelenbeleggers hun geld aan het werk zetten om een goed rendement te genereren.

Facebook Twitter LinkedIn

Over de auteur

Greggory Warren, CFA  Greggory Warren, CFA, is a senior stock analyst with Morningstar.

© Copyright 2022 Morningstar, Inc. Alle rechten voorbehouden.

Voorwaarden        Privacybeleid        Cookie Settings