Einde van een stenen tijdperk

Goldman Sachs heft zijn BRIC-fonds op. Het als economisch concept bedachte acroniem lijkt daarmee aan haar einde te komen als beleggingsthema. De prestaties van actief beheerde fondsen in de BRIC-landen zijn dan ook niet overtuigend geweest. Beleggers hebben de afgelopen vijf jaren massaal geld uit BRIC-fondsen onttrokken.

Ronald van Genderen 09 december, 2015 | 10:17
Facebook Twitter LinkedIn

De opheffing van een fonds is geen uitzonderlijke gebeurtenis binnen de fondsenindustrie. Integendeel, de fusie en liquidatie van fondsen is aan de orde van de dag en trekt over het algemeen weinig aandacht. Af ten toe is er wel één die interesse wekt. Het bericht dat Goldman Sachs zijn BRIC-fonds opheft is in ieder geval wel een opvallende.

Het acroniem BRIC, dat staat voor Brazilië, Rusland, India en China, werd in november 2001 geïntroduceerd door Jim O’Neill. Hij was destijds hoofdeconoom bij Goldman Sachs. Met het samenbrengen van de vier landen beoogde hij de aandacht te vestigen op vier opkomende economieën die ongeveer in dezelfde fase van economische ontwikkeling verkeerden en in rap tempo aan economisch belang wonnen. De BRIC-landen kwamen synoniem te staan voor de verschuivende economische machtsverhoudingen weg van de ontwikkelde G7-landen richting de opkomende landen.

Hype

Daarmee was het concept achter het acroniem vooral een economische. Het verhaal was door de marketingafdelingen van fondsaanbieders echter makkelijk te verkopen. Gezamenlijk herbergen de vier landen 40% van de wereldbevolking, terwijl het gezamenlijke bruto binnenlands product slechts circa 25% van het wereldwijde totaal bedraagt. En bovendien was BRIC’s natuurlijk een ‘lekker bekkende’ naam. Zie daar wat een potentieel... Voor beleggers, maar ook voor de introductie van fondsen die in enkel en alleen in de betreffende vier opkomende landen belegden.

In de jaren na het introduceren van de term steeg het aantal BRIC-fondsen en het vermogen dat zij beheerden explosief. De mate waarin de producten aan de man werden gebracht en beleggers interesse toonden in beleggingen in de BRIC-landen, mogen zelfs gerust trekjes van een hype worden toegedicht.

In de eerste jaren na de introductie van de BRICs leek het concept als belegging goed te aarden. Van december 2001 tot en met december 2009 bedroeg het rendement van de MSCI BRIC index (in euro's) gemiddeld 17,34% per jaar. Daarmee werd de veel bredere MSCI Emerging Market index ruimschoots verslagen, aangezien deze bleef steken op gemiddeld 12,24%. Weliswaar kende de BRIC-landen een aanzienlijk hoger risico, maar daar leek de outperformance van gemiddeld meer dan 5% per jaar ruimschoots voor te compenseren.

Einde succesverhaal

Vanaf 2010 lijkt er een einde te zijn gekomen aan het succesverhaal. Vanaf dat moment wist de MSCSI BRIC index in geen enkel volledig kalenderjaar meer de MSCI Emerging Market index te verslaan. Het gemiddelde jaarlijkse rendement over de periode van 2010 tot en met november 2015 bedraagt 4,41% voor de brede index voor opkomende landen, terwijl de BRIC index blijft steken op 1,42% en opnieuw een aanzienlijk hoger risico kent. In het huidige decennium blijken de BRIC-landen een aanzienlijk minder goede plek te zijn om te beleggen dan opkomende landen in zijn algemeenheid.

Het verschil in indexprestaties is tot daar aan toe, maar actief beheerde aandelenfondsen die beleggen in BRIC-landen blijken maar van weinig toegevoegde waarde te zijn voor beleggers. Over de periode december 2001 tot en met november 2015 bedroeg het rendement van de MSCI BRIC index 10,32% gemiddeld per jaar. Actief beheerde fondsen behaalden over dezelfde periode slechts een rendement van 5,12%, iets minder dan de helft van de index.

Animo tandende

Hoewel de MSCI Emerging Market index met een rendement van 8,86% achterbleef bij het rendement van de MSCI BRIC index, behaalden fondsen in opkomende landen een jaarlijks gemiddeld rendement van 7,55%. De MSCI BRIC index behaalde een hoger rendement dan de MSCI Emerging Market index, toch wisten opkomende landen fondsen beter te presteren dan BRIC-fondsen.

Niet verwonderlijk dat de animo onder beleggers voor BRIC-fondsen al een aantal jaren tanende is. Waar de instroom van beleggersgeld tot en met 2010 per saldo zeer positief was, is er na dat jaar geen kalenderjaar meer geweest dat er beleggers nieuw geld in de fondsen staken. Integendeel, gemeten vanaf eind 2010 onttrokken beleggers tot en met oktober 2015 69% van hun vermogen uit de BRIC-fondsen. Opkomende landen-fondsen kenden juist een groei van 17% van het beheerde vermogen door instroom van beleggersgeld.

Einde van een tijdperk

Inmiddels is Goldman Sachs zelf ook niet meer zo zeker van de toekomst van BRIC als beleggingsconcept en heeft het besloten het BRIC-fonds te fuseren met een breed beleggend opkomende landen fonds. Het BRIC-fonds verloor 88% van haar fondsvermogen sinds de top in 2010 en de vermogensbeheerder verwacht “geen significante groei van het beheerd vermogen in de nabije toekomst”.

Vandaag de dag worden er nog 38 BRIC-beleggingsfondsen verkocht in Europa. Dat wordt er nu eentje minder na de opheffing van het fonds van Goldman Sachs. De vraag is gerechtvaardigd hoeveel BRIC-fondsen over 1 à 2 jaar nog bestaan. Het door O’Neill ingeroepen stenen tijdperk lijkt met de opheffing van het beleggingsfonds van Goldman Sachs in ieder geval slechts zo’n 14 jaar te hebben geduurd. Dat is kort voor een steentijd, maar voor een gehypet beleggingsthema nog best lang.

Facebook Twitter LinkedIn

Over de auteur

Ronald van Genderen

Ronald van Genderen  is fondsanalist bij Morningstar Benelux

© Copyright 2022 Morningstar, Inc. Alle rechten voorbehouden.

Voorwaarden        Privacybeleid        Cookie Settings