Active Share en ETF

Tot supportersrellen is het net niet gekomen, maar in de afgelopen week waren er zowel voorstanders van indexbeleggen als rivaliserende actieve beleggers in ons land om hun congressen te houden. Gelukkig waren de congressen gescheiden, alhoewel sommige bezoekers bij beide clubs kwamen kijken.

Freddy van Mulligen 19 april, 2010 | 11:07
Facebook Twitter LinkedIn

Bij het uitverkochte Inside ETF’s Europe congres ben ik niet geweest. Maar naar wat ik heb begrepen, zijn daar de grote voordelen van het beleggen in beursverhandelbare indexaandelen nog eens onderstreept door diverse sprekers en presentaties van onderzoeken. En ETF’s staan in de belangstelling. Onze eigen Autoriteit Financiële Markten die zich doorgaans toch niet in detail met beleggingsvoorstellen bemoeit, heeft laten weten dat ETF’s eerder regel dan uitzondering zouden moeten zijn voor beleggers. De instroom in ETF’s en indexfondsen die nu al aanzienlijk is, zal de komende jaren naar verwachting verder toenemen, ook in Nederland en zeker als adviseurs zich niet meer door fondsen mogen laten betalen.

ETF’s hebben voordelen. Ze zijn goedkoper en daardoor presteren ze doorgaans behoorlijk goed vergeleken met actieve fondsen die gemiddeld de index ook niet verslaan. Daarbij zijn ze simpel en daardoor overzichtelijk. Natuurlijk zijn er ook wat vragen bij ETF’s: hoe zit het bij synthetische ETF’s die werken met derivaten met het tegenpatijrisico? Hoe zit het met de terugvordering van buitenlandse dividendbelasting? Doen ETF’s wel fatsoenlijk mee op aandeelhoudersvergaderingen? Zijn er geen ETF’s die toch de index niet volgen maar actief beleggen?

Op donderdag was het de beurt aan professor Antti Petajisto om op uitnodiging van Fidelity aan een goedgevulde slotzaal in een zonovergoten Zeist uit te leggen dat actief beleggen wel kan bestaan en zelfs wat kan opleveren. In een paper heeft Petajisto samen met Martijn Cremers enige jaren geleden (officieel gepubliceerd in 2009) baanbrekend werk verzet om actieve beleggers in kaart te brengen en hun resultaten te meten.

Ik weet niet hoe Fidelity Petajisto in de watten heeft belegd en wat ze hebben betaald om deze man naar Nederland te krijgen. Maar Fidelity en zijn concullega’s zouden Petajisto en Cremers blanco cheques moeten sturen, met goud moeten behangen met private jets moeten laten rondvliegen en zorgen dat het deze heren aan niets en dan ook werkelijk niets zal ontbreken. Precies op het moment dat na tientallen jaren academisch onderzoek het inzicht bijna algemeen was geworden dat alle niet-indexfondsen beter gesloten kunnen worden en fondsmanagers omgeschoold moeten worden, laten zij zien dat echte actieve beheerders wel degelijk resultaat toevoegen, hun kosten goedmaken en dit ook nog eens vrij constant doen. Ze zijn de redding van een hele industrie en de eer van een beroepsgroep van beleggingsanalisten en portefeuillebeheerders!

De mate van actief beheer wordt door deze heren bepaald door de inhoud van de index met de portefeuille van het fonds te vergelijken. Een indexfonds heeft een active share dicht bij nul, een fonds dat geen enkel aandeel uit de index opneemt heeft een active share van 100%. Op een set van 2650 Amerikaanse (!) beleggingsfondsen van 1980 tot 2003 vonden Cremers en Petajisto dat fondsen met een active share hoger dan 80% na kosten (!) het gemiddeld per jaar ongeveer 1,5% beter doen dan de index.

Een paar opmerkingen. Allereerst is het Amerikaans onderzoek. Hoewel ik verwacht dat in Europa dezelfde resultaten gevonden kunnen worden is het hier door de kleinere omvang van aandelenbeurzen moeilijker om een active share van hoger dan 80% te bereiken. Een andere opmerking is dat active share niet per definitie goede resultaten betekent. Misschien wel gemiddeld, maar ook onder fondsen met een hoge active share heb je fondsen die slecht presteren en dat ook nog eens vrij constant door de tijd heen doen.

Het type fondsen dat vooral goed rendeert in het onderzoek zijn de zogenoemde “diversified stock pickers”, fondsmanagers die actief en veel aandelen selecteren voor hun portefeuille maar qua sectorgewichten of assetverdeling niet ver afwijken van de index. Fondsen die qua aandelenselectie dicht tegen de index aanhangen of die sterke sectorafwijkingen vertonen laten mindere prestaties zien terwijl de fondsmanagers die zeer geconcentreerd in een handjevol aandelen beleggen kampen met hoge risico’s en sterk wisselende prestaties.

“Active share” en “ETF”, knoop het in uw oren. In de komende jaren zullen die termen nog vaak vallen. Hoe zit het met active share in Nederland? Oordeel zelf. Volgens Morningstar berekeningen heeft BNP Paribas Obam heeft een active share van 90% ten opzichte van de wereldindex en Robeco 73%. Tegenover de AEX-index heeft ING Dutch fund een active share van 8%, het SNS Nederlands Aandelenfonds 11% en Robeco Hollands Bezit ‘maar liefst’ 30%.

Facebook Twitter LinkedIn

Over de auteur

Freddy van Mulligen  .

© Copyright 2022 Morningstar, Inc. Alle rechten voorbehouden.

Voorwaarden        Privacybeleid        Cookie Settings