Betaalt u ook te veel transactiekosten?

ETF zijn niet noodzakelijk goedkoper dan hun actieve broertjes.

Ben Johnson 27 april, 2010 | 8:48
Facebook Twitter LinkedIn

Over het feit dat ETFs met hun lagere kostenratio’s aantrekkelijk zijn als kernpositie voor een lange termijnportefeuille, is de financiële industrie het stilaan wel eens. Maar hoe is het gesteld met de toegangsprijs om te beleggen in ETFs? Daarover bestaat nog heel wat discussie. Om dit goed te begrijpen, moeten beleggers begrijpen hoe de kostenstructuur voor het beleggen in ETFs in elkaar zit.

Het belang van liquiditeit
Beleggingen worden vaak omschreven als liquide (of niet liquide, ook wel illiquide), maar wat wil dat precies zeggen? Liquide beleggingen zijn goedkoop te verhandelen en het is steeds mogelijk om een koper of verkoper te vinden. Liquide beleggingen, zoals de aandelen van megaorganisaties als Royal Dutch Shell, wisselen snel van hand en de individuele transacties in deze aandelen hebben een minimale impact op de marktprijs. Illiquide beleggingen daarentegen hebben doorgaans minder kopers en verkoper. Bovendien kunnen deze beide partijen sterk van mening verschillen over de waarde van de beleggingen, wat de “marktwaarde” onduidelijk maakt.

De verschillen hoeven niet zo extreem te zijn, liquiditeit kent verschillende gradaties. Zelfs de goedverhandelde individuele bedrijfsobligaties hebben de neiging om minder liquide te zijn dan de aandelen van dezelfde onderneming. Dat komt omdat op de aandelenmarkten er vaak slechts één of twee aandelenklassen zijn, terwijl er een dozijn obligatieuitgiftes kunnen bestaan. Ten opzichte van megaorganisaties lijken de aandelen van een kleine organisatie – hoewel ze nog steeds voldoende liquide zijn om eenvoudig in te handelen – relatief illiquide.

Waar komt liquiditeit in ETFs vandaan?
ETFs hebben twee belangrijke bronnen van liquiditeit: de primaire en secundaire markt. De primaire markt is waar een ETF geboren wordt. Geregistreerde deelnemers (GDs) kunnen op de primaire markt nieuwe ETF aandelen creëren door de ETF aanbieder cash of een mandje met beleggingsinstrumenten aan te bieden. GDs kunnen die ETF aandelen aanhouden en uiteindelijk ook weer inruilen tegen cash of beleggingsinstrumenten bij de ETF aanbieder. Een andere mogelijkheid bestaat er in om de ETF aandelen te verkopen op de secundaire markt. Voor particuliere beleggers die ETFs op de beurs willen kopen, geldt de liquiditeit op de secundaire markt. Daarbij kan gekeken worden naar: activa onder beheer, verhandeld volume, aantal market makers en bied-laat spreads.

Kijken we eerst naar de activa onder beheer (AUM). Dit cijfer wordt vaak weergegeven als “Share Class Size”. Over het algemeen geldt dat grotere ETFs (op basis van hun activa onder beheer) meer liquide zijn dan kleinere varianten.

Ook het volume van een ETF op de beurs speelt een belangrijke rol. Deze informatie vind je vaak terug op de website van ETF aanbieder of die van de beurs. Het volume geeft weer hoeveel aandelen van een ETF verhandeld werden gedurende een specifieke tijdsperiode en is de belangrijkste indicator voor de liquiditeit van de secundaire markt Om het volume van verschillende ETFs met elkaar te vergelijken, is het soms nodig om rekening te houden met de prijzen van de verschillende aandelenklassen van een ETF. Een ETF met een prijs van €80 waarvan 500.000 aandelen van verhandeld worden op een dag, is heel wat meer liquide dan een ETF die verhandeld wordt tegen €10 aan 1.000.000 aandelen per dag aangezien er in totaal meer geld in en uit de eerstgenoemde ETF stroomt.

Ten derde is het ook belangrijk te kijken naar het aantal market makers die een ETF aanbieden. Sommige ETF aanbieders vermelden dit op hun factsheet en in de meeste gevallen is deze informatie ook beschikbaar op hun website. Doorgaans geldt dat hoe groter het aantal market makers, hoe kleiner de bied-laat spread is.

Tot slot is het belangrijk om te kijken naar die bied-laat spreads. Daarvoor gebruik je onderstaande formule. Hoe kleinere de spreads, hoe meer liquide een ETF.

Sommige spelers op de secundaire markt kunnen ook over te counter (OTC) handelen. Dat wil zeggen dat deze transacties niet via te beurs gebeuren, maar rechtstreeks tussen de aan- en verkopende partijen. De OTC markt wordt gedomineerd door institutionele kopers en verkopers die voor grote bedragen handelen. Deze transacties zijn een erg belangrijke bron van liquiditeit (maar worden vaak niet geregistreerd of gerapporteerd) en nemen waarschijnlijk ruim 50% van het totale transactievolume voor hun rekening. Omdat ETFs buiten de Europese MiFID (Markets in Financial Instruments Directive) regeling vallen, moeten zij niet voldoen aan de rapporteringstandaarden die in deze EU richtlijn worden beschreven. Als gevolg daarvan worden de statistieken over de liquiditeit op de secundaire markt steeds onderschat.

De bied-laat spread
Behalve als indicator voor de liquiditeit van een ETF (zoals hierboven omschreven) is de bied-laat spread waarschijnlijk een van de meest belangrijke elementen bij het verhandelen van een ETF. De spread is het verschil tussen de hoogste prijs die iemand op de markt bereid is te betalen (bied) en de laagste prijs waartegen iemand op de markt bereid is om te verkopen (laat). Het verschil tussen beide prijzen geldt als inkomst voor de market maker – een derde partij die de transactie tussen kopers en verkopers mogelijk maakt.

De bied-laat spread is een kost die volgt uit het verhandelen van beleggingsinstrumenten. Over het algemeen geldt dat een lagere bied-laat spread zorgt voor lagere transactiekosten voor zowel de aan- als verkoper. De bied-laat spread wordt in de meeste gevallen weergegeven als een percentage van de marktprijs. Bijvoorbeeld: een ETF met biedprijs €0,99, marktprijs €1,00 en laatprijs €1,01, heeft een spread van 0,02 of 2%. Het is belangrijk te melden dat deze cijfers enkel ter illustratie dienen. In de praktijk zijn de bied-laat spreads een fractie van dit voorbeeld.

Brengen we het voorgaande samen, dan bieden meer liquide beleggingen vaak lagere bied-laat spreads waardoor de transacties goedkoper zijn voor de meer liquide beleggingen (indien al het overige hetzelfde blijft). Dit verklaart ook gedeeltelijk waarom de kostenratio’s voor ETFs die meer liquide indices volgen (bestaande uit meer liquide aandelen) zoals de DJ Eurostoxx 50, lager zijn dan voor ETFs die minder liquide indices volgen zoals bijvoorbeeld de MSCI Emergin Markets Index.

Hoe gaat u om met liquiditeit?
In de eerste plaats is het belangrijk om de zorgen over de liquiditeit van ETFs in de juiste context te plaatsen. Kleine verschillen in liquiditeit worden belangrijker naarmate te beleggingshorizon van een belegger korter wordt. Wie snel in- en uit wil stappen uit een ETF, zal sterker rekening houden met de spread dan iemand die een ETF aanhoudt voor meerdere jaren. Dat komt omdat een hypothetische 0,01% verschil meer impact heeft op een belegger die na 2 uur alweer uitstapt en een verwacht theoretisch rendement heeft van 0,10%. Verder is het ook belangrijk om te onthouden dat de liquiditeit even belangrijk is wanneer u aankoopt als wanneer u verkoopt. Trendy ETFs kunnen erg liquide zijn op het moment van uitgifte, maar de liquiditeit kan in gevaar komen wanneer alle beleggers samen teleurgesteld proberen te verkopen.

Een mogelijke manier om met liquiditeit om te gaan is door te kiezen voor de meest liquide optie. Daarvoor kunt u bovenstaande elementen gebruiken. Gebruik limieten bij het doorgeven van uw orders indien er onvoldoende liquiditeit aanwezig is. Op die manier behoudt u de controle over de prijs wanneer de spreads voor een ETF uitlopen.

Tot slot is ook de tijdszone niet onbelangrijk. Wanneer een ETF een buitenlandse index volgt, is deze afhankelijk van de handelsuren van de thuismarkt van de index. Tijdens deze handelsuren is de prijs van de index het meest nauwkeurig na te gaan, terwijl dat buiten de uren veel minder vanzelfsprekend is. Dus voordat u ’s morgens vroeg wilt beleggen in een ETF die de S&P500 volgt, wacht even. Het kan goed zijn te wachten tot de Amerikaanse markten open zijn om zo een meer accurate prijs te krijgen.

Transactiekosten
Een laatste element in het kostenplaatje van ETFs zijn de transactiecommissies die u dient te betalen. Deze kunnen erg hoog zijn. De effectieve hoogte is afhankelijk van uw broker, het aantal transacties dat u uitvoert, of u de transactie uitvoert via een adviseur, per telefoon of online en de markt waarop de ETF in kwestie wordt verhandeld (buitenlandse markten hebben vaak hogere transactiecommissies). Zoek een broker die bij u past om de kosten te minimaliseren. Een eenvoudige manier om deze kosten te beperken is door een buy & hold discipline aan te houden. Daarmee zeggen we niet dat u nooit moet handelen, maar door het aantal transacties te beperken, verzekert u zichzelf er wel van dat de kosten onder controle blijven.

Facebook Twitter LinkedIn

Over de auteur

Ben Johnson  Ben Johnson is Morningstar’s Director of European ETF Research.

© Copyright 2024 Morningstar, Inc. Alle rechten voorbehouden.

Voorwaarden        Privacybeleid        Cookie Settings        Beleidsdocumenten