Succes staat in de sterren

Het letten op kosten bij beleggingsfondsen betaalt zich altijd terug. Ook sterrenratings helpen beleggers bij het kiezen van de beste fondsen.

Freddy van Mulligen 10 augustus, 2010 | 8:43
Facebook Twitter LinkedIn

Ieder jaar kijkt mijn Amerikaanse collega Russel Kinnel hoeveel voorspelkracht de sterrenratings hebben die Morningstar aan beleggingsfondsen geeft. En of er misschien andere factoren zijn die een bijdrage kunnen leveren aan de zoektocht naar de beste fondsen.

Succesratio
De rendementen die fondsen laten zien en die u vindt op de websites van Morningstar vertellen maar het halve verhaal. Veel fondsen verdwijnen namelijk van het radarscherm omdat aanbieders slecht presterende fondsen van de markt halen in de hoop dat u ze snel vergeet. Rendementen en gemiddelde rendementen zeggen daarom niet alles. Kinnel gebruikt in zijn studie naast gemiddelde rendementen ook de succesratio: hoeveel fondsen uit een bepaalde groep bleven bestaan en deden het beter dan de concurrentie. Deze succesratio is niet te manipuleren door fondsen op te heffen.

Kinnel keek naar de drie- en vijfjaars sterrenrating in de periode van 2005 tot en met 2007 én naar fondsen met de hoogste en laagste kosten. Vervolgens keek hij hoe de prestaties waren in de daaropvolgende jaren.

Voor alle onderzochte categorieën en tijdsperioden bleek dat de 20 procent goedkoopste fondsen – gemeten met de expense ratio – in de daarop volgende periode gemiddeld altijd beter presteerden dan de 20 procent duurste fondsen. Daarbij komt dat in de Verenigde Staten de 20 procent duurste fondsen ook nog eens twee maal zoveel kans hebben om van de markt gehaald te worden. En geloof me, dat gebeurt niet omdat ze zulke fantastische prestaties lieten zien.

Het verband tussen kosten en prestaties is bijna causaal te noemen. Het letten op kosten betaalt zich altijd terug. Een dollar of euro die niet aan kosten wordt betaald, levert namelijk direct een hogere opbrengst op.

Toekomst
Bij de voorspelkracht van sterrenratings als het gaat om toekomstige gemiddelde rendementen wordt het ingewikkelder. Die is er zeker, maar als markten een duidelijke trend laten zien is die sterker dan in volatiele en draaiende markten. Daarbij komt dat fondsen met één ster en die het geluk hebben toch te overleven, vaak speculatief te werk gaan en wel eens een klapper maken die de gemiddelde rendementen positief beïnvloeden.

De sterrenratings blijken wel behoorlijke voorspellers van de succesratio: hoeveel van de fondsen blijft bestaan en verslaat het marktgemiddelde. Bij internationale aandelenbeleggingen bleek dat 53 procent van de vijfsterrenfondsen uit 2005 in de komende vijf jaar bleef bestaan en beter presteerde dan het marktgemiddelde. Dat was voor slechts 13 procent van de éénsterfondsen het geval. Bij gemengde fondsen was de succesratio van vijfsterrenfondsen nog hoger en bleek de rating een betere voorspelling van succes op te leveren dan door enkel naar de kosten te kijken.

Tien seonden
Naar kosten moet een belegger zeker kijken als hij een selectie maakt uit beleggingsfondsen en ook de sterrenrating kunnen hem verder helpen bij de eerste selectie in het bijna onuitputtelijke fondsuniversum. Beide zijn krachtige instrumenten, maar niet geschikt als criterium waarmee je in tien seconden een beleggingsbeslissing kunt nemen. Die criteria bestaan namelijk niet. Een belegger moet zich ook verdiepen in de beheerder en de gevolgde strategie. In ons kwalitatieve onderzoek naar beleggingsfondsen combineren we al deze informatie tot een kwalitatieve rating.

Facebook Twitter LinkedIn

Over de auteur

Freddy van Mulligen  .

© Copyright 2022 Morningstar, Inc. Alle rechten voorbehouden.

Voorwaarden        Privacybeleid        Cookie Settings