Welke woningbouw-ETFs zitten stevig in elkaar?

Voor beleggers met een sterke overtuiging (positief of negatief) van de vooruitzichten van de huizenbouwsector zijn er verschillende geschiktte ETFs.

Robert Goldsborough 30 september, 2010 | 15:13
Facebook Twitter LinkedIn

Hoewel de huizenprijzen zich sinds april 2009 hebben gestabiliseerd, is er sindsdien nog geen sprake van herstel. Tot maart van dit jaar kocht de Amerikaanse regering voor meer dan 1 biljoen dollar door hypotheken gedekte effecten (mortgage-backed securities). En op 30 juni van dit jaar eindigde een speciale stimuleringsmaatregel voor starters, in de vorm van een belastingaftrek van 8.000 dollar.

Hoewel dit niet leidde tot een daling in de huizenprijzen, is er ook nauwelijks beweging gekomen in de markt. Uit de huizenprijzenindices van Standard & Poor’s en Case-Shiller die eind juli bekendgemaakt werden, bleek dat de huizenprijzen op jaarbasis in mei gestegen waren ten opzichte van april. Hierbij werd echter het commentaar gegeven dat dit grotendeels ook aan seizoenseffecten te danken zou kunnen zijn. Voorts gaat men ervan uit, dat er ook een “na-ijleffect” kan spelen, omdat de belastingpremie voor starters van toepassing was voor alle transacties die tot en met 30 juni definitief zouden zijn afgesloten.

Aangezien de werkloosheid hoog blijft en de beurs in het algemeen daalt (waardoor consumenten het gevoel hebben dat ze minder rijk zijn), ontwikkelt de verkoop van nieuwe huizen zich op zijn best matig. Er zijn weinig tekenen die wijzen op duurzaam herstel. Zo maakte het Amerikaanse ministerie van Handel eind juni bekend, dat de verkoop van nieuwe huizen in mei met bijna een derde was gedaald ten opzichte van april (naar voor het seizoen gecorrigeerd met 300.000 eenheden) Veel lager dan economen hadden geraamd.

Na een bijstelling van het cijfer voor mei naar 267.000, maakte het ministerie eind juli bekend dat de trend in juni was omgeslagen met een stijging van 23,6 procent naar een voor het seizoen gecorrigeerd aantal van 330.000 huizen op jaarbasis. Het cijfer voor juni was hoger dan de door economen voorspelde 310.000, maar dit was nog geen aanleiding om de champagnekurken te laten knallen. Het was immers nog steeds het op één na laagste groeitempo sinds de instanties dergelijke cijfers in 1963 begonnen te volgen. Grote uitslagen lijken nu de norm te zijn en de huizenmarkt lijkt er maar niet in te slagen om achtereenvolgend gunstige cijfers te laten zien.

Positieve aspecten
Ondanks dit sombere macro-economische beeld mogen beleggers een aantal positieve aspecten van de huizenbouwsector niet negeren wanneer zij proberen tekenen van herstel te ontwaren. De hele branche is duidelijk veranderd: een aantal van de zwakkere bedrijven is failliet gegaan en een aantal grotere heeft nu grote liquide reserves. De belangrijkste woningbouwbedrijven zijn ook veel sterkere en betere ondernemingen geworden dan een paar jaar geleden. Zij hebben hun bestanden aanzienlijk afgebouwd, projecten gerationaliseerd en hun organisaties aangepast om een kostenstructuur te verkrijgen die beter past bij de actuele situatie met een lagere vraag. Naar verwachting zullen de beursgenoteerde woningbouwbedrijven beter gepositioneerd zijn voor het komende herstel van de huizenmarkt.

Voor beleggers met een sterke overtuiging (hetzij positief of negatief) over de vooruitzichten van de huizenbouwsector, zijn er verschillende geschikte ETFs. Als altijd waarschuwen wij beleggers dat een dergelijk fonds het best werkt als satellietcomponent van een gespreide aandelenportefeuille, aangezien huizenbouw-ETFs inzetten op een zeer smal marksegment. Voorts wijzen wij erop dat, ondanks de verschillen tussen de twee belangrijkste huizenbouw-ETFs, hun rendementen een sterke correlatie vertonen (98 procent). Niettemin moeten beleggers goed kijken naar de verschillen tussen de twee belangrijkste ETFs wanneer zij overwegen te beleggen.

De grootste en meest liquide van de belangrijkste huizenbouw-ETFs is SPDR S&P Homebuilders ETF (XHB). Het fonds volgt de S&P Homebuilders Select Industry Index, die bestaat uit het subsegment huizenbouw van de S&P Total Market Index en 25 woningbouwbedrijven omvat, waaronder Ryland Group (RYL), MDC Holdings (MDC) en D.R. Horton (DHI), daarnaast fabrikanten van bouwmaterialen zoals Armstrong World Industries (AWI), Masco (MAS), Mohawk (MHK) en Leggett & Platt (LEG), woninginrichters en detailhandelszaken waaronder  Williams-Sonoma (WSM) en Bed Bath & Beyond (BBBY) en detailhandelaren voor doe-het-zelf benodigdheden als Home Depot (HD) en Lowe's Companies (LOW).

De directe blootstelling aan de huizenmarkt die XHB biedt, is verrassend laag, slechts 32 procent van de fondsactiva zijn belegd in bedrijven die huizen bouwen. De overige posities zijn echter wel allemaal op de één of andere manier aan de huizenmarkt gekoppeld en het sentiment ten aanzien van de huizenmarkt op de effectenmarkt heeft duidelijk zijn weerslag getoond op de resultaten van deze ondernemingen. De kostenratio van XHB is met 0,35 procent de laagste onder de huizenbouw-ETFs en is naar onze mening redelijk.

Mede gezien de problemen op de huizenmarkt is het misschien verbazingwekkend dat XHB in 2008 (hoewel met gering verschil), 2009 en 2010 beter gepresteerd heeft dan de S&P 500, vanwege de sterke resultaten in het niet aan de huizenmarkt gekoppelde deel van de portefeuille van dit fonds.

Zuiverder blootstelling
Het iShares Dow Jones U.S. Home Construction Index Fund ETF (ITB), dat de Dow Jones U.S. Select Home Construction-index volgt, zet zuiverder in op een blootstelling aan de Amerikaanse woningbouwsector. Woningbouwondernemingen als NVR (NVR), D.R. Horton en PulteGroup (PHM) zijn goed voor rond 64 procent van de totale activa en bedrijven die zich niet rechtstreeks met de bouw van huizen bezighouden, zoals Home Depot, zijn beperkt tot maximaal 40 procent van de portefeuille.
Hierdoor zijn beleggers ervan verzekerd dat zij, in ieder geval op dit moment, met deze ETF in aanzienlijke mate rechtstreeks aan de huizenbouwsector zijn blootgesteld. ITB omvat 26 bedrijven en rekent iets hogere kosten aan, 0,48 procent. Vanwege de hogere weging aan pure woningbouwbedrijven in de portefeuille, die het de afgelopen tijd slechter hebben gedaan dan de markt als geheel, deed dit fonds het in 2008 (weliswaar in geringe mate) en 2009 slechter dan de S&P 500 en presteerde het in de eerste helft van 2010 iets beter dan de S&P 500.

TAGS
ETF
Facebook Twitter LinkedIn

Over de auteur

Robert Goldsborough  Robert Goldsborough is an ETF Analyst at Morningstar.

© Copyright 2024 Morningstar, Inc. Alle rechten voorbehouden.

Voorwaarden        Privacybeleid        Cookie Settings        Beleidsdocumenten