We voeren onderhoud aan de website uit en daardoor kunt u eventueel kleine haperingen ervaren. We vragen uw geduld tijdens deze werkzaamheden.

Aandelen wereldwijd

Wereldwijd beleggende fondsen konden wederom goede rendementen boeken. Dat was vooral te danken aan de VS, Japan en het VK. De eurozone bleef achter.

Morningstar Europe Editor 17 februari, 2011 | 19:08
Facebook Twitter LinkedIn

Morningstar’s referentiegroep van wereldwijde largecaps heeft het jaar afgesloten met een solide rendement van 17%. Zogenoemde groeiaandelen waren meer in trek, want fondsen die zich in dit segment specialiseerden behaalden een rendement van 17,8% tegenover 15,5% voor wereldwijde beleggers in waarde aandelen. Ook in dit segment valt op dat fondsen die beleggen in kleinere en middelgrote aandelen wederom hogere rendementen behaalden; gemiddeld 22% in 2010.

Een voorkeur voor technologieaandelen, waaronder een grote participatie in Apple, droeg bij tot de mooie resultaten voor veel fondsen. Ook sommige Chinese aandelen stegen flink door, Longhai Steel was  met een rendement van 380 procent de aanvoerder. Maar ook het slechtst presterende aandeel van 2010 was afkomstig uit China: de financiële dienstverlener Hong Kong Exchanges and Clearing daalde bijna de helft in waarde. Een gevoel van veiligheid dat groei in China de garantie vormt voor goede rendementen, is onterecht. Bij wereldwijd beleggende fondsen is het Brits-Nederlandse Shell de vaakst voorkomende en grootste positie in de referentiegroep, op de voet gevolgd door ExxonMobil. De populariteit van deze energiereuzen kan deels worden toegeschreven aan het feit dat fondsbeheerders hun posities in BP inruilden voor andere aandelen om hun sectorale spreiding in de olie- en gassector aan te vullen.

Thematisch beleggen
Genomineerd in deze categorie zijn Credit Suisse EF (Lux) Global Value dat in 2010 een rendement maakte van 30,1 procent, Sarasin EquiSar - Global (+ 21,2) en Aphilion Q² Equities (+ 29,1).
Credit Suisse Global Value, heette vroeger ‘World’ in plaats van ‘Global Value’. De nieuwe naam is inderdaad een betere want de beheerders zijn belijdende volgelingen van Graham en Dodd, de uitvinders van de fundamentele analyse. Dat betekent dat bedrijfsonderzoek voorop staat, zo niet de enige bepalende factor is en dat enkel aandelen die ondergewaardeerd zijn in portefeuille worden opgenomen.

Dit is een fonds dat zwaar in Japan zat (38% ultimo 2010). Dat is vier maal zoveel dan gemiddeld in de categorie. En dat hielp de rendementen in 2010, vooral ook door de appreciatie van de Japanse yen. Qua sectoren schoot het fonds goed met zijn liefde voor consumentengoederen en industriële materialen. De rendementen over 1 jaar en  3 jaar behoren tot de allerbeste in de  categorie. Over vijf jaar behoort het fonds met zijn prestaties ook tot de beste 10%.

Sinds 2001 zijn Harry Talbot Rice en Guy Monson beheerders van Sara-sin Equisar Global. Sarasin is een oude naam en is sinds 2007 grotendeels eigen dom van de Nederlandse Rabo-bank. Sarasin heeft zich de afgelopen 20 jaar in toenemende mate gespecialiseerd in strategieën voor duurzame beleggingen (SRI) en het spectrum aan SRI-criteria en -strategieën is voortdurend uitgebreid. In 2009 werd de knoop door gehakt en werd in alle producten rekening gehouden met SRI-criteria. Voor dit fonds is een thematische beleggingsstrategie gekozen die belangrijker is dan traditionele geografische sectorspreiding. Het fonds onderkent vier tot zes trends als ‘Corporate Restructuring’, ‘The Strong get Stronger’ en ‘Pricing Power’ en kiest per thema de aandelen in zijn portefeuille.

Manager en pc
Aphillion Q2 is niet het enige wereldwijde fonds uit België dat zich positief onderscheidt, maar wel het enige dat genomineerd is. Aphillion belegt kwantitatief. Ongeveer 700 aandelen worden door het model gehaald en consensusverwachtingen en bedrijfsnieuws spelen een rol om te bepalen of een aandeel op korte termijn onder- dan wel overgewaardeerd is ten opzichte van de lange termijn waardeschatting. Naast voor de selectie van aandelen, geeft het model ook een raamwerk voor risicobeheer. Het model is belangrijk, maar uitkomsten worden gecontroleerd door analisten. Hoewel het model niet stuurt op regio’s, hebben de posities in de VS en Japan het fonds geholpen. Het fonds is niet zonder risico’s voor wie het koersverloop vergelijkt met andere fondsen, maar het rendement van 29,1% over 2010 was meer dan uitstekend en bezorgt het fonds een nominatie.

Genomineerden
Credit Suisse EF (Lux) Global Value
(geen kwalitatieve rating beschikbaar) / *****
Fondsmanager: Gregor Trachsel
Rendement 2010: 30,1% 



Sarasin EquiSar - Global
(geen kwalitatieve rating beschikbaar) / ****
Fondsmanager: Harry Talbot Rice en Guy Monson
Rendement 2010: 21,2% 



Aphilion Q² Equities
(geen kwalitatieve rating beschikbaar) / *****
Fondsmanager: Nico Goethals en Jan Holvoet
Rendement 2010: 29,1% 






Lees ook de speciale bijlage 'Outperformers' vandaag bij het FD met meer informatie over de genomineerde fondsen en hun managers en artikelen over de benchmark als fictie, kenmerken van de alpha-managers en gatekeepers over fondsselectie.

Terug naar overzichtspagina >

Facebook Twitter LinkedIn

Over de auteur

Morningstar Europe Editor  .

© Copyright 2022 Morningstar, Inc. Alle rechten voorbehouden.

Voorwaarden        Privacybeleid        Cookie Settings