Welkom bij Morningstar.nl! Bekijk de veranderingen en ontdek hoe onze nieuwe functionaliteiten u kunnen helpen bij uw beleggingsbeslissingen.

Aan de slag met spitsvondige obligatiefondsen

Hoogrentende obligatiefondsen, bankleningfondsen en inflatie-geïndexeerde obligatiefondsen.

Mornigstar Analyst, 17 maart, 2011 | 9:44

We bekijken hoogrentende obligatiefondsen, bankleningfondsen en inflatie-geïndexeerde obligatiefondsen. Deze fondsen zijn ontworpen om eventuele rente- of inflatierisico’s te onderdrukken die de kop kunnen opsteken op andere plaatsen in uw portefeuille. U kunt ze ook aankopen om voor extra rendement te zorgen.

Hoogrentende en speculatieve obligatiefondsen
Kijkt u uit naar een uitbreiding van uw obligatiefondsen, dan is het mogelijk dat u de hoogrentende types eerst in overweging zult nemen. Hoogrentende obligaties worden dikwijls obligaties van lagere kwaliteit of speculatieve obligaties genoemd. Ongeacht de gebruikte terminologie, bieden deze obligaties meer inkomsten dan schatkistpapier of andere kwaliteitsvolle bedrijfsobligaties. De achterliggende reden is dat er meer kredietrisico mee gemoeid is, nl. het risico dat emittenten niet in staat zouden zijn om regelmatige inkomsten uit te betalen of de aanvankelijk ingelegde hoofdsom terug te betalen. Als de economie met andere woorden vertraagt, of als bedrijven in nesten raken, bestaat de kans dat het beloofde kapitaal niet kan worden terugbetaald.

Omdat het kredietrisico, en niet het renterisico, hun achilleshiel vormt, helpen speculatieve obligaties het rentevoetrisico te spreiden dat de meeste kwaliteitsobligaties kenmerkt. Onthoud dat fondsen met een voorkeur voor obligaties van de hoogste beleggingskwaliteit met lange looptijden behoorlijk volatiel kunnen zijn, afhankelijk van wat de rentetarieven doen. Omdat speculatieve obligaties hogere rendementen uitkeren en vaak met kortere looptijden worden uitgegeven, zijn ze minder gevoelig aan rentevoetverschuivingen dan obligaties van hogere kwaliteit met langere looptijden. De Federal Reserve bleef bijvoorbeeld de rentetarieven verhogen tijdens de eerste helft van 2006, en de negatieve impact op hoge-kwaliteitsobligaties met lange looptijden bleef dan ook niet uit. Het gemiddelde speculatieve obligatiefonds, dat veel minder kwetsbaar is voor veranderende rentetarieven, won meer dan 10 procent over het jaar, en werd meer beïnvloed door een daling van het aantal faillissementen en hogere bedrijfswinstmarges.

Bij het uitzoeken van een speculatief obligatiefonds, moet de kredietkwaliteit van een fonds (zie onze Fondsrapporten) onderzocht worden. Belegt het fonds in de hogere regionen van de speculatieve obligaties (zeg maar obligaties met een kredietkwaliteit van BB en B), of wordt toch lager gemikt voor extra rendement? Bekijk ook converteerbare obligaties (obligaties die omgezet kunnen worden in aandelen) om na te gaan of het fonds aandelen aanhoudt, en zie de obligaties van opkomende markten niet over het hoofd. De kans is groot dat die elementen het fonds volatieler zouden maken. Bestudeer ten slotte hoe het fonds presteerde in moeilijke markten voor speculatieve obligaties. Zo krijgt u een beeld van het eventuele toekomstige risiconiveau van het fonds. Met die moeilijke markten bedoelen we periodes tijdens dewelke de economie wankelde. Beleggers in speculatieve obligaties hebben in 1990 en tijdens de zomer van 2002 (toen het bankroete van Worldcom de hoogrentende markt verstoorde) al uitdagende periodes meegemaakt.

Vergeet zeker niet dat hoogrentende obligatiefondsen een sterke aanvulling kunnen zijn voor een portefeuille die al flink gevuld was met schatkistpapier, bedrijfsobligaties en hypotheken, die stuk voor stuk een hoge kredietkwaliteit bieden. Meestal zult u de speculatieve obligaties echter niet meer dan een vierde van uw obligataire activa laten uitmaken.

Bankleningfondsen
Er bestaat nauwelijks een betere manier om hoge inkomsten te innen met lage volatiliteit dan via bankleningfondsen (ook bekend als prime rate-fondsen). Zoals de naam laat vermoeden, beleggen deze fondsen in bankleningen. Banken verstrekken dergelijke leningen doorgaans aan bedrijven (de meeste onder hen met zwakke kredietprofielen) als deel van een overname gefinancierd met vreemd vermogen, waarna ze deze leningen aan institutionele beleggers en beleggingsfondsen doorverkopen. De rendementen op deze leningen stijgen en dalen met de rentetarieven, waardoor de impact van wijzigingen in de rentetarieven op de IW van de fondsen enigszins verzacht wordt.

Te mooi om waar te zijn? Ergens wel. Eigenlijk gaan bankleningfondsen met menig voorbehoud gepaard. Om te beginnen rekenen de meesten relatief hoge vergoedingen aan in vergelijking met het gemiddelde obligatiefonds. Daarnaast maken sommgen gebruik van beleggingshefbomen, die de winsten opdrijven maar ook de verliezen. Met hefbomen werken is in wezen lenen om te beleggen. Stel dat een fonds met USD 100 miljoen aan activa dat vermogen belegt in een effect met een rendement van 10 procent over een bepaalde periode. Daarnaast ontleent het fonds nog eens USD 25 miljoen en belegt het dat in hetzelfde effect met het rendement van 10 procent. Aan het eind van de periode zal het fonds met USD 12,5 miljoen (10 procent van de USD 125 miljoen) in waarde gestegen zijn, wat neerkomt op een rendement van 12,5 procent op de USD 100 miljoen van het eigen door het fonds belegde vermogen, wat meer is dan de 10 procent die het fonds zou hebben verdiend, had het die USD 25 miljoen niet ontleend. Indien de door het fonds aangehouden effecten met 10 procent zouden dalen in plaats van te stijgen, zit het fonds opgescheept met een verlies van 12,5 procent in plaats van het verlies van 10 procent dat het fonds zonder hefboom te verwerken had gekregen.

Het grootste nadeel van bankleningfondsen is echter het beperkte terugkoopbeleid dat de meeste kenmerkt. Aangezien de markt voor bedrijfsleningen zo krap is, wordt het voor een bankleningfonds moeilijk om die leningen te verkopen en zo de aandeelhoudersterugkopen te blijven bijbenen. Daarom staan de meeste bankleningfondsen beleggers alleen toe om hun aandelen op kwartaalbasis te verkopen. (Aankopen kan evenwel te allen tijde.) Indien teveel mensen op hetzelfde ogenblik wensen uit te stappen, bestaat de kans dat u niet zoveel aandelen kunt verkopen als gewenst.

Hoewel bankleningfondsen minder gevoelig blijken te zijn voor verschuivingen in de rentetarieven dan vele obligatiefondsen, betekent dat nog niet dat ze geen geld kunnen verliezen. De meeste bankleningfondsen werden in 1999 zelfs getild door lichte verliezen in de hoofdsommen, ten gevolge van een aantal klungelige leningen. Deze fondsen kunnen uw portefeuille niettemin onnodig zwaar maken.

Wees zeker dat u bij het bestuderen van bankleningfondsen het terugkoopbeleid ervan begrijpt en goed weet of u dit bedrag even lang kunt missen als het betreffende fonds vereist. Houd de kosten in de gaten. Ga ook na of het fonds al dan niet hefbomen gebruikt.

Inflatie-geïndexeerde obligatiefondsen
Inflatie-geïndexeerde obligaties zijn de heilige graal van het inkomstengericht beleggen: beperkte volatiliteit en de garantie dat uw fonds niet wordt genekt door hoge inflatie.

De waarde van een inflatie-geïndexeerde obligatie stijgt met de inflatie, en die laatste is nu eenmaal zo goed als onoverkomelijk. Omgekeerd kan een inflatie-geïndexeerde obligatie in een deflatieklimaat terechtkomen, maar doorgaans niet onder de nominale of pariwaarde van de obligatie. Inflatie-geïndexeerde obligaties zetten geen goede prestaties neer wanneer de inflatie er geremd uitziet en de prijzen van conventionele obligaties de hoogte in schieten, hoewel dat spreidingseffect deel uitmaakt van de aantrekkingskracht.

De meeste inflatie-geindexeerde obligatiefondsen houden het bij de hoogste kwaliteit, of bij de door de Amerikaanse Treasury uitgegeven types, waar doorgaans naar wordt verwezen met “TIPS” (Treasury Inflation-Protected Securities). Er bestaat ook een klein aantal andere obligaties uitgegeven door overheidsagentschappen en ondernemingen die de inflatie trachten bij te houden.

In de praktijk
Uiteindelijk is het vooral belangrijk om met betrekking tot obligatiefondsbeleggingen te begrijpen wat uw fonds al dan niet aankan. Een gewoon fonds van hoge kwaliteit kan fungeren als een goed tegenwicht voor een aandelenportefeuille, maar afgaand op zijn natuur mag men niet verwachten dat het beter presteert dan aandelen over een langere periode. (Obligatiefondsen van hoge kwaliteit bieden veel zekerdere rendementen dan aandelen, zodat ze dergelijke hoge rendementen niet hoeven te etaleren om beleggers aan te trekken.) Omdat rentetarieven bijna nooit stilstaan, mag van een obligatiefonds ook niet verwacht worden dat het jaar na jaar positieve rendementen oplevert. Dat is het punt waar obligaties met alternatieve structuren, zoals “TIPS” of kredietgevoelige instrumenten, zoals speculatieve obligaties, zich kunnen bewijzen als welkom wondermiddel.

Maar vergeet niet wat er in 2008 gebeurd is! Een hoger verwacht rendement komt altijd met een hoger risico.

Denkt u alles te weten over beleggen? Klik hier om dat te bewijzen met de Morningstar Investing Mastermind Quiz.

Over de auteur

 

Bevestiging bezoeker


Onze website maakt gebruik van cookies en andere technologieën om een op u afgestemde ervaring te kunnen leveren, en te begrijpen hoe u en andere bezoekers onze website gebruiken. Zie 'cookie opties' voor verdere details.

  • Andere Morningstar websites
© Copyright 2018 Morningstar, Inc. Alle rechten voorbehouden.      Gebruiksvoorwaardenen      Privacybeleid.    Cookie toestemming