Morningstar's favoriete dividend-ETFs voor 2012

Verlies de risico's niet uit het oog in uw zoektocht naar hogere rendementen.

Michael Rawson 25 januari, 2012 | 11:15
Facebook Twitter LinkedIn

Nu de couponrente op obligaties een historisch dieptepunt heeft bereikt, zijn beleggingscategorieën met alternatieve bronnen van rendement de laatste jaren erg populair geworden. Morningstar merkt dat deze trend zich ook in 2012 voortzet en vindt dat beleggers moeten berusten in de academische bewijzen die dividendbeleggingen en de totaalrendementsbenadering ondersteunen.

Sinds 1927 hebben aandelen waarop hoge dividenden werden uitgekeerd een rendement van 11 procent per jaar opgeleverd, fors meer dan het rendement van 8 procent op niet-dividenduitkerende aandelen. Dit resulteert in een uiteindelijk vermogen dat acht maal zo groot is. Sterker nog, ze behaalden dit resultaat met minder volatiliteit. Dividenduitkerende aandelen behalen echter alleen betere resultaten op de lange termijn.

Waarom zou 2012 dan een bijzonder goed jaar kunnen zijn voor dividenduitkerende aandelen? Ten eerste bieden aandelen een betere relatieve waarde dan obligaties. Ten tweede worden kwaliteitsaandelen van grote ondernemingen verhandeld tegen een lagere prijs dan meer riskante small-caps. In tegenstelling tot small-caps zijn large-caps goed bestand tegen een aanhoudend trage economische groei.



Bron:  Kenneth French

In vergelijking met obligaties zijn aandelen redelijk geprijsd. Tijdens de vier jaar die aan de financiële crisis in oktober 2007 voorafgingen, stopten beleggers USD 875 miljard in aandelen-ETFs en beleggingsfondsen. Aandelenfondsen veroverden 50 procent van elke belegde dollar. Maar in de vier daaropvolgende jaren lieten beleggers de aandelenfondsen links liggen en belegden ze 98 procent van alle kapitaalstromen in obligatiefondsen. Die ernstige risicoaversie heeft ertoe geleid dat aandelen in verhouding tot obligaties aantrekkelijk leken.

Het rendementsverschil tussen de staatsobligatie op 10 jaar en het dividendrendement op de S&P 500 is sinds de jaren ’50 eigenlijk niet meer zo interessant geweest. Destijds hadden we net een periode achter de rug waarin de Federal Reserve de rente op kunstmatig lage niveaus hield om de regering te helpen de Tweede Wereldoorlog te financieren. In de 30 jaar vóór 1980 behaalde de S&P 500 een rendement van 6 procent per jaar na inflatie, tegenover een negatief rendement van 2 procent voor langlopende overheidsobligaties.



Bron:  Morningstar-analisten

Binnen het aandelenuniversum gaat onze voorkeur eerder uit naar large-caps en aandelen met een laag risico, dan naar aandelen met een kleinere kapitalisatie of duurdere aandelen. De economische groei zal waarschijnlijk ondermaats blijven en dus willen we aandelen met een hoge bèta en aandelen die in hun koers rekening houden met een verwachte snelle groei vermijden. Maar zelfs als de groei traag blijft, moeten dividenduitkerende aandelen hun uitbetalingsniveaus kunnen handhaven. De uitbetalingspercentages liggen onder hun historische gemiddelde. Bedrijven zouden dus de uitkeringen kunnen opvoeren om het dollarbedrag van de uitbetalingen te handhaven.

Daarnaast hebben bedrijven een flinke buffer aan kasgeld opgebouwd, die zou kunnen worden gebruikt om de betalingen te verhogen. Ondernemingen uit de S&P 500 beschikken over contanten die overeenstemmen met USD 296 per indexeenheid, tegenover een indexniveau van 1.250. De nettoschuld per eenheid is gedaald van USD 1.058 aan het eind van 2007 tot USD 470 vandaag. Met andere woorden: als we opnieuw in een recessie terechtkomen zijn bedrijven daar veel beter op voorbereid.

Met die beleggingsstelling in het achterhoofd vermelden we hier enkele fondsen die wij aanbevelen en een aantal fondsen met een hoog dividendrendement die we zouden vermijden.

Vanguard High Dividend Yield Index ETF (VYM)
Vanguard heeft twee fondsen op deze lijst. Dit fonds biedt een hoger rendement en een voorkeur voor waardeaandelen met een grote kapitalisatie. Het is goedkoop en breed gediversifieerd, en zou dus kunnen dienen als kernparticipatie. Wellicht overlapt het uw andere large-capfondsen aanzienlijk. Ondanks de praktijken die in de sector worden gehanteerd, is het begrip 'high yield' in de naam geen eufemisme voor rommel – het blijft dan ook een Vanguard-fonds.

WisdomTree DEFA (DWM)
Dit is slechts één van de vele hoogrentende internationale ETFs van WisdomTree. Dit fonds bepaalt de weging van ondernemingen op basis van het uitgekeerde bedrag aan dividenden, wat leidt tot een voorkeur voor waardeaandelen met een grote kapitalisatie. Hoewel dividenden in het buitenland gebruikelijker zijn, bieden ze ook een goede controle op corporate governance, vooral bij beleggingen in buitenlandse markten waar het duediligence proces moeilijker verloopt.

PowerShares FTSE RAFI US 1000 (PRF)
Dit ETF wordt evenmin gepromoot als een dividendfonds, maar het bevat dividendinformatie, naast omzet, boekwaarde en kasstroom. Het resultaat is een stabielere benadering dan het gebruik van dividenden alleen. Veel topbedrijven betalen immers helemaal geen dividenden. VYM heeft bijvoorbeeld geen aandelen in Apple. Van alle fondsen in de lijst is PRF het evenwichtigste kernfonds.

Vanguard Dividend Appreciation ETF (VIG)
VIG is een eeuwige favoriet, en hoewel dit fonds niet beschikt over een hoog rendement, verdient het punten voor stabiliteit. Bedrijven in dit fonds moeten hun dividenden gedurende 10 opeenvolgende jaren verhogen, waardoor de blootstelling aan conjunctuurgevoeligere sectoren wordt beperkt. Bedrijven met sterke merknamen en een stabiel bestand van terugkerende klanten zijn vaak in staat om hun dividenden consequent te verhogen. Het is dan ook geen wonder dat bedrijven als McDonald's, Coca-Cola en Procter & Gamble een plaats in de lijst veroveren.

iShares High Dividend Equity (HDV)
Dit is nog een in 2011 geïntroduceerd fonds dat snel vermogen heeft opgebouwd, maar het is nog steeds veel kleiner dan het andere op dividenden gerichte fonds van iShares, iShares Dow Jones Select Dividend Index (DVY). HDV tracht hoogrenderende aandelen te selecteren die voldoen aan zowel kwalitatieve als kwantitatieve stabiliteitscriteria. Dit resulteert in een hoge opbrengst, zonder in te boeten aan kwaliteit.

Niet alle fondsen die onze goedkeuring wegdragen, vertonen interessante rendementen, maar beleggers moeten onthouden dat een hogere opbrengst per definitie gepaard gaat met hogere risico's. Dan hebben we liever dat fondsen maatregelen nemen om kwaliteitsaandelen te verzekeren en aandelenspecifieke risico's te beperken. Hoogrenderende fondsen met een abnormale sectorconcentratie zouden we vermijden.

Zo was bijna 50 procent van het vermogen van DVY in 2007, net voor de financiële crisis, belegd in financiële aandelen. Defensieve sectoren zoals basisconsumptiegoederen en nutsvoorzieningen hebben het afgelopen jaar betere resultaten geboekt dan de markt en zijn niet langer aantrekkelijk geprijsd. De aandelen in Utilities Sector SPDR (XLU) bieden een rendement van 4,1 procent, maar volgens onze analisten zijn de aandelenprijzen van nutsbedrijven momenteel billijk, en bieden ze weinig bescherming tegen dalingen in vergelijking met de rest van de markt, waar de prijs circa 83 procent van de reële waarde bedraagt.

In de onderstaande tabel wordt het dividendrendement van de portefeuille weergegeven, en niet het rendement op 12 maanden, omdat HDV nog geen volledige 12 maanden bestaat. Het rendement op 12 maanden weerspiegelt het totaalbedrag in contanten dat in het afgelopen jaar door het fonds is uitbetaald. Het vereist dus een volledig jaar van gegevens, en kasstromen zijn na aftrek van kosten. Het dividendrendement van de portefeuille is het gewogen gemiddelde rendement van de aandelen in de portefeuille.


Facebook Twitter LinkedIn

Over de auteur

Michael Rawson  

© Copyright 2022 Morningstar, Inc. Alle rechten voorbehouden.

Voorwaarden        Privacybeleid        Cookie Settings