Als u verder gaat op deze website gaat u akkoord met het gebruik van cookies op uw apparatuur. Lees meer over ons beleid rond cookies en welk soort cookies wij gebruiken door hier te klikken. Accepteer Cookies

De gevaren van te sterke focus op dividendrendement

Dividend is niet zaligmakend voor het totale rendement van een beleggingsfonds. Hoewel dividend een belangrijke bijdrage lijkt te leveren aan de prestaties van een fonds, is er geen causaal verband aan te tonen tussen dividend en totaalrendement, blijkt uit onderzoek van Morningstar-analist Alex Bryan. Een te sterke focus op dividendrendement kan ronduit gevaarlijk zijn, zo laat Bryan zien met voorbeelden van fondsen die onderuit gingen.

Robert van den Oever 08 augustus, 2017 | 11:39

Aandelen die een hoog dividend uitkeren zorgen voor een positieve bijdrage, maar die komt voort uit lage waardering, niet uit hoog dividend. Want hoge dividendbetalers noteren doorgaans tegen een lagere waardering en kennen een lagere volatiliteit dan bedrijven die een laag dividend betalen.

Dat komt omdat een hoge pay-out ratio een nadelig effect in zich draagt. Immers, hoe groter het deel van de winst dat een bedrijf aan zijn aandeelhouders uitkeert, hoe minder er overblijft voor investeringen in toekomstige groei. Juist door die lagere groei kennen dergelijke bedrijven gemiddeld genomen een lagere waardering.

Onderstaande tabel toont een overzicht van 6 verschillende typen dividendportefeuilles, van laag naar hoog dividendrendement, en hun gemiddelde jaarlijkse rendement. Daaruit blijkt dat hoog dividend betalers beter renderen dan laag dividend portefeuilles:

(klik op tabel voor vergroting)

Dus uiteindelijk is het de waardering die zorgt voor het hogere rendement, en niet het dividend. Bryan analyseert de uitkomsten van tabel 1 nog verder door toepassing van regressie-analyse op de rendementen van de 6 portefeuilles, aan de hand van de factoren marktrisicopremie, omvang, waardering en winstgevendheid:

(klik op tabel voor vergroting)

Na toepassing van die factoren blijkt dat hoog-dividend portefeuilles niet beter rendeerden dan laag-dividend, maar wel minder volatiel waren en een lagere gevoeligheid voor marktrisicopremie (markt beta) toonden. Dit omgekeerde verband komt doordat de markt bedrijven afstraft die hun dividend verlagen als de resultaten dalen. Hoog-dividend aandelen lopen dat risico veel minder omdat het hoge dividend het gevolg is van het feit dat het management van een bedrijf er vertrouwen in heeft dat het dividend houdbaar blijft gedurende de volledige economische cyclus: door hun volwassen strategie en consistente cashflow durven ze een aanhoudend hoog dividendniveau aan.

Er is een grens
Maar het verband tussen hoog dividend en lage volatiliteit gaat maar op tot een bepaald niveau. Want uit de analyse van Bryan blijkt dat de factor lage volatiliteit juist minder van toepassing was bij de portfolio’s met het hoogste dividendrendement. De portfolio’s met een wat lager dividendrendement lieten juist minder volatiliteit zien. Met andere woorden; er zit een grens aan de invloed van hoog dividend op de voaltiliteit.

Immers, een hoog dividendrendement is het gevolg van ofwel een hoog dividend ofwel een lage winst per aandeel. Als het hoge procentuele dividendrendement wordt veroorzaakt door lage winst per aandeel, dan neemt het risico toe dat er een dividendverlaging in het verschiet ligt. Beleggers die te zeer gericht zijn op puur dividendrendement, en daarbij diversificatie veronachtzamen of fundamentals onvoldoende meewegen, vergroten dus daardoor het risico en dat kan er in het uiterste geval toe leiden dat ze juist rendement inleveren.

Hier ging het fout
De geschiedenis is geplaveid met voorbeelden van bedrijven die een aantrekkelijk dividendrendement leken te hebben dat echter gestoeld bleek te zijn op verslechterende fundamentals, met als gevolg dat er een moment kwam waarop het mes in het dividend ging. Bijvoorbeeld Bank of America tijdens de financiële crisis of oliedienstverlener ConocoPhillips in februari 2016 vanwege de scherp gedaalde olie- en gasprijzen.

Een voorbeeld van de risico’s die een sterke gerichtheid op dividendrendement met zich meebrengen, is te zien bij de Oppenheimer Ultra Dividend Revenue ETF. Deze kent binnen het landschap van Amerikaanse dividendfondsen het hoogste voorwaarts geïndiceerde dividendrendement en het selecteert de 60 aandelen uit de S&P 900 die het hoogste dividendrendement genereren, en weegt die naar omzet. Die aanpak maakt het fonds beduiden volatieler dan de Russell 1000 Value Index en het kent ook een veel groter neerwaarts risico dan die index.

Bryan pakt er wat cijfers bij: in de periode van 8 oktober 2007 tot 9 maart 2009 zou het fonds 79,5% verloren hebben en dat is 19,7% procentpunten méér dan de Russell index. Pakken we een langere periode, van eind juni 2003 tot en met mei 2017, dan heeft het fonds zijn benchmark met 1,3 procentpunt verslagen. Dat is erg weinig, gezien het risico dat het fonds kent, concludeert Bryan.

Om uit de gevarenzone te blijven is het heus niet nodig om hoog-dividend aandelen helemaal te vermijden of kwaliteits-screening toe te passen. Gewoon een goed gediversifieerde, marktkapitalisatie-gewogen portefeuille van aandelen die een hoog dividend opleveren voldoet al om het risico op problematische aandelen te elimineren, adviseert Bryan. In een volgend artikel zullen we enkele voorbeelden behandelen van dividend-ETF’s die een strategie volgen die volgens de Morningstar-analisten wel goed werkt en die daarom een positieve Morningstar Analyst Rating krijgen.

Nadruk op dividendgroei
De meeste gediversifieerde inkomensstrategieën zijn in de kern waardestrategieën met een lager risico dan het marktgemiddelde. Maar strategieën die gericht zijn op dividendgroei zijn meer op kwaliteit gericht en defensief. Die kijken naar zeer winstgevende bedrijven met houdbare concurrentievoordelen.

Consistente dividendgroei is doorgaans een goed teken. Het geeft aan dat de winstgevendheid stijgt, dat het management vertrouwen heeft in de toekomstige groei en dat er ruimte is om aandeelhouders extra te belonen.

Maar net als met dividendrendement zegt het verleden lang niet alles. Als het dividend sneller groeit dan de operationele winstgevendheid van een bedrijf, dan komen de fundamentals in de knel. En ook al is er voldoende financiële ruimte voor groei, dan is het nog altijd zo dat dividend niets zegt over de koersontwikkeling. Dividend en aandelenkoers staan hoe dan ook nog steeds los van elkaar. Dus dividendgroei is een verstandige strategie, maar zeker niet perfect.

Neem bijvoorbeeld de PowerShares Dividend Achievers ETF. Die stelt als norm dat een aandeel het dividend 10 achtereenvolgende jaren verhoogd moet hebben en weegt de posities naar marktkapitalisatie. Zulke bedrijven zijn Johnson & Johnson en 3M. De lage omloopsnelheid van de portefeuille laat zien dat dergelijke bedrijven hun groei en concurrentievoordelen voor langere tijd kunnen vasthouden.

Maar niet allemaal, want American International Group, General Electric en Bank of America waren eind 2007 nog top holdings van deze ETF, maar ze werden hard geraakt door de gevolgen van de financiële crisis. Twee jaar later waren ze alledrie uit de portefeuille verdwenen. Ook al hadden deze bedrijven een sterk track record vanuit het verleden, de actualiteit van de crisis bracht risico’s aan het licht die de prestaties uit het verleden onhaalbaar maakten. Een meer holistische benadering en directe beoordeling van de winstgevendheid om te zien of groei houdbaar is, had de keuze voor die namen wellicht kunnen vermijden, aldus Bryan.

Uit dit voorbeeld blijkt dat de blik op puur de dividendontwikkeling vanuit het verleden ertoe heeft geleid dat het fonds de verkeerde aandelen op het verkeerde moment in portefeuille nam. In aanloop naar de crisis liep het dividendrendement sterk op, maar om de verkeerde reden: de resultaten kwam onder druk. Door de te sterke focus bereikte de financiële sector een weging van maar liefst 81% in het fonds, terwijl die sector in de Russell 1000 Index een weging van slechts 19% had. Omdat het fonds zo uit de pas liep, kwam de klap ook hard aan: tussen oktober 2007 en maart 2009 verloor het fonds 74,1%, terwijl de drawdown in de Russell 1000 Index maximaal 55,1% bedroeg.

Te sterke focus leidt tot risico
Concluderend stelt Bryan dat dividend alleen niet voor rendement op een aandeel kan zorgen. Dividendstrategieën moeten nooit alleen op een hoog dividendrendement gericht zijn, want die beperkte focus leidt tot grote risico’s. Een goede strategie is gediversifieerd, selecteert op kwaliteit en winstgevendheid en houdbaarheid van winst- en dividendniveau.

Dit is het tweede artikel in een serie van drie artikelen over dividendbeleggen met ETF's. Het eerste deel is maandag verschenen en het afsluitende deel krijgt u woensdag.

 

Lees meer over dividendbeleggen:

De aantrekkelijkste dividendaandelen volgens de Ultimate Stock Pickers

Defensieve dividendfondsen

Pas op met dure dividendaandelen

Hoog dividend: te mooi om waar te zijn

Hier kraakt het dividend

Tien niet te missen weetjes over dividendbeleggen

Denkt u alles te weten over beleggen? Klik hier om dat te bewijzen met de Morningstar Investing Mastermind Quiz.

Over de auteur

Robert van den Oever  Robert van den Oever is research editor bij Morningstar in Amsterdam