Als u verder gaat op deze website gaat u akkoord met het gebruik van cookies op uw apparatuur. Lees meer over ons beleid rond cookies en welk soort cookies wij gebruiken door hier te klikken. Accepteer Cookies

Beleggingsfonds van de week: BlackRock World Energy

Morningstar verwacht een gunstige ommekeer van het rendement van BlackRock World Energy gegeven het robuuste beheerteam en beleggingsproces. Ondanks slechte prestaties in de afgelopen jaren geven de analisten het energiefonds een Analyst Rating Silver.

Jeffrey Schumacher, CFA 11 juni, 2015 | 11:32

BlackRock Global Funds Word Energy in het kort:

Morningstar Analyst Rating: Silver
Morningstar Rating: ***
Beheerteam: Positive 
Fondshuis: Neutral
Beleggingsproces: Positive
Rendement: Neutral
Kosten: Neutral

Beleggers in ondernemgen die zijn gerelateerd aan de olie-industrie hebben een wilde rit achter de rug. Een vat Brent-olie bewoog sinds 2011 lange tijd tussen een bandbreedte van USD 100 tot USD 130 per vat. Na de zomer van 2014 kwam daar een drastisch einde aan. In het vierde kwartaal leek de olieprijs in een vrije val te zijn beland, die reikte tot beneden USD 50 per vat. Dit waren niveaus die voor het laatst in 2009 tijdens de crisis waren gezien.

De oorzaak van deze sterke prijsval is tweeledig. Aan de ene kant komt de Amerikaanse productie van schalie-olie steeds verder op stoom, waardoor het land meer zelfvoorzienend wordt en minder olie hoeft te importeren. Hierdoor raakte het zijn koppositie als ’s werelds grootste olie-importeur al kwijt aan China. Aan de andere kant is er wereldwijd sprake van lage niveaus van economische groei, wat ook gevolgen heeft voor de vraag naar olie. Het handhaven van het productieniveau door het Opec-kartel zette de prijs van het zwarte goud vervolgens verder onder druk.

Smeermiddel
Omdat olie het smeermiddel van de economie is, zijn de gevolgen van een dergelijke prijsdaling groot. Zowel in positieve als negatieve zin. Positief is dat consumenten minder geld kwijt zijn aan de benzinepomp en aan stookkosten, waardoor ze meer te besteden hebben. Ook bedrijven waarvoor de olieprijs een belangrijke rol speelt kunnen profiteren van lagere productiekosten. Daarnaast krijgen landen die netto olie-importeurs zijn meer ruimte op hun begroting. Overigens wordt de kracht van dit voordeel eveneens beïnvloedt door de ontwikkelingen van de Amerikaanse dollar, wat de valuta is waarin een vat olie wordt afgerekend.

Maar er zijn ook sectoren en landen die geraakt worden door de dalende olieprijs. Zo zijn bijvoorbeeld Nigeria, Venezuela en Rusland als olie-exporteur sterk afhankelijk van de ontwikkeling van de olieprijs. Omdat ze allemaal verschillende kostprijsniveaus hebben voor de productie van olie is de sterkte van het negatieve effect verschillend, maar een lagere olieprijs kan zich vertalen in een tekort op de overheidsbegroting. Op sectorniveau zijn vooral de bedrijven die diensten verlenen aan de oliesector hard geraakt. Deze bedrijfstak is afhankelijk van het budget dat de grote oliemaatschappijen beschikbaar stellen voor investeringen. Deze budgetten zijn echter sterk naar beneden bijgesteld, wat heeft geleid tot reorganisaties en ontslagen bij bedrijven zoals Schlumberger en Halliburton. Consultant Graves & Co schat het aantal totale aangekondigde ontslagen in de sector op 100.000.

Uitverkoop
Het mineur in de sector zorgde ook voor duidelijke reacties bij beleggers. Olie-aandelen stonden in de uitverkoop. In het vierde kwartaal van 2014 daalde de MSCI World/Energy index met 10,5 procent, waarmee het veruit de slechtst presterende sector was in dat kwartaal. Op industrie-niveau waren olieservicebedrijven met min 21,5 procent afgetekend de rode lantaarndrager. Hoewel de olieprijs sindsdien iets stabieler oogt en zelfs vanaf het dieptepunt met 30 procent is gestegen, blijven energieaandelen achter bij de rest van de markt. Per eind mei bedraagt het rendement van de MSCI World/Energy index 9 procent, waarmee het alleen de nutssector met een rendement van 7,6 procent achter zich laat.

Beleggers die hier koopkansen zien, doen er verstandig aan om hun inzet te spreiden. Een beleggingsfonds is dan één van de mogelijkheden waarmee die spreiding makkelijk gerealiseerd kan worden. Een fonds dat beleggers blootstelling geeft aan geïntegreerde oliemaatschappijen, olie-en gas exploratie en- productie, oliedienstverleners en alternatieve energie is BlackRock Global Funds World Energy. Dit fonds onder beheer van Robin Batchelor (foto) is één van Morningstars favorieten voor de sector en heeft dan ook een Analyst Rating Silver.

Uitgebreide toelichting
(klik op grafiek voor vergroting)

Beheer
Robin Batchelor kwam in 1996 in dienst van het grondstoffenteam van BlackRock (toen Mercury Asset Management) en werkte in eerste instantie met dr. Graham Birch samen voor de goud- en mijnbouwfondsen. Hij ontwikkelde de capaciteiten van het team op energiegebied en introduceerde in 1999 BlackRocks eerste gespecialiseerde energiefonds. Batchelor beheert BlackRock World Energy sinds de introductie ervan in april 2001.

Poppy Allonby trad in 2000 in dienst als pas afgestudeerde trainee en werd in oktober 2002 tot medebeheerder van het fonds benoemd, nadat zij zich met energie had beziggehouden binnen het team voor Amerikaanse aandelen. Zij maken deel uit van BlackRocks grote grondstoffenteam, dat in januari 2014 uit veertien beleggingsprofessionals bestond. Het team wordt ook ondersteund door de wereldwijde fondsbeheeractiviteiten van de groep en door een aantal externe bemiddelaars.

Het beheerteam heeft nog steeds een aanzienlijke expertise. Bovendien worden de beheerders ondersteund door een capabel analistenteam – in het bijzonder Alastair Bishop, die in dienst trad in 2010 en die Morningstar zeer capabel acht. De ervaring van Bishop ligt voornamelijk in duurzame energie en de afgelopen jaren omvatte zijn rol ook de bredere energiesector.

Fondshuis
BlackRock heeft het moeilijk gehad om zijn enorme omvang in een voordeel voor beleggers om te zetten. De vermogensbeheerder heeft GBP 4,7 biljoen onder beheer, waarvan veel uit overnames afkomstig is en niet van organische groei die voortvloeit uit een gevestigde beleggingscultuur. Voor alle duidelijkheid: BlackRock is een topper inzake risicobeheer. Het fondshuis wordt geroemd voor zijn risicoanalyse van de bovenste plank en zijn modellen worden gebruikt om risicoparameters vast te leggen die alle beheerders dienen te volgen. Op die manier wisten de meeste van haar aandelenfondsen het ergste te vermijden tijdens de crisis in de markten van 2008 (in mindere mate van toepassing op de obligatiefondsen).

Daarnaast heeft BlackRock de fondsenreeks geconsolideerd en zijn de kostenratio's gedaald. BlackRock heeft ook de wereldwijde coördinatie verstevigd, zodat de onderneming beter in staat is haar ruime middelen te vertalen in een beleggingsvoordeel. En toch heeft het multiboetiekmodel van de aandelenfondsen gemengde resultaten opgeleverd. In de leiding over het vastrentende segment zien we ondertussen een significant verloop. Rendementen voor de obligatiefondsen zijn globaal genomen doorsnee. Dat beheerders in eigen fondsen beleggen, is niet uitzonderlijk en er is ook nog ruimte voor lagere vergoedingen. De tijd zal uitwijzen of BlackRock op dit recente succes kan voortborduren.

Beleggingsproces
De beheerders richten zich voor BlackRock Global Energy op traditionele energiebronnen. Zij beginnen met een top-down visie, een analyse van de economische cyclus en de sectorthema’s om de subsectorpositionering van het fonds vast te stellen. Dit is een bijzonder belangrijk stadium gezien de gevoeligheid van de vraag naar energie voor de economische situatie. De analyse helpt de beheerders om verwachte prijstrends te bepalen voor de belangrijkste grondstoffen, onder andere olie en aardgas.

De top-down beoordeling wordt aangevuld met een zorgvuldige aandelenanalyse, waarbij de beheerders ernaar streven om bedrijven te identificeren met groeivooruitzichten op lange termijn die de markt onderwaardeert. Naast hun waarderingsanalyse hechten de beheerders grote waarde aan gesprekken met het management. In hun grootste actieve posities ten opzichte van de benchmark streven zij ernaar katalysatoren voor eem bovengemiddeld rendement te identificeren. Zij zijn bereid om in het hele aandelenspectrum te beleggen voor zover de relatief grote fondsomvang dit toelaat.

De portefeuille bestaat uit 40-60 posities. De beheerders zullen een positie verkopen als deze verder daalt dan de benedengrens van het waarderingsverschil. Valutaposities worden normaliter niet afgedekt. De underperformance in de laatste jaren hebben de beheerders aangespoord om zich meer te richten op kwaliteit, hoofdzakelijk bepaald door waarderingen en de sterkte van de balans.

Rendement
Vanaf de oprichting tot eind januari 2014 heeft BlackRock Global Energy beter gepresteerd dan de Morningstar-categorie 'Aandelen sector energie', maar minder goed dan de MCSI World Energy Index. Over kortere perioden worden de rendementen ten opzichte van de index beïnvloed door de hoge weging van de benchmark in grote, defensieve, geïntegreerde energiebedrijven die zelden een dermate groot deel van de portefeuille vormen.

In 2008 leidde de voorzichtige insteek van de beheerders van BlackRock Global Energy bijvoorbeeld tot een hoger dan gebruikelijke positie in deze subsector, waarbij het wel nog een onderweging ten opzichte van de index had. Zo ook in 2011, toen beleggers in hun vlucht naar veiligheid een voorkeur hadden voor geïntegreerde aandelen met hogere opbrengsten, waarin het fonds een significante onderweging had.

Sindsdien is de grootste reden voor de underperformance de selectie van aandelen geweest, zowel in 2012 als in 2013. Vooral de blootstelling aan kleinere (niet-beursgenoteerde) bedrijven met financieringsproblemen bleek nadelig. De relatieve prestaties tegenover de index verbeterden in 2013, hoewel het fonds dat jaar toch achterbleef op de index door de underperformance in het vierde kwartaal. De prestaties werden beïnvloed door ongewone omstandigheden, zoals de positie in Anadarko, dat bleef lijden onder speculaties rond een rechtszaak, en de onderweging in Exxon, dat juist goed presteerde.

Kosten
Met 1,31 procent is de lopende kosten factor van BlackRock Global Energy hoger dan voor de mediaan voor provisievrije sectorfondsen die ligt op 1,18 procent. Gezien de grote fondsomvang vindt Morningstar dat het fonds goedkoper zou kunnen zijn.

Rol in portefeuille
BlackRock Global Energy is een nichespeler. De gerichte focus van sectorfondsen houdt in dat deze gewoonlijk volatieler zijn dan bredere fondsen en dit is zeker het geval bij energiefondsen.


Lees ook de fondsanalyse over BlackRock Global Funds World Energy D2 >


Bekijk ook deze beleggingsfondsen in aandelen uit de energiesector (klik op tabel voor vergroting).



Eerdere beleggingsfondsen van de week:

Fidelity China Focus Fund

W.P. Stewart Holdings

Schroder ISF European Special Situations

Robeco Emerging Stars Equities

PIMCO GIS Emerging Local Bond Fund

JP Morgan Europe Dynamic

Prosperity CMS Russian Prosperity Fund

NN First Class Obligatie Fonds

Robeco Asia Pacific Equities

Legg Mason ClearBridge US Aggressive Growth Fund

 

Denkt u alles te weten over beleggen? Klik hier om dat te bewijzen met de Morningstar Investing Mastermind Quiz.

Over de auteur

Jeffrey Schumacher, CFA  is fondsanalist bij Morningstar Benelux