Gelukkig Nieuwjaar?

Feitjes over de best presterende aandelen- en obligatiecategorieën zijn niets meer dan leuk voor bij een nieuwjaarsborrel. De uiteenlopende rendementen tonen wel aan hoe zeer het van belang is om een goed gespreide beleggingsportefeuille te hebben.

Niels Faassen 30 december, 2013 | 12:08
Facebook Twitter LinkedIn

Hoe gelukkig u als belegger het nieuwe jaar in gaat zal wellicht mede afhangen van hoe goed uw beleggingen in 2013 hebben gerendeerd. Met het jaareinde bijna in zicht behoren de jaaroverzichten met best renderende beleggingen inmiddels net zo tot de nieuwjaarstraditie als knallende kurken, vuurpijlen en oliebollen. In welke beleggingscategorieën had u nu wel of juist niet moeten zitten in 2013? Deze interessante feiten willen we u natuurlijk niet willen onthouden. Hier volgt alvast een voorproefje met cijfers tot 18 december.

2013 was het jaar van “tapering“. In zijn toespraak voor het Amerikaanse Congres hintte de voorzitter van de Fed, Ben Bernanke, medio 2013 voorzichtig op een afbouw van de eerder ingezette kwantitatieve verruiming (QE), gegeven de ontwikkeling van de werkgelegenheid en de Inflatie.

De markten reageerden negatief verrast. Zowel aandelen als obligaties daalden flink in waarde. Met name opkomende markten werden hard getroffen. De opeenvolgende “QE” programma’s van de Fed en andere centrale banken hadden immers geleid tot extreem lage renteniveaus ter stimulering van het economisch herstel. De lage rentes fungeerden daarnaast als katalysator voor financiële markten met een ware “search for yield” en forse koerswinsten tot gevolg.

Aandelenmarkten wisten zich in de tweede helft van 2013 te herstellen en vervolgden hun succesreeks doordat beleggers steeds meer overtuigd raakten van het economische herstel. Obligatiemarkten ondervonden daarentegen behoorlijk wat hinder van de oplopende renteniveaus. (klik op tabel voor vergroting)





Aandelencategorieën
Aandelenfondsen kenden gemiddeld genomen een goed jaar, afgaande op de cijfers tot 18 december 2013. Zo boekte de Morningstar-categorie 'Aandelen wereldwijd large cap gemengd' een winst van ruim 14 procent. Wereldwijde waardeaandelen (17,12 procent) presteerden gemiddeld genomen beter dan groei- (15,26 procent) en dividendaandelen (11,64 procent). Wereldwijde small caps stegen bijna 23 procent in waarde en lieten large caps daarmee ver achter zich. Op regioniveau profiteerden Amerikaanse large caps (21,84 procent) van het herstel in de VS en behaalden beduidend hogere rendementen dan Europese (15,08 procent) of Aziatische aandelen (7,51 procent).

Aandelen uit opkomende landen underperformden met een verlies van ruim 6 procent, ondermeer vanwege uitblijvende hervormingen en een lagere Chinese economische groei.
Uitschieters in positieve zin waren de Morningstar-categorieën 'Aandelen sector biotechnologie' met een gemiddeld rendement van 47,4 procent, gevolgd door 'Aandelen Denemarken' met een rendement van 33,0 procent en 'Aandelen Vereningd Koninkrijk small cap' met een rendement van 30,1 procent. Tot de negatieve uitschieters behoorden 'Aandelen sector edelmetalen' (-49,81 procent), 'Aandelen Indonesië' (-26,85 procent) en 'Aandelen Turkije' (-21,89 procent). (klik op tabel voor vergroting)





Obligatiecategorieën
In tegenstelling tot aandelenfondsen was 2013 geen al te best jaar voor obligatiefondsen vooral dankzij de rentestijgingen. Obligatiecategorieën met een relatief lage rentegevoeligheid (duration) presteerden het beste. Zo boekte de categorieën 'Obligaties Europa high yield' een winst van ruim 8 procent. 'Converteerbare obligaties wereldwijd' profiteerde van de sterke aandelenmarkten en boekte eveneens een rendement van ruim 8 procent.

Het gemiddelde fonds in de categorie 'Obligaties wereldwijd high yield' rendeerde daarentegen slechts om en nabij de 1 procent, terwijl 'Obligaties wereldwijd high yield EUR hedged' een gemiddeld rendement boekte van 5,53 procent. Dit verschil in rendement kan grotendeels toegeschreven worden aan de zwakke Amerikaanse dollar ten opzichte van de euro, waardoor het voor beleggers loonde om de dollar exposure in 2013 af te dekken. De categorieën 'Obligaties EUR bedrijven' (+2,6 procent) en 'Obligaties EUR overheid' (0,99 procent) wisten eveneens zwarte cijfers bij te schrijven.

Het waren vooral de obligatiecategorieën gericht op opkomende markten die teleurstelden. Het waren juist deze categorieën die eerder profiteerden van de “search for yield”. In 2013 kampten opkomende landen echter met tegenvallende groeicijfers en oplopende tekorten (double deficits). De categorie 'Obligaties wereldwijd emerging markets lokale valuta' spande de kroon met een verlies van bijna 12,5 procent. Deze categorie werd met name hard getroffen door de depreciërende valuta’s van onder andere Argentinië, Zuid-Afrika, India, Indonesië en Turkije.

Achteraf is het altijd makkelijk beredeneren over welke beleggingscategorie u nu wel of juist niet in had moeten zitten. De bovenstaande cijfers zijn ook niet meer dan interessante feitjes en leuk voor bij een (nieuwjaars)borrel. De uiteenlopende rendementen tonen mijn inziens wel aan hoe zeer het van belang is voor u als belegger om een goed gespreide beleggingsportefeuille te hebben met aandacht voor zowel (tactische) allocatie als selectie. Immers, rendementen uit het verleden...


Deze column verscheen eerder op www.belegger.nl.

Facebook Twitter LinkedIn

Over de auteur

Niels Faassen

Niels Faassen  is fondsanalist bij Morningstar Benelux.

© Copyright 2022 Morningstar, Inc. Alle rechten voorbehouden.

Voorwaarden        Privacybeleid        Cookie Settings