Laag, lager, laagst

Dat de kapitaalmarktrente nog verder kan dalen werd deze week weer bewezen. De Duitse 10-jaars rente op staatsobligaties heeft inmiddels de 1 procent grens neerwaarts doorbroken en bevind zich daarmee op een absoluut dieptepunt. Hoe kunt u als particuliere belegger hier nu het beste op reageren?

Niels Faassen 19 augustus, 2014 | 17:40
Facebook Twitter LinkedIn

Geheel tegen de verwachting in hebben beleggingsfondsen die zich richten op Europese staatsobligaties dit jaar tot op heden een prima prestatie weten neer te zetten. Ingegeven door de forse daling van de kapitaalmarktrente en de ingekomen risicovergoeding voor perifere landen in de eurozone overtroffen de rendementen op staatsobligatiefondsen die van Europese aandelenfondsen en bedrijfsobligatiefondsen.

Uitschieters waren beleggingsfondsen met langlopende obligaties. Deze obligaties kennen vanwege hun langere looptijd een hogere rentegevoeligheid. Hoe lager de huidige rente, hoe gunstiger dit uitpakt voor bestaande obligatiehouders. Het rendement op hun obligaties op het moment van aankoop was immers hoger dan de huidige marktrente. Een rentedaling vertaalt zich dan ook in een stijging van de obligatiekoersen (terwijl een rentestijging resulteert in een koersdaling).

Renteontwikkeling
Dat ontwikkelingen op financiële markten zich moeilijk laten raden, bleek begin dit jaar wel weer. De algemene consensus onder fondsmanagers was om aandelen en bedrijfsobligaties te overwegen en staatsobligaties te onderwegen. Hierdoor zouden ze extra profiteren indien aandelen en/of bedrijfsobligaties beter zouden presteren dan staatspapier. Ook deinsde menig obligatiebeheerder er niet voor terug om de rentegevoeligheid van zijn portefeuille terug te brengen, hiermee inspelend op een rentestijging. Maar ook onder particuliere beleggers waren de staatsobligatiefondsen vorig jaar niet bepaald geliefd, omdat ook zij manieren zochten om de negatieve effecten van stijgende rentes te beperken. Echter, het tegenover gestelde gebeurde.

De Duitse 10-jaars rente, waarvan iedereen dacht dat die alleen nog maar zou kunnen stijgen, daalde verder tot een ongekend dieptepunt. Begin dit jaar noteerde het rendement op Duits staatspapier 1,94 procent. Op het moment van schrijven bedroeg de 10-jaars rente nog maar 0,95 procent. Dit historisch laagterecord is onder andere het gevolg van de tegenvallende economische groei in Europa en de opgelopen geopolitieke spanningen in Oost-Europa en het Midden-Oosten. Deze ontwikkelingen voeden de vraag naar relatief veilige beleggingen, zoals staatpapier. Daarnaast worden inflatieverwachtingen voor de Eurozone relatief laag ingeschat, hetgeen niet ongunstig is voor obligaties.

Nuancering op zijn plaats
Met de rente op een historisch dieptepunt dient de onvermijdelijke vraag zich aan hoe u zich als belegger het beste kunt instellen op een stijgende rente. Het antwoord is minder eenduidig. Dankzij allerlei innovaties in de beleggingswereld kunnen particuliere beleggers relatief eenvoudig profiteren van een rentestijging dankzij hefboomproducten als turbo’s en sprinters. Het nadeel van dit soort producten is dat ze zich ook tegen u kunnen keren mocht uw verwachting niet uitkomen.

Daarom geeft Morningstar er de voorkeur aan om de samenstelling van uw totale portefeuille tegen het licht te houden. Binnen obligaties hebben staan bijvoorbeeld high yield obligaties en gesecuritiseerd papier (asset backed securities) er om bekend dat zij een lagere rentegevoeligheid hebben dan bijvoorbeeld staatsobligaties. High yield papier brengt echter een verhoogd krediet- en liquiditeitsrisico met zich mee en is daarnaast erg populair geweest onder beleggers, waardoor de waardering beduidend is opgelopen.

Het is echter een misverstand om te denken dat alleen obligaties last hebben van een stijgende rente. Ook aandelen kunnen bijzonder gevoelig zijn voor rentestijgingen, zoals we vorig jaar zomer hebben gezien. Beleggers vreesden een afbouw van de monetaire stimuleringsmaatregelen na uitspraken van toenmalig Fed-voorzitter Ben Bernanke. Deze angst zorgde voor een flinke stijging van de rente.

Vooral dividend- en vastgoedaandelen daalden in koers. Het waren namelijk deze aandelen die eerder wisten te profiteren van de “search for yield”. Over de afgelopen 10 tot 15 jaar is de samenhang tussen obligaties en aandelen juist licht negatief gebleken. Dit impliceert dat aandelenkoersen stijgen bij dalende obligatiekoersen (en stijgende rentes) en vice versa. Bijkomende complicerende factor is het feit dat deze correlatie over de jaren heen onderhevig is geweest aan verandering. Vanaf de jaren zestig tot eind jaren negentig viel de samenhang namelijk positief uit.

Noodzaak tot diversificatie
Het juist weten te voorspellen van rentebewegingen is bepaald geen sinecure, zoals eerder dit jaar al is gebleken. Daarnaast reageren de diverse beleggingscategorieën verschillend op stijgende rentes en kunnen deze reacties door de jaren heen veranderen. Onderlinge correlaties vertellen ook niet het hele verhaal en houden bijvoorbeeld geen rekening met bijkomende risico’s van bijvoorbeeld high yield obligaties. Hierdoor is het onverstandig om in uw portefeuille te veel focus te leggen op één specifieke beleggingscategorie.

Amerikaans onderzoek van Morningstar (Don’t Be Scared of Rising Interest Rates) wijst dan ook op de noodzaak van een goed gediversificeerde portefeuille. Zo blijkt dat een conservatieve multi-asset portefeuille bestaande uit 80 procent obligaties en 20 procent aandelen doorgaans goed bestand zijn tegen rentestijgingen en zelfs in staat zijn om positieve rendementen te genereren onder diverse renteregimes.


Deze column verscheen eerder op www.belegger.nl.

 

Facebook Twitter LinkedIn

Over de auteur

Niels Faassen

Niels Faassen  is fondsanalist bij Morningstar Benelux.

© Copyright 2022 Morningstar, Inc. Alle rechten voorbehouden.

Voorwaarden        Privacybeleid        Cookie Settings