3 verkeerde redenen om een fonds te verkopen

De beslissingen over aan- en verkoop van beleggingen in uw portefeuille moeten gestuurd worden door uw eigen criteria, en niet door nieuws van de dag of korte-termijn prestaties. Dit zijn drie verkeerde redenen om een fonds te verkopen.

Valerio Baselli 23 juni, 2021 | 15:47
Facebook Twitter LinkedIn

man head in hands

Als we de financiële markten van vandaag de dag bekijken, dan zouden we bijna vergeten hoe we er 15 maanden geleden voor stonden. In maart 2020 kenden Europese beleggingsfondsen een record-uitstroom van vermogen. Maar liefst €246 miljard onttrokken fondsbeleggers aan hun fondsen, een gigantisch bedrag waarbij zelfs het dieptepunt van de financiële crisis van 2007-2009, namelijk oktober 2008 verbleekt, toen €108 miljard aan uitstroom plaatsvond.

Uiteindelijk werden, zoals zo vaak, de beleggers die durfden te blijven zitten, rijkelijk beloond voor hun geduld. Beleggers die hun zenuwen de baas kunnen en moeilijke tijden weten te doorstaan, of dan durven in te stappen, komen daar vaak beter uit, zo leert de geschiedenis.

Het besluit om wel of niet te verkopen en de redenen en tijdstip daarachter zijn soms moeilijk te achterhalen. Achteraf is het makkelijk praten, maar er zijn wel degelijk situaties aan te wijzen waarin er verkeerde redenenen tot een verkoopbesluit leiden. Christine Benz, director of personal finance bij Morningstar, geeft hieronder drie voorbeelden. 

 

1. Magere korte-termijn rendementen

Het is bijna nooit een goed idee om een fonds te verkopen op basis van alleen maar zwakke koersprestaties, zeker niet als het om een korte periode gaat. Bij een verkoopgolf, zoals begin vorig jaar, is de verleiding groot, maar het is zelden een goed idee om met zulk marktsentiment mee te gaan. Achteraf kunnen we constateren dat de covid-19 crash een van de kortst durende dips uit de geschiedenis was.

In plaats daarvan is het beter om na te gaan waarom een fonds achterblijft bij zijn concurrenten of zijn benchmark, als u tegenvallende prestaties opmerkt. Het kan zijn dat de beheerder simpelweg vasthoudt aan zijn beleggingsstrategie die op dat moment uit de gratie is. Dat hebben we in de afgelopen jaren gezien bij fondsen die de waarde-stijl volgen. Maar zwakke rendementen kunnen ook duiden op meer serieuze gebreken.

Onderzoek doen naar de fundamentals van een belegging kan tijdrovend zijn, en daarom is het niet verstandig om je te verliezen in het analyseren van elk dipje dat zich voordoet. De meeste actieve beleggingsfondsen zullen op enig moment gedurende kortere of langere tijd achterblijven bij hun concurrenten of hun benchmark; soms met goede redenen en soms zelf gedurende meerdere jaren. Bijvoorbeeld defensief gepositioneerde fondsen die de winst van rally's missen, maar zich bewijzen als de markt een duikeling maakt.

Kijk daarom niet alleen naar het absolute rendement, maar naar het rendement in relatie tot de gekozen beleggingsstijl en strategie. Als het rendement niet meebeweegt op de marktontwikkelingen die bij de stijl in kewstie passen, dan doet het fonds iets niet goed. Bijvoorbeeld, als een defensief gericht fonds in een dalende markt toch méér verliest dan zijn concurrenten, dan werkt de strategie dus niet zoals het zou moeten. Dan is de vraag terecht of het nog wel in de portefeuille past.

2. Inconsistente prestaties

De zenuwen slaan bij beleggers ook toe als de relatieve rendementen van een fonds jaar op jaar inconsistent zijn. Het is natuurlijk geruststellend als een fonds elk jaar weer in de bovenste helft van de categorie uitkomt, maar zo'n vast patroon is een illusie. Uit eerderonderzoek van Morningstar naar de prestaties van actieve fondsbeheerders blijkt dat slechts enkele van hen enigszins consistent zijn op jaar op jaar basis. 

Het zou zonde zijn om fondsen die op zich goed presteren af te rekenen op één of enkele mindere jaren. Zoals altijd kijkt Morningsatr naar de lange termijn. In een lange-termijn profiel kunnen soms dipjes voorkomen, zonder dat dit op problemen duidt. Vaak zegt het veel over de toewijding en vasthoudendheid van een beheerder ten aanzien van zijn strategie en filosofie en dat is juist positief. 

Bovendien is een kalenderjaar een tamelijk kort en vooral arbitrair tijdvak. Een rendement dat over de periode januari tot en met december zorgwekkend lijkt, kan over juli tot en met juni ineens geweldig goed zijn. Beleggers moeten zich niet te veel focussen op dit soort willekeurige korte periodes. Beter is een blik op het gemiddelde jaarlijkse rendement over een periode van meerdere jaren. Dat gemiddelde filtert niet-representatieve kortstondige uitschieters weg.

3. Macro-economisch nieuws

Macro-economisch nieuws, zoals de economische groei, de inflatie of het consumentenvertrouwen, kunnen beleggers triggeren op een overdreven manier. Natuurlijk zeggen zulke cijfers iets over de staat van de economie, de omzet- en winstmogelijkheden en de mogelijke waardering van beleggingen, maar de reactie is nogal eens te hevig, zowel omhoog als omlaag. 

Bij zulke macro-gegevens is het zaak om te kijken of ze niet al zijn ingeprijsd in de koersen. De beurzen lopen bij uitstek vooruit op macro-data en als ze verschijnen, bewegen de markten vaak niet, als de conform verwachting zijn. Zijn ze beter of slechter dan verwacht, dan kan wel een stevige reactie volgen, maar dan ben je als belegger eigenlijk al te laat.

Niet het nieuws en de waan van de dag, maar de eigen doelen van de belegger moeten voorop staan bij het maken van beleggingskeuzes. Wil die veiligheid, of juist meer risico nemen. Ligt het doel op de korte of de lange termijn. Dat moeten de sturende factoren zijn.

 

Facebook Twitter LinkedIn

Over de auteur

Valerio Baselli

Valerio Baselli  è Giornalista di Morningstar.

© Copyright 2022 Morningstar, Inc. Alle rechten voorbehouden.

Voorwaarden        Privacybeleid        Cookie Settings