ETF Times Januari

De laatste ontwikkelingen in ETF-land. Hoe de consolidatie verder doorzet met de overname van de ETF-divisie van Credit Suisse door iShares, een stortvloed aan nieuwe ETPs en de ETFs met het hoogste en laagste rendement.

Lee Davidson 20 februari, 2013 | 19:01

Overname Credit Suisse door iShares versnelt consolidatie ETP-sector
Blackrock neemt de ETP-activiteiten van Credit Suisse over. Dat maakte het fondshuis begin januari bekend. Een overnamesom werd niet genoemd, maar die zou volgens ingewijden tussen de USD 200 en 300 miljoen liggen. De transactie zal naar verwachting in juni voltooid zijn.

Volgens veel analisten en experts uit de sector is iShares’ initiatief een preventieve poging om zijn positie op de Europese ETP-markt te versterken, aangezien de concurrentie onder providers steeds heviger wordt. De afgelopen maanden hebben andere Europese ETP-aanbieders, met name db X-trackers en Lyxor, hun intentie aangekondigd om te gaan concurreren met producten op basis van fysieke replicatie. Daarmee zijn ze een directe uitdager van iShares.

Daarnaast beginnen concurrerende ETP-providers uit de VS hun activiteiten stilaan ook in het buitenland aan te bieden. In januari heeft Vanguard (de Amerikaanse vermogensbeheerder die bekend staat om zijn steeds grotere aanbod van voordelige, traditionele ETP-producten) zijn tweede reeks ETPs in Europa geïntroduceerd met drie nieuwe producten in Zwitserland, als aanvulling van hun assortiment van vijf producten op de London Stock Exchange.
 
Met zijn overname van de ETF-activiteiten van Credit Suisse heeft iShares zijn marktaandeel bij de Europese ETPs uitgebreid tot 43 procent en heeft het tegelijkertijd zijn dominante positie in het fysieke-replicatiesegment van de ETP-markt versterkt. Onder fysieke-replicatiefondsen zou de overname van Credit Suisse aan iShares een globaal marktaandeel van ruwweg 65 procent moeten opleveren en van meer dan 80 procent binnen de vastrentende en aandelencategorieën.

Gezien deze positionering heeft iShares verklaard dat het de komende drie jaar in aanzienlijke mate zou moeten profiteren van de groei in ETP-activa. Volgens Joe Linhares, hoofd van iShares EMEA, verwacht iShares dat de ETP-activa van in Europa gevestigde fondsen in de komende drie jaar zullen verdubbelen tot meer dan EUR 500 miljard.

Naarmate meer en meer Europese beleggers zich bewust worden van de voordelen van ETPs - zo luidt het argument - zullen ze geld uit reguliere, actieve beleggingsfondsen weghalen om het te beleggen in ETP-activa. Een dergelijke trend kon de afgelopen jaren al worden waargenomen in de meer ontwikkelde Amerikaanse ETP-markt.


Introductie van nieuwe ETPs terug van weggeweest
Het aantal nieuwe ETP-introducties lag in 2012 significant lager dan in de periode 2009-2011. In overeenstemming met een consoliderende sector is het dan ook geen verrassing dat in 2012 ook het aantal sluitingen van ETPs hoger lag. Dat aantal was in 2012 zelfs meer dan twee keer zo groot als het historische gemiddelde. Maar in het begin van 2013 werden ETP-providers weer uitermate actief in het noteren en introduceren van nieuwe producten op allerhande verschillende beurzen.

Morningstar telde in januari alles bij elkaar 121 nieuwe introducties en cross-listings, in vergelijking met slechts 194 nieuwe introducties tijdens het volledige jaar 2012 en amper acht nieuwe introducties of cross-listings in december 2012. UBS was verantwoordelijk voor meer dan de helft van deze uitbarsting van activiteit en noteerde 61 producten op de Borsa Italiana en nog eens drie op de Deutsche Börse.

Inmiddels vierde SPDR het 20-jarige jubileum van zijn monolithische fonds SPDR S&P 500 (SPY) door in totaal elf fondsen te noteren, waarvan tien op de SIX Swiss Exchange. Ook ETF Securities deed mee met de notering van 28 beursverhandelde grondstoffen op de SIX Swiss Exchange en nog een extra op de Borsa Italiana op de koop toe. Door de drastische toename van het aantal nieuwe introducties en cross-listings wordt de stelling aannemelijker dat ETP-providers in Europa hevig concurreren om een groter aandeel van de almaar toenemende kapitaalstromen naar ETPs te veroveren.


ETFs met het hoogste en laagste rendement
Good morning, Vietnam! In de maand januari schoten Vietnamese aandelen bijna 24 procent omhoog, en behaalden zo een voorsprong van wel 9 procent op het op één na beste ETP. In de Europese ETP-markt zijn Vietnamese aandelen extreem ondervertegenwoordigd. Er is slechts één ETF dat er een positie in aanbiedt: db X-trackers FTSE Vietnam ETF (XVTD). Vietnamese aandelen werden gesteund door een hele resem aan factoren, waaronder een instroom van directe buitenlandse investeringen, verwachtingen van een herstel van de bbp-groei en het recente succes bij het beteugelen van de buitensporige inflatie.

Vietnam legde voor het eerst de fundamenten van de economische groei in 1986 met inspanningen om de ontwikkeling van private ondernemingen en buitenlandse investeringen te stimuleren. De liberalisering van het Vietnamese beleid voor buitenlandse handel bleef tot in deze eeuw duren: het land ondertekende in 2000 een bilateraal handelsverdrag met de VS en trad in 2007 officieel toe tot de WHO.

Instromen van buitenlands kapitaal en de oprichting van privé-ondernemingen hebben Vietnam geholpen om zich langzaamaan om te vormen van een centraal geplande agrarische economie naar een meer leefbare exportgerichte economie. Ongetwijfeld waren deze beleidslijnen onder andere van wezenlijk belang voor de laatste 25 jaar economische groei, met als kers op de taart een stabiele bbp-groei van 6-8 procent sinds 2002.

Maar tijdens de laatste jaren kent de bbp-groei van Vietnam weer een dalende trend: van een piek van 6,8 procent in drie jaar in 2010 tot 5,9 procent in 2011. In 2012 moest de centrale bank van Vietnam aanzien dat de groei verder vertraagde tot 5,1 procent, het traagste tempo in dertien jaar. Wel wijzen de algemene marktverwachtingen erop dat de bbp-groei van Vietnam in 2013 weer zal herstellen rond de 5,5 à 6,0 procent.

Ook Vietnams recente succes bij de beteugeling van de buitensporige inflatie heeft bijgedragen aan de optimistische sfeer. Momenteel is de inflatie gedaald tot 7,01 procent, terwijl die zich augustus 2011 nog op een hoogtepunt van 23 procent bevond. Beleggers met een focus op op langere termijn doen er echter goed aan om geen risico's te nemen, aangezien de inconsequente aard van het Vietnamese monetaire beleid voor de inflatie een reden tot bezorgdheid kan vormen.

In februari 2011 onthulde Vietnam 'Resolution 11', bedoeld om de inflatie te bestrijden en de valuta te ondersteunen door een strakker monetair en begrotingsbeleid. Na de aankondiging verhoogde de State Bank of Vietnam de rente geleidelijk aan tot 15 procent in juli 2011, terwijl die in begin november 2010 nog 7 procent bedroeg. Na juli 2011 begon Vietnam de rente om onverklaarbare redenen te verlagen. Het IMF en economen uitten kritiek op de verwarrende en tegenstrijdige verklaringen van de Vietnamese regering over de evolutie van de rentevoeten.

Na deze kritiek reageerde Vietnam door zijn referentierente eind 2011 weer te verhogen tot 15 procent, alvorens in 2012 opnieuw een reeks renteverlagingen door te voeren. In december voerde Vietnam zijn zesde renteverlaging van 2012 in. Daarmee kwam de richtrente voor leningen op het moment van dit artikel uit op 9 procent. Beleggers dienen dan ook voorzichtig te zijn als zij een belegging in Vietnamese aandelen overwegen. Economen suggereren namelijk dat de Vietnamese centrale bank met zijn onvoorspelbare rentebeslissingen snel aan geloofwaardigheid inboet.

Aan het andere uiteinde van het spectrum blijft de volatiliteit afnemen in de context van een hernieuwd vertrouwen en optimisme. In januari verloren aan volatiliteit gekoppelde ETP-producten in Europa tussen 12 en 35 procent. Een groot deel van de lagere volatiliteit kan wellicht worden toegeschreven aan de VS, die de ergste gevolgen van de begrotingsafgrond wisten af te wenden en zo de voortzetting van het marktherstel mogelijk maakten. Doorgaans neemt de volatiliteit op de aandelenmarkt aanzienlijk toe wanneer aandelenkoersen dalen.

Een veel gebruikt model voor de volatiliteit is de VIX-index, die probeert om veranderingen vast te stellen in de verwachte toekomstige volatiliteit. Bijgevolg vertegenwoordigt de verwachte volatiliteit de marktonzekerheid, wat de VIX-index de bijnaam 'The Fear Index' heeft opgeleverd. Wanneer beleggers bang en onzeker zijn, zullen ze hogere verwachte rendementen eisen en bijgevolg in het heden minder voor activa betalen.

Dit verband tussen volatiliteit en aandelenkoersen maakt van instrumenten die de VIX volgen mogelijk goede diversificatietools voor op aandelen gebaseerde portefeuilles. Bepaalde activa, zoals grondstoffen en overheidsobligaties, vertonen een correlatie met aandelen van vrijwel nul, maar volatiliteit heeft een sterke negatieve correlatie met aandelenkoersen. Helaas is volatiliteit ook een factor die na verloop van tijd altijd weer terugkeert naar zijn gemiddelde waarde, en bijgevolg levert ze in theorie een langetermijnrendement op van nul.

VIX-producten hebben zich over de Europese beurzen verspreid naarmate beleggers zich beter bewust werden van de rol van risico in een portefeuille. Enkele van de meest voorkomende Europese ETPs die een blootstelling bieden aan volatiliteit, in termen van beheerd vermogen, zijn het Source Nomura Voltage Mid-Term ETF (VOLT) en het Lyxor ETF S&P 500 VIX Futures Enhanced Roll (LVIX).


Lees ook
ETF Times December

Denkt u alles te weten over beleggen? Klik hier om dat te bewijzen met de Morningstar Investing Mastermind Quiz.

Over de auteur

Lee Davidson  is an ETF analyst with Morningstar Europe.