Het ABC van hedge funds: alfa, bèta en kosten (3)

Ondanks hoge managementvergoedingen en marktrisico’s voegen hedge funds nog steeds alfa toe.

Morningstar Europe Editor 03 januari, 2012 | 10:37
Facebook Twitter LinkedIn

In een vijfdelig artikel neemt Morningstar de belegger mee op een verre studiereis naar de bronnen van het rendement van hedge funds. In het bijzonder wordt gekeken welk deel van het rendement wordt bepaald door alfa, bèta en kosten.

Deel 1 - Inleiding

Deel 2 - Rendementmaatstaven hedge funds  (survivorship bias en backfill bias)

Deel 3 - Bronnen van hedge fund rendementen

s/articles/103217/Het-ABC-van-hedge-funds-alfa-b%C3%A8ta-en-kosten-%284%29.aspx">Deel 4 - Totale alfa, bèta en kostenresultaten

Deel 5 – Resultaten per jaar, conclusie en referenties


Bronnen van hedge fund rendementen
Nadat we rekening hadden gehouden met zowel survivorship als backfill bias in de rendementen, onderzochten wij de bronnen van hedge fund rendementen. Hedge funds worden vaak geschetst als beleggingsvehikels die geen hoge correlatie met de traditionele aandelen- en obligatiemarkten vertonen omdat veel van hun rendementen te danken zijn aan de deskundigheid van de beheerder. Met andere woorden, vergeleken met traditionele beleggingsvehikels (zoals beleggingsfondsen) vloeit een deel van het rendement van hedgefondsen voort uit een component van positieve netto-alfa.

In dit onderzoek richtten we ons erop vast te stellen welk deel van hedge fund rendementen te danken is aan traditionele long-bètablootstellingen (aandelen, obligaties en cash) en welk deel aan hedge fund alfa. Asness (2004a, 2004b) stelde ook voor om hedge fund alfa onder te verdelen in bètablootstelling aan andere hedge funds en alfa voortvloeiend uit de deskundigheid van de beheerder.

Fung en Hsieh (2004) analyseerden hedge fund rendementen met traditionele en niet-traditionele bèta’s, waaronder trendvolgende blootstelling (of momentum) en verschillende op derivaten gebaseerde factoren. Zij stelden vast dat het toevoegen van de niet-traditionele bètafactoren tot 80 procent van de maandelijkse rendementsvariatie in hedge fund indices kan verklaren.

Jaeger en Wagner (2005) verhoogden ook hun R2s door andere hedge fund factoren toe te voegen en concludeerden dat hedge funds “in de eerste plaats rendementen genereren via risicopremies en slechts in de tweede plaats via marktimperfecties”. Wij voerden ook nog een afzonderlijke analyse uit die niet-traditionele bèta’s omvatte, waarvoor wij het zevenfactorenmodel van Fung en Hsieh (2004) gebruikten.

Hoewel wij het ermee eens zijn dat een deel van de hedge fund rendementen kan worden verklaard door niet-traditionele bèta’s (of hedge fund bèta’s), zijn deze niet-traditionele bètablootstellingen niet goed gedefinieerd, bestaat er geen consensus voor en zijn deze niet zomaar beschikbaar voor individuele of institutionele beleggers.

Een aanzienlijk deel van alfa kan altijd worden opgevat als bèta’s die nog ontdekt of geïmplementeerd moeten worden. Niettemin, omdat hedge funds de primaire manier zijn om blootstelling aan deze niet-traditionele bèta's te verkrijgen, moeten zij worden beschouwd als een deel van de toegevoegde waarde die hedge funds bieden ten opzichte van traditionele long-only-beheerders.

Onze analyse was er dus vooral op gericht om de hedge fund rendementen te scheiden via uitsluitend traditionele aandelen-, obligatie- en cash-bèta-blootstellingen die ook zonder hedgefondsen eenvoudig toegankelijk zijn voor beleggers. Wij berekenden het gemiddelde bedrag aan hedge fund rendementen dat voortvloeit uit bètablootstellingen op lange termijn ten opzichte van de toegevoegde waarde van de hedge fund alfa. We vergeleken ook de door hedge funds aangerekende vergoedingen ten opzichte van het bedrag aan alfa dat de fondsen toevoegden.

Gegevens en model
Om de totale alfa, bèta en kosten van hedge funds te ramen, analyseerden wij de prestaties van een universum van 8.421 hedge funds in de TASS-databank van januari 1995 tot en met december 2009. We richtten ons op de deelverzameling van zowel lopende als afgesloten fondsen, zonder de backfilled gegevens. Hierdoor wordt zowel de survivorship als de backfill bias gecorrigeerd, inclusief het probleem met de TASS-databank dat Aggarwal en Jorion (2010) opmerkten omdat TASS de toegangsdatum in de databank registreert inclusief de gefuseerde Tremont-fondsen. Het gecorrigeerde totale samengestelde rendement voor deze gelijk gewogen steekproef bedraagt 7,63 procent, ten opzichte van 8,04 procent voor de S&P 500-aandelen over dezelfde periode.

Wij gebruiken de gelijk gewogen index met de lopende en afgesloten fondsen, zonder de backfilled gegevens als hedgefondsrendementen voor deze analyse omdat deze de minste survivorship en backfill bias vertoont. Wij stelden ook indices samen voor elk van de negen hedge fund subcategorieën in de TASS-databank, waarbij we dezelfde methodiek gebruikten. De negen subcategorieën zijn convertible arbitrage, emerging markets, equity market-neutral, event-driven, fixed-income arbitrage, global macro, long/short equity, managed futures en dedicated short.


Deel 4 laat de rendementen van de negen subcategorieën hedge funds zien.

Facebook Twitter LinkedIn

Over de auteur

Morningstar Europe Editor  .

© Copyright 2022 Morningstar, Inc. Alle rechten voorbehouden.

Voorwaarden        Privacybeleid        Cookie Settings