Als u verder gaat op deze website gaat u akkoord met het gebruik van cookies op uw apparatuur. Lees meer over ons beleid rond cookies en welk soort cookies wij gebruiken door hier te klikken. Accepteer Cookies

Overweging Europese aandelen heeft allocatiefondsen benadeeld

Allocatiefondsen mogen zich verheugen in een stijgende populariteit. De gediversifieerde aanpak en de keuze voor verschillende risicoprofielen zijn aantrekkelijk voor beleggers. Morningstar onderzocht hoe allocatiefondsen het over de afgelopen 10 jaar gedaan hebben. Daaruit blijkt dat overweging in Europese aandelen nadelig uitpakte.

Matias Möttölä, CFA 15 maart, 2017 | 10:12

Allocatiefondsen, ook wel mixfondsen genoemd, mogen zich verheugen in een stijgende populariteit onder Europese beleggers. Ze beleggen in een mix van aandelen, vastrentende waarden en soms ook nog andere vermogenscategorieëen. Die komen samen in één beleggingsportefeuille. Deze gediversifieerde aanpak is in de afgelopen jaren sterk gegroeid, blijkt uit de data van Morningstar. Het beheerd vermogen is in 5 jaar tijd gestegen van 612 miljard euro naar 1.558 miljard euro.

Betekent deze populariteit ook dat mixfondsen goed resultaten boeken? Morningstar fondsanalist Matias Möttölä zocht het uit voor Europese mixfondsen die in euro’s noteren. Hij bekeek 8 categorieën, die verschillende risicoprofielen hebben en verschillende aandelenwegingen kennen Die 8 zijn als volgt ingedeeld, waarbij het cijfer tussen haakjes de weging in aandelen aangeeft:

  • EUR Cautious Allocation & EUR Cautious Allocation–Global (minder dan 35%)
  • EUR Moderate Allocation & EUR Moderate Allocation–Global (35% tot 65%)
  • EUR Aggressive Allocation & EUR Aggressive Allocation–Global (meer dan 65%)
  • EUR Flexible Allocation & EUR Flexible Allocation–Global (zonder beperkingen)

 

Analist Möttölä constateert over de afgelopen 10 jaar, dus januari 2007 tot en met december 2016, dat het rendement in absolute termen aan de magere kant is. De mediaan van de categorie wereldwijde offensieve allocatiefondsen (Aggressive Allocation-Global) ligt op 2,54% gemiddeld per jaar.

Wereldwijde gemiddeld-risico (Moderate) en defensieve (Cautious) allocatiefondsen kenden vergelijkbare rendementen van respectievelijk 2,68% en 2,31% gemiddeld per jaar. Beleggers hebben dus geen profijt gehad van de hogere volatiliteit van de offensieve fondsen met een hogere aandelenweging.

(klik op grafiek voor vergroting)

De aandelenmarkten hebben in het afgelopen decennium woelige tijden meegemaakt en dat heeft het lange-termijnrendement op aandelen gedrukt. Aandelen hebben echter wel voldoende outperformance geboekt ten opzichte van obligaties om een index die bestaat uit 75% aandelen (FTSE World TR EUR) en 25% obligaties (Bloomberg Barclays Euro Aggregate TR EUR) op te stuwen naar 6,4% rendement per jaar gemiddeld. Dat is 93 basispunten méér dan de defensievere 25% aandelen/75% obligaties verdeling, die 5,47% per jaar rendeerde. Voor fondsen met een gemiddeld risico hanteert Morningstar een 50/50% verdeling tussen aandelen en obligaties.

Overweging Europese aandelen
Europese allocatiefondsen hebben doorgaans een overweging in Europese aandelen, ook als ze beleggen in een wereldwijd universum. Veel fondsen geven dat ook expliciet aan in hun documentatie. De weging van Europese aandelen in wereldwijd beleggende offensieve, in Europa gevestigde allocatiefondsen, is gemiddeld 40%, terwijl de weging van Europa in wereldwijde indices slechts 20% bedraagt.

Juist die overweging in Europese aandelen speelt hen parten. Want Europese aandelen hebben het gemiddeld genomen slechter gedaan dan Amerikaanse aandelen. Dat is het gevolg van enkele crisissituaties gedurende afgelopen 10 jaar. Met name de eurocrisis van 2011 heeft Europese aandelen duidelijk geraakt en dat werkt door in de portefeuilles die daarin overwogen zijn in vergelijking met hun benchmark.

Sterke obligatiemarkt
Naast de aandelencomponent heeft ook de obligatiemarkt invloed, want die was dermate sterk dat het zelfs voor gespecialiseerde obligatiebeheerders moeilijk was om de markt te verslaan. Allocatiefondsen werken doorgaans met kortere looptijden dan specifieke obligatie-indices en daardoor lopen ze vaak achter op benchmarks in periodes dat de effectieve rendementen onder druk staan. Bijzonder lastig waren 2012 en 2014 toen de Europese obligatiemarkt sterke returns van respectievelijk 11,2% en 11,1% kende, omdat toen de storm op de eurozone obligatiemarkt ging liggen en obligatiekoersen stegen.

Binnen wereldwijde allocatiefondsen waren de aandelenrendementen zelfs hoger dan de verrassend sterke obligatierendementen. Dat had duidelijk invloed op de rendementsverschillen tussen de diverse risicoprofielen. In de vijfjaarsperiode tot en met december 2016 was het rendement in de categorie EUR Offensief Allocatie Wereldwijd 8,1% per jaar gemiddeld, tegen 3,7% voor het defensieve profiel. Het verband tussen risico en rendement wakkert de interesse van beleggers in allocatiefondsen aan, zoals wordt onderstreept door de verdrievoudiging van het beheerd vermogen in dit type fondsen in de afgelopen 5 jaar.

Risico heeft ook geleid tot hogere rendementen bij Europa-gerichte allocatiefondsen in de drie- en vijfjaarsperioden tot en met december 2016.

(klik op grafiek voor vergroting)

Risicobeperking schiet tekort
Tot slot kijken we naar de voor risico gecorrigeerde rendementen per categorie. De Sharpe-ratio’s laten zien dat, hoewel risico nemen tot hogere rendementen leidde in de drie- en vijfjaarsperioden, beleggers in voor risico gecorrigeerde termen beter af waren met minder volatiele allocatieproducten. Dat is conform de risico/rendement trade-off in aandelen en obligatiemarkten. Echter, Sharpe-ratio’s zijn relatief vlak tussen fondscategoriemedianen en ze dalen sterk als we de lijn volgen van defensieve naar meer offensieve profielen. Dit verschil wordt veroorzaakt doordat offensievere fondsen een hogere volatiliteit kenden dan hun indices, terwijl tegelijk de rendementen lager waren, en vice versa.

(klik op tabel voor vergroting)

Als het gaat om het beperken van het neerwaarts risico, vertonen fondsen een grotere downside capture ratio dan de wereld aandelenmarkt (weergegeven als MSCI World NR Index), maar er zijn verschillen. De onderstaande tabel toont de effecten van de Europa-overweging op een andere manier. Europese aandelen kennen grotere drawdowns dan wereldwijde aandelen (113% downside capture ratio in de afgelopen 5 jaar) en dit weegt door in de cijfers over de neerwaarts risico beperking van categoriemedianen: in de 5 jaar tussen 2012 en 2016 kwam 86% van de verliezen op de wereldwijde aandelenmarkten voor rekening van de wereldwijde offensieve allocatiefondsen, terwijl die in hun portefeuilles minder dan 86% aandelen houden. De downside capture ratio verschillen binnen Europa-gerichte allocatiecategorieën zijn veel kleiner, en dat weerspiegelt een betere match tussen de fondsen en hun categorie indices.

(klik op tabel voor vergroting)

 

Lees meer:

- Hoop op economisch herstel stuwt Europese fondsstromen

- Fondsstromen in 2016 zijn een ware rollercoaster

 

Denkt u alles te weten over beleggen? Klik hier om dat te bewijzen met de Morningstar Investing Mastermind Quiz.

Over de auteur Matias Möttölä, CFA

Matias Möttölä, CFA  Matias Möttölä, CFA, on Morningstar.fi-sivuston päätoimittaja ja rahastoanalyytikko