Europese bedrijfsobligaties presteren bovengemiddeld

De Europese markt voor bedrijfsobligaties deed het ook in oktober beter dan zijn Amerikaanse tegenhanger. Toch is Morningstar niet helemaal zonder zorgen over de corporate bond markt.

Dave Sekera, CFA 22 november, 2013 | 10:00
Facebook Twitter LinkedIn

Morningstar’s Eurobond Corporate Index leverde sinds het begin van het derde kwartaal een groei van 1,16 procent. Terwijl de US Corporate Bond Index slechts met 0,54 procent steeg. In de vier afgelopen weken nam de gemiddelde credit spread van de Eurobond Corporate Index af met 7 basispunten tot +111, terwijl de US Corporate Bond Index een krimp van 4 basispunten liet optekenen tot +138. 

Sinds het begin van het jaar ging de Morningstar Eurobond Corporate Index omhoog met 2,27 procent, hij deed het zodoende veel beter dan de US Corporate Bond Index, die 2,04 procent verloor. De bovengemiddelde prestatie van de Europese obligatiemarkt was het gevolg van een combinatie van factoren, zoals de grotere afname van de credit spreads van de Europese bedrijfsobligaties en de geringere verliezen veroorzaakt door de stijgende rentevoeten.

De gemiddelde spread in de Eurobond Corporate Index was 29 basispunten lager dit jaar tegenover slechts twee basispunten voor de Amerikaanse index. Sinds het einde van vorig jaar stegen Duitse obligaties op 10 jaar met slechts 41 basispunten naar 1,73 procent terwijl Amerikaanse staatsobligaties op 10 jaar met 94 basispunten stegen tot 2,70 procent.

De huidige credit spread van de Europese bedrijfsobligaties is de laagste sinds mei 2010, toen de crisis van de Grieke overheidsobligaties op de markten begon door te dringen en voor grote bezordheid zorgde ten aanzien van het Europese bankensysteem. Het huidige peil van de spreads geeft aan, dat de markt redelijk optimistisch is met betrekking tot het kredietrisico in Europa. Maar toch zijn we niet helemaal zonder zorgen over de bedrijfsobligatiemarkt die zichzelf weleens zou kunnen voorbijhollen.




Het groeipeil van het bbp in de eurozone stagneerde tijdens het derde kwartaal: het reële bbp steeg met slechts 0,1 procent terwijl voor het tweede kwartaal nog 0,3 procent werd opgetekend. Het tweede kwartaal was het eerste in de eurozone met een positieve bbp-groei sinds het derde kwartaal van 2011.

De bbp-groei van Duitsland viel tijdens het derde kwartaal van 2013 terug naar 0,3 procent tegenover 0,7 procent voor het tweede kwartaal. Frankrijk viel terug naar een groei van 0,1 procent voor dit kwartaal, komende van 0,5 procent voor het tweede kwartaal. Verscheidene landen uit de zuidelijke periferie gingen erop vooruit en compenseerden zo enigszins de zwakke prestaties van de grotere economieën. Het bbp van Spanje groeide met 0,1 procent, het eerste positieve cijfer sinds het tweede kwartaal van 2011. Italië bleef het moeilijk hebben met een bbp dat 0,1 procent daalde, maar de snelheid van die daling vermindert nu al achtereenvolgens voor het derde kwartaal op rij.

Om de economische groei te ondersteunen en de deflatievrees te temperen, heeft de ECB op 7 november verrassend zijn belangrijkste kortetermijnrente met 25 basispunten verlaagd. De Europese Commissie stelt haar bbp-vooruitzichten voor 2014 bij naar een groei van 1,1 procent in de eurozone, en dat is al de tweede neerwaartse bijstelling die ze dit jaar publiceert (in mei bracht ze de prognose al terug van 1,4 procent naar 1,2 procent).

De Europese Commissie verhoogde haar raming voor het werkloosheidscijfer van 12,1 procent dit jaar naar 12,2 volgend jaar. Wegens de stagnerende economische groei verlaagde S&P zijn credit rating voor Frankrijk met één niveau naar AA. S&P stelde dat de economische groeivertraging ertoe leidt dat het land zijn kredietwaardigheid minder gemakkelijk zal kunnen versterken. Indien de eurozone er niet in slaagt een positieve economische groei te handhaven, vrezen we dat deze ratingverlaging het begin kan zijn van een herziening van de kredietwaardigheid van nog andere Europese landen.

De staatsobligaties uit de periferie van de eurozone hebben dit jaar uitstekende resultaten behaald. Sinds het begin van het jaar is de spread tussen Spaanse en Duitse obligaties verminderd met 162 basispunten; de spread bedraag nu +233. De spread van Italiaanse tegenover Duitse obligaties is ook fors afgenomen: met 83 basispunten naar +235.

Terwijl de beleggers ervan overtuigd zijn dat de economieën van Italië en Spanje over hun dieptepunt heen zijn, blijft het banksysteem van de beide landen onder druk staan aangezien het niveau van de niet-terugbetaalde leningen bleef stijgen. Intesa Sanpaolo (rating: BB-, geen ‘moat’ of concurrentievoorsprong) liet weten dat het aandeel van niet-terugbetaalde leningen steeg tot 15,9 procent bruto van alle leningen (tegenover 12,7 procent in dezelfde periode vorig jaar). Bij UniCredit (rating: BBB-, ‘narrow moat’ of kleine voorsprong op concurrenten) steeg het aandeel van niet-terugbetaalde leningen van 12 procent vorig jaar naar 14 procent dit jaar. En de Banco de España tenslotte liet ook al weten dat het aantal dubieuze leningen elke maand gestegen is sinds eind vorig jaar, terwijl het totale bedrag aan uitstaande leningen blijft afnemen.


Volgende week op deze site de beste beleggingsfondsen in bedrijfsobligaties volgens Morningstar.

Facebook Twitter LinkedIn

Over de auteur

Dave Sekera, CFA  Dave Sekera, CFA, is a senior securities analyst with Morningstar.

© Copyright 2022 Morningstar, Inc. Alle rechten voorbehouden.

Voorwaarden        Privacybeleid        Cookie Settings