We voeren onderhoud aan de website uit en daardoor kunt u eventueel kleine haperingen ervaren. We vragen uw geduld tijdens deze werkzaamheden.

"Zoveel mogelijk weten van weinig"

LONGREAD - Willem Burgers en Hilco Wiersma beleggen met hun Add Value Fund in "minimultinationals" en "groeibriljanten". Koning Small-Cap en zijn kroonprins over aantrekkelijke kleine Nederlandse ondernemingen en de les die ze leerden uit de affaire Imtech. "Add Value Fund is mijn rehabilitatie."

Maarten van der Pas 23 december, 2014 | 16:36
Facebook Twitter LinkedIn

“Je bent idioot dat je onze aanbeveling niet opvolgt. Ik heb je al twee maal uitgelegd waarom je nú in dít aandeel moet stappen… Geweldig, dat is toch hartstikke leuk”, lacht Willem Burgers als hij terugdenkt aan zijn tijd als portefeuillemanager voor Robeco. Het is Engeland, vlak voor de krach in 1987. “Ik herinner me nog goed dat ik brokers aan de lijn kreeg die me uitscholden. Ik snap dat wel, want zij probeerden mij te verleiden om een transactie te doen. In dat spel ik kon hen ook hartelijk uitlachen en zeggen: wacht eens even, hebben jullie daar en daar aan gedacht in jullie analyse van deze onderneming en daarom doe ik het niet. Maar ook over twee maanden zeggen: ik ga het doen, want nu vind ik het moment goed. ”

Burgers (foto links), tegenwoordig samen met Hilco Wiersma beheerder van Add Value Fund, schetst met deze anekdote de cultuur in de Amerikaans-Britse financiële wereld. Daar gaat het er volgens hem veel harder aan toe in de confrontatie tussen analist, portefeuillebeheerder en een onderneming dan op het Europese vasteland. Burgers waardeert die harde cultuur. “Het daagt mij als fondsmanager heel erg uit, maar je moet er wel tegen kunnen. Het dwingt me als belegger om me heel goed voor te bereiden en te weten waarover ik het heb.”

Het is een cultuur die volgens Burgers onderscheidende beleggers voortbrengt. “Analisten en portefeuillebeheerders die met hun analyses een onderneming kunnen maken of breken. En die hun visie weten te vertalen naar een fondsportefeuille die het verschil maakt. In Nederland is er geen fondsmanager die zich sterk profileert. Zo iemand is toch altijd in dienst van een bank of vermogensbeheerder. In Amerika en Engeland is een starmanager met naam en faam bekend. Uiteindelijk gaat het om de competitie. Je wilt als analist en belegger toch laten zien dat je het beter doet dan concurrerende beleggingsfondsen.”
De opmerking dat beleggers aan Burgers de titel ‘Koning Small-Cap’ gaven en in hem kennelijk ook een onderscheidende fondsmanager zien, pareert hij met een bescheiden: “Dat is alleen in Nederland.”

Burgers leerde nog iets van de Amerikaanse en Britse analisten en fondsbeheerders: het onontgonnen terrein van de small- en mid-capaandelen en daar als een waardebelegger op inspelen. “Het waardebeleggen in small-caps zoals ik dat nu bij Add Value Fund doe en eerder bij Orange Fund is niet nieuw. Dat heb ik afgekeken in Engeland. Het sjabloon voor Add Vale Fund haalde ik daar vandaan en heb dat aangepast aan de Nederlandse situatie. Ik goot er een oranje sausje over.”

Wat hem verder ook zeer aanspraak was de manier waarop de analisten en fondsmanagers hun beleggingsideeën presenteerden. “Die sprak zeer tot de verbeelding. Echte vakidioten die alles wisten.” 
Als Burgers over Add Value Fund praat komt het begrip “presentatie” regelmatig terug. "De presentatie van het fonds is onderdeel van het succes. We proberen zo veel mogelijk te weten van weinig. Dat moeten we ook wel, want small-caps zijn onbekend, onbemind en onderbelicht. We presenteren onze kennis aan beleggers en informeren hen zo over het idee dat achter de belegging in een bepaalde onderneming steekt."

Add Value Fund kwam vorig jaar samen met ASN als het meeste transparante beleggingsfonds naar voren uit een onderzoek van Morningstar en de VEB. Hierin werden 21 Nederlandse en buitenlandse fondshuizen onderzocht op de informatie die ze publiceren voor beleggers. Denk daarbij aan onderwerpen als de naam van de fondsmanager, de ondersteuning door analisten, de achtergrond van de fondsmanager en de beslissingsstructuur binnen het fonds.

Kloppend hart en bezwete handen
Ook Hilco Wiersma (foto rechts) heeft een verleden dat hem als belegger heeft gevormd. Hij begon zijn carrière in 1997 als handelaar op de Amsterdamse optiebeurs en maakte nog net de handel via open outcry mee: de bijna vervlogen beelden van schreeuwende en druk gebarende handelaren op de beursvloer die in de crowd hun transacties maakten.
“Toen in 1998 de roebelcrisis kwam wist ik niet wat ik meemaakte. Het was vechten op leven en dood. Iedereen probeerde zijn trade te doen en we vertrapten elkaar nog net niet op de beursvloer. Er werden soms klappen uitgedeeld en ik zag handelaren geschorst worden. Omdat ik niet zo groot ben en fysiek niet sterk was heb ik daar letterlijk geleerd om mijn ellebogen te gebruiken”, blikt hij terug.

Wiersma’s huidige functie en werkplek, belegger in Nederlandse small-cap ondernemingen in een statige kantoorvilla in Amsterdam-Zuid, staat in groot contrast met zijn baan als optiehandelaar. “Toch had ik de optiebeurs niet willen missen. Het was een hele mooie tijd om mee te maken en het is een goede leerschool geweest. Maar nu zou ik dat fysieke niet meer ambiëren. Ik werd ’s nachts soms met kloppend hart en met zweet in mijn handen wakker door de stress en de adrenaline. Ik heb het vijf jaar gedaan en het waren tropenjaren.”

Het “mooie” van die tijd was volgens Wiersma de opkomst van het optiebeleggen en in een latere fase de komst van een nieuw type optiehandelaar. “Het was de tijd dat de Nederlandse particuliere belegger opties leerde kennen. Je kon toen enorm veel geld verdienen. Ik heb ze meegemaakt: de jongens die van glazenwasser opklommen tot market maker tot multimiljonair en uiteindelijk in de goot belandden. Ik heb ze zien komen en gaan met hun Porsches en Ferrari’s. Ik ben daarvoor te laat begonnen.
Op een gegeven moment werd de beursvloer overgenomen door whizzkids met algoritmes en modellen. Dat waren een heel ander type handelaar dan de market maker die goed kon rekenen en met een grote bek.”

Minimultinationals en groeibriljanten
Het is verleidelijk om bij Burgers en Wiersma te denken aan de oude rot en de jonge hond. Dat zijn ze in zekere zin ook, want ze schelen twintig jaar in leeftijd. Toen Burgers in 1977 voor zijn eerste baan solliciteerde werd Wiersma geboren. En zo zien ze er ook uit. Burgers is van het type krijtstreeppak en das. Wiersma draagt ook een pak, maar zonder das.

Wat beide fondsbeheerders gemeen hebben, is dat ze het vak van beleggen in de praktijk leerden. Wiersma: “We zijn allebei op negentienjarige leeftijd begonnen, maar Willem heeft twintig jaar meer ervaring. We vullen elkaar goed aan. Willem kijkt soms anders tegen zaken aan dan ik, maar dat is prima. Die wisselwerking waarbij we elkaar aanvullen en versterken is nodig.” Burgers knikt instemmend.

Burgers en Wiersma zijn bottom-up beleggers die voor Add Vale Fund op zoek zijn naar Nederlandse, beursgenoteerde “minimultinationals” en “groeibriljanten” in het small-capsegment. Ze willen echte actieve beleggers zijn die met een hoge active share afwijken van de benchmark: op dit moment 70 procent in vergelijking met de Euronext AMX Index. De ondernemingen op de radar van Burgers en Wiersma hebben een beurswaarde die zit tussen EUR 20 miljoen en EUR 7,5 miljard. Kernpijlers onder hun beleggingsproces zijn de criteria dat de winstgroei meer dan 7,5 procent moet zijn, de waardecreatie zit boven de 10 procent en er is een duurzaam dividendrendement van meer dan 2,5 procent.

Daarnaast zijn er wat meer algemene kwaliteitskenmerken waaraan ondernemingen moeten voldoen zoals een bewezen, succesvol en betrouwbaar management, een succesvol en bestendig bedrijfs- en verdienmodel, een heldere strategie, ambities en doelstellingen en gezonde balansverhoudingen. Wiersma: “De ondernemingen waarin wij beleggen zijn actief in wereldwijde groeisectoren en/of nichemarkten en zijn marktleider of hebben een top-3 positie in hun markt.”

Als voorbeelden van minimultinationals in de portefeuille van Add Value Fund noemt Wiersma Brunel, Nedap en Amsterdam Commodities (Acomo). Groeibriljanten zijn Hunter Douglas, Kendrion, TKH Group en ASM International. “Onze portefeuille laat zich goed illustreren met de S-curve die de levensloop van een onderneming weergeeft”, vertelt Wiersma. “De ondernemingen zitten vooral op het middenstuk van de S. Onderaan echte small-caps als Brill en Nedap en bovenaan de mid-caps Aalberts Industries en ASM International. Zo spreiden we het risico.”

(klik op tabel voor vergroting)

De eisen beperken het universum tot ongeveer 60 ondernemingen die in aanmerking komen voor Add Value Fund. Dat leidt tot een geconcentreerde portefeuille die momenteel uit slechts 12 ondernemingen bestaat (zie tabel). “Kwantiteit is niet zo belangrijk, het gaat ons om kwaliteit”, stelt Wiersma. Ofschoon hij erkent dat de portefeuille dicht bij het minimumaantal van 10 posities zit. “We hebben recent Boskalis en Arcadis verkocht omdat die aan de bovenkant van onze waardering zaten.”

Het universum wordt er voor de beheerders ook niet groter op. Er verdwijnen meer small- en mid-caps van de beurs door bijvoorbeeld een overname dan dat er bijkomen. Zo verdween vorig jaar Unit4 met de overname door Advent International als grootste positie uit de portefeuille van Add Value Fund.

Burgers en Wiersma hebben op deze trend ingespeeld door de bandbreedte van hun universum te verruimen. Waar ze eerst niet in ondernemingen met een notering in de AEX Index mochten beleggen wordt de bovengrens nu bepaald door een maximale beurswaarde van EUR 7,5 miljard. Burgers: “Hierdoor komen eventueel ook kleinere AEX-fondsen in aanmerking zoals Fugro, SBM Offshore of Randstad. Overigens gaan er ook wel bedrijven naar de beurs zoals veevoederfabrikant ForFarmers. En we kunnen in Nederlandse ondernemingen beleggen die een notering aan een buitenlandse beurs hebben. Zo hebben we naar Prosensa gekeken, een Nederlands biotechbedrijf met een notering aan de Nasdaq. Dat maakt ons universum ook wat ruimer.”

Imtech
Praten over Add Value Fund gaat niet zonder het over Imtech te hebben. De technisch dienstverlener heeft de afgelopen jaren in positieve en negatieve zin een stempel gedrukt op het beleggingsfonds door fraaie winsten en een fors verlies. Op 4 februari 2013 kwam Imtech met een melding van boekhoudfraude en werd de publicatie van de jaarcijfers uitgesteld. Wat doe je dan als beheerder van een beleggingsfonds waarvan Imtech met 15,4 procent de grootste positie in de portefeuille is?

(klik op grafiek voor vergroting)

In eerste instantie houden Burgers en Wiersma vertrouwen in Imtech. Ze spreken al van het ‘nieuwe Imtech’ dat zal ontstaan als er schoon schip is gemaakt en handhaven hun positie. De koers van Imtech zet ondertussen een forse daling in (zie grafiek). Later die maand kopen de beheerders zelfs aandelen Imtech bij en breiden hun positie met een derde uit. “Wij menen dat het beleggingsperspectief op middellange termijn een aanzienlijk hogere beurswaarde rechtvaardigt dan de huidige aandelenkoers aangeeft”, schrijven Burgers en Wiersma in hun maandbericht over februari 2013. Ze vinden dat Imtech actief is in “interessante” groeimarkten en een “robuust” orderboek heeft.

In ogen van Burgers en Wiersma moet Imtech één of meer niet-kernactiviteiten verkopen zoals de divisies Marine en Traffic om zijn balans te versterken en schuldpositie te verkleinen na de voorzieningen en afboekingen die gepaard gaan met de fraude in de boeken. Ze vertellen de beleggers in hun fonds dat ze hun alternatieve herstelplan aan de Raad van Bestuur van Imtech gaan presenteren.

Vierde winstwaarschuwing
De langetermijnbeleggers Burgers en Wiersma lijken ondertussen ook aan het traden geslagen. De pluk aandelen die ze in februari kochten wordt een maand later weer verkocht. Ze maken naar eigen zeggen een winst van 15 procent en verkleinen zo het boekverlies op Imtech enigszins.

2013 Vinden Burgers en Wiersma op voorhand een verloren jaar voor Imtech omdat de voorzieningen, afboekingen en eenmalige kosten zoals vergoedingen voor adviseurs en banken zwaar op het resultaat drukken. Maar ze blijven van mening dat het beleggingsperspectief voor het geplaagde bedrijf op middellange termijn een aanzienlijk hogere beurswaarde rechtvaardigt dan de beurskoers op dat moment aangeeft.

Imtech verrast beleggers in juni 2013 met een vierde winstwaarschuwing. De onderneming moet een extra voorziening nemen voor aanvullende reorganisaties in de Benelux en bij maritieme divisie. Ondanks dat de koers wederom keldert, zien Burgers en Wiersma er het positieve signaal in dat de nieuwe Raad van Bestuur orde op zaken wil stellen zodat in 2014 naar verwachting geen nieuwe ingrepen in de bedrijfsstructuur nodig zijn. Maar de winstprognoses voor 2014 en 2015 zijn met meer onzekerheid omgeven, vinden ze, omdat het bestuur van Imtech aangeeft andere maatregelen te overwegen om de balans en de schuldpositie van de onderneming te verbeteren.

Burgers en Wiersma zetten ondertussen in op twee paarden: het herstel van Imtech maar ook een schadeclaim. Add Value Fund sluit zich aan bij Deminor. Die komt op voor de belangen van aandeelhouders en de bescherming van beleggers en probeert het geleden verlies door de malversaties bij Imtech te compenseren.

In augustus 2013 verkopen Burgers en Wiersma hun oorspronkelijke positie in Imtech en schrijven in op de claims die daaraan verbonden zijn vanwege de claimemissie die het bedrijf heeft aangekondigd. Per saldo blijft eent kwart van hun oorspronkelijke belang over. Ze pakken hier winst nadat de koers van het aandeel Imtech in de eerste twee weken van de maand met 20 procent was opgelopen. De beheerders verwachten dat het winstherstel bij Imtech vanaf het derde kwartaal geleidelijk zal inzetten en houden er rekening mee dat aanvullende reorganisaties niet aannemelijk zijn, maar ook niet mogen worden uitgesloten.

De fondsbeheerders blijven naar de lange termijn kijken en stellen dat als het management van Imtech erin slaagt om de turn around in de loop van 2014 succesvol af te ronden “belooft Imtech één van de meest kansrijke beleggingen van 2014-15 in het universum te worden. [...] Op termijn voorzien wij voor Royal Imtech echter een significant koerspotentieel”, schrijven ze in hun maandbericht.
Ondertussen is Imtech is de grote verliezer in de portefeuille van Add Value Fund en noteert over 2013 een verlies van 69,2 procent.

Het alternatieve herstelplan van Burgers en Wiersma vindt geen gehoor bij Imtech. Het bestuur wil de ICT-divisie verkopen en niet de divisie Marine of Traffic. De koers van het aandeel Imtech krijgt opnieuw een klap, want al ziet het management van de onderneming ICT niet als een kernactiviteit, het is wel de meest winstgevende divisie.

Pijn in het hart
Als Imtech in augustus van dit jaar met teleurstellende halfjaarcijfers komt, verliezen Burgers en Wiersma hun vertrouwen in de onderneming en het management. Voor de bekendmaking van de halfjaarcijfers hebben ze de positie van Add Value Fund in Imtech nog met 75 procent uitgebreid, maar na de cijfers is de hele positie verkocht met een boekwinst van 10 procent. ‘De combinatie van wederom sterk tegenvallende operationele resultaten met de daarmee toegenomen risico’s op goodwill afschrijvingen en de noodzaak van een te sterk verwaterende claimemissie heeft het toekomstperspectief voor een krachtige turn around goeddeels teniet gedaan. Pas zodra Royal Imtech erin slaagt definitief orde op zaken te stellen, is opname in de portefeuille eventueel weer opportuun’, is het laatste wat ze voorlopig over Imtech in hun maandbericht aan beleggers melden.

“We hebben onze positie in Imtech met pijn in ons hart verkocht”, antwoordt Burgers op de vraag hoe hij terugkijkt op de affaire Imtech. “Want het verdienmodel van de onderneming als zodanig klopt. Daar hebben we nog steeds vertrouwen in. Imtech is een dossier wat zich ging kenmerken door steeds weer nieuwe tegenvallers. Intern, maar ook extern. Imtech was aangeschoten wild en concurrenten speelden daar hard op in. Managers vertrokken bij bedrijfsonderdelen die niet waren geraakt voor de fraude. De economie verslechterde.”

Volgens Wiersma heeft Imtech per saldo Add Value Fund niets opgeleverd en niets gekost. “Het rendement in de periode 2009 tot 4 februari 2013 is 13 procent en dat is ook het verlies vanaf 4 februari tot augustus 2014 toen we onze positie in Imtech volledig verkochten.”

Op een gegeven moment komt er een punt dat je er als belegger niet meer in gelooft?
Burgers: “Ons idee van een ommekeer bij Imtech binnen een bepaalde tijd en met een bepaald risicoprofiel was niet meer haalbaar. Dan moet je niet langer wachten. Dat moment was voor ons in de zomer van dit jaar. Banken wilden de ommekeer niet meer financieren en er zat voor aandeelhouders een zwaar verwaterende emissie aan te komen.”

Hoe gaat zo'n presentatie van een alternatief herstelplan aan het bestuur van Imtech? Jullie krijgen een kopje koffie, worden beleefd aangehoord en tot slot vriendelijk bedankt?
Burgers: “We zijn uiteindelijk maar een kleine aandeelhouder met een beperkte stem, maar die moeten we wel laten horen. Er spelen op zo’n moment zoveel dingen voor Imtech zoals de druk van banken en de voorkeuren van het bestuur. Als aandeelhouder zitten we mee in die snelkookpan.”

Jullie kochten enkele keren aandelen bij en verkochten die weer snel. Was dit kortetermijnhandelen een noodgreep om het verlies te beperken?
Wiersma: “Nee, we hadden toen het idee dat de neergang aan het uitbodemen was en het dieptepunt had bereikt. Toen herstel niet het geval bleek hebben we die extra aandelen met boekwinst verkocht.”

Was te voorzien dat er bij Imtech iets niet klopte?
Wiersma: “Wij hebben ook kritische vragen gesteld over het werkkapitaal en waarom de halfjaarcijfers van 2012 niet meer door een accountant waren gecontroleerd. De antwoorden waren goed met plausibele redenen. Maar als je als aandeelhouder zelfs door het bestuur van de onderneming wordt besodemieterd...”

Welke les leren jullie uit de casus Imtech?
Burgers: “Het scenario dat zich bij Imtech ontvouwde leert, dat een onderneming in een ommekeersituatie met veel meer risico is omgeven in vergelijking met een belegging in een onderneming die met normale externe invloeden te maken heeft. In het geval van Imtech was dat exponentieel veel groter, kon er veel meer misgaan terwijl de controle kleiner is. Het bestuur van de onderneming is dan met zoveel bezig dat het niet alles overziet en niet aan alles toekomt wat aandacht behoeft.”

Add Value Fund had de laatste jaren enkele probleemgevallen in zijn portefeuille. Kort na de boekhoudfraude bij Imtech waren er malversaties met de cijfers bij Brunel en de roof van EUR 2 miljoen van een Amerikaanse bankrekening van Besi. Zijn small-caps extra vatbaar voor fraude?
Wiersma: “Of een onderneming fraudegevoelig is hangt van de activiteit af. Er waren de nodige fraudegevallen bij bedrijven die op projectbasis werken. Er worden dan prijsafspraken gemaakt en er wordt smeergeld betaald om een project uit te mogen voeren. Dat zag je in de bouwwereld.

Ook kan miscalculatie bij een project tot fraude leiden. Als voor de aanneemsom verkeerde kostprijsberekeningen zijn gemaakt dan kan het verlies snel hoog oplopen. Met boekhoudfraude wordt dat dan weggewerkt.

Fraude komt ook bij large-caps voor, maar de impact is bij small- en mid-capbedrijven vaak vele malen groter. Ahold overleeft zijn boekhoudschandaal, waar Imtech aan de rand van de afgrond staat. “

Wie of wat heeft de grootste invloed op je carrière als belegger gehad?
Wiersma: “Sem van Berkel. Hij heeft me de kans gegeven om als trainee onder zijn hoede bij de Optiebeurs te beginnen. Ik was al sinds mijn dertiende met aandelen en opties bezig en kreeg dat van huis uit mee. Mijn vader belegde en mijn broer werkte in de financiële sector bij ING. Om school maakte ik me minder druk. Ik zat op de Middelbare Detailhandelsschool en het was herfstvakantie. Ik ben toen naar Sem toegegaan, die ik helemaal niet kende, met de vraag of ik kon beginnen. Ik slaagde voor de rekentest en zo ben ik er in gerold.”

Burgers: “Voor mij was het iemand van accountantskantoor Arthur Andersen van wie ik de naam niet meer weet. Ik studeerde bedrijfseconomie aan de HEAO en 95 procent van de studenten werd in die tijd accountant. Er was een netwerkbijeenkomst van Arthur Andersen en die partner begon zijn presentatie met dat hij ons voor één ding wilde waarschuwen als we voor het vak van accountant kozen: de gemiddelde leeftijd van een accountant in Nederland is 65 jaar. Ik zag me al mijn hele leven vinkjes bij de cijfers zetten en ik moest ook nog eindeloos studeren voordat ik RA achter mijn naam mocht zetten. Toen wist ik wat ik zeker níet wilde worden.”

Naast deze waarschuwing zijn volgens Burgers ook zijn eerste jaren bij Robeco belangrijk geweest. Burgers : “Ik wilde dus geen accountant worden en moest zelf mijn stage regelen. Via een minuscuul kleine advertentie kwam ik achter het bestaan van Robeco en heb daar toen gesolliciteerd. Het was 1977 en bij Rorento zochten ze iemand die hand- en spandiensten kon verrichten.

Er zaten allemaal oudere mensen bij Robeco, want je was als student in die tijd niet van deze wereld als je iets met beleggen wilde doen. Ik heb daar on the job het vak van belegger geleerd. Ik hoefde alleen maar goed op te letten. We zaten met zijn drieën op een kamer en als de twee heren gingen lunchen dan nam ik de telefoon wel op. Zo sprak je nog eens iemand. Er kwam ook wel eens een CEO uit Amerika, Engeland of Japan voorbij.”

Wat is jullie grootste beleggingsblunder?
Burgers en Wiersma tegelijk: “Imtech!”
Burgers: “Bij Imtech maakten we aannames op basis van ervaringen uit het verleden, maar die werden telkens achterhaald door een nieuwe realiteit. Wij zijn onvoldoende in staat gebleken om ons aan te passen aan de actualiteit.”

<Tot Burgers> In hoeverre kleeft de beoordeling van handel met voorkennis nog aan je?
Burgers: “Het is niet iets waar ik met veel plezier op terug kijk, maar het is ondertussen al weer zo lang geleden dat ik er nu geen extra gevoelens meer bij heb. Het is wel zo, dat ik nog niet in de directie van Add Value Fund Management, de eigenaar van Add Value Fund, mag zitten. Als die zaak over een tijdje volgens de regels van de AFM is verjaard en ik weer bespreekbaar ben als directeur dan is de zaak ook formeel afgelopen. Dan is dat laatste stukje ook wat betreft tijd ingevuld.”

Is Add Value Fund je rehabilitatie?
Burgers: “Ja. Dat is heel geleidelijk gegaan. In 2005 heb ik me georiënteerd om een nieuw fonds te starten, maar toen kwam van de AFM het signaal dat ze dat niet zouden toestaan. In 2007 ging dat met Add Value Fund via de Keijser Capital-constructie wel. Ik merkte toen wel, dat van de kant van toezichthouder AFM met enige terughoudendheid naar Add Value Fund werd gekeken. Het fonds is vanuit een uitzonderingspositie gestart met een minimale inleg van EUR 50 duizend waarmee het buiten het toezicht van de AFM viel. Toen het naar de beurs ging ben in teruggetreden als directeur.”

Wat zou je beroep zijn als je geen fondsbeheerder was geworden?
Burgers: “Dan zou ik iets in de media zijn gaan doen. Ik schrijf al heel lang columns voor kranten en vind dat leuk om te doen.”

Wiersma vult aan: “Ik zie in Willem een voetbaljournalist. Hij weet heel veel van voetbal.
Ik wilde altijd zelfstandig ondernemer worden, maar had nog geen idee waarin.”

Burgers kent zijn collega ook goed: “Je had in de voetsporen van je vader kunnen treden.”

Wiersma: “Mijn vader was beëdigd makelaar in bloembollen. Dat was ik waarschijnlijk gaan doen, hoewel dat beroep nu niet meer bestaat.”

Waarom blijft Add Value Fund zo klein? Het vermogen onder beheer is al heel lang EUR 63 miljoen terwijl jullie doel EUR 100 miljoen is.
Burgers: “Ik vind het heel redelijk dat er EUR 60 miljoen zit in een beleggingsfonds dat zo sterk is gefocust. Maar je hebt gelijk dat het meer had moeten en kunnen zijn. Wij lopen tegen hokjesgeest aan. Als we institutionele beleggers benaderen dan krijgen we te horen dat er niet in Nederlandse, maar wel in Europese en wereldwijde aandelen wordt belegd. We worden gezien als een fonds dan belegt in Nederlandse ondernemingen, ook al vertellen we dat maar 10 procent van de ondernemingen in onze portefeuille blootstelling heeft aan de Benelux en de rest de hele wereld als afzetgebied heeft.

Je kunt ook zeggen dat het wonderbaalrijk is dat Add Value Fund nog bestaat. We zijn in 2007 met EUR 27 miljoen begonnen en stonden een half jaar later op EUR 50 miljoen, maar zijn daarna door de crisis in 2008 gehalveerd. Als we toen niet onze tanden op elkaar hadden gezet en niet het vertrouwen van onze aandeelhouders hadden gekregen dan had het ook voorbij kunnen zijn. In dit opzicht vind ik een beheerd vermogen van EUR 60 miljoen niet zo slecht. De weg naar een driecijferig fondsvermogen is langer dan destijds bij Orange Fund, maar er zit dan ook een crisis van formaat tussen.“

Beleggen jullie in je eigen fonds?
Burgers: “Ja, voor een aanzienlijk deel van mijn vermogen.”
Wiersma: “Jazeker. We noemen dat skin in the game. Onze belangen moeten parallel lopen aan die van beleggers in ons fonds. We kunnen Add Value Fund niet aanbevelen en er dan zelf niet in beleggen.”


Willem Burgers
Willem Burgers (1957) is van 1978 tot en met 1987 werkzaam als fondsbeheerder bij Robeco. In de periode 1988 tot medio 1990 was hij hoofd research bij Van Meer James Capel, een dochteronderneming van HSBC Bank. Van september 1990 tot medio december 2002 leidde Burgers het Orange Fund, een beleggingsfonds in Nederlandse small-caps. Hij richt dit fonds op dat later wordt overgenomen door Kempen en verder gaat onder de naam Kempen Orange Fund. Burgers komt in 2002 in opspraak als hij wordt verdacht van handel met voorkennis. Hij moet vertrekken bij Kempen en wordt in hoger beroep veroordeeld tot een geldboete.
In 2007 begint Burgers bij Keijser Capital het Add Value Fund, dat hij samen beheert met Hilco Wiersma.

Hilco Wiersma
Hilco Wiersma (1977) was gedurende medio 1997 tot medio 2000 floor broker bij Sem van Berkel Options. In de periode daarna tot april 2007 was hij werkzaam bij de AFS Group en actief als wholesale broker, senior institutional sales trader, beleggingsadviseur en vermogensbeheerder. Vanaf april 2007 is Wiersma lid van het beheerteam van het Add Value Fund en sinds juni 2009 eindverantwoordelijk voor het beleggingsbeleid. Tevens is hij sinds juni 2009 statutair directeur van Add Value Fund Management, de beheerder van Add Value Fund.

Naast dat Burgers en Wiersma in Add Value Fund beleggen hebben ze ieder ook een belang van 10 procent in Add Value Fund Management, de beheermaatschappij van het fonds. De overige aandelen zijn in handen van Optimix (45 procent) en Keijser Capital (25 procent).


Morningstar over Add Value Fund: bewezen beleggingsproces en capabel beheerteam
Voor Add Value Fund is 2014 net als 2013 een moeilijk jaar, want het fonds wist slechts een rendement van 0,65 procent te behalen (tot en met november). 2014 Was dan ook een moeilijk jaar voor de kleinere Nederlandse aandelen. De AEX, met daarin de 25 grootste aandelen aan de Amsterdamse beurs steeg (tot en met eind november 2014) met 9,02 procent. De AMX, de index met 25 zogenaamde mid-caps, moest het met een beetje minder doen: namelijk een stijging van 2,68 procent.

In de portefeuille van Add Value Fund hielden een aantal forse plussen en minnen elkaar ongeveer in evenwicht. Zo steeg het aandeel ASM International, met 13,85 procent de grootste positie in portefeuille, met 42,59 procent. Grootste stijger over heel 2014 was Besi, dat eveneens in de chipindustrie actief is. Dat aandeel steeg 114,86 procent maar helaas kende het een veel lager gewicht in de fondsportefeuille.

Aan de andere kant droegen Nedap en Brunel negatief bij aan het rendement. Eerstgenoemde zag de koers met 8,52 procent dalen, terwijl het aandeel met 10,30 procent best een zware weging heeft in de portefeuille. Uitzender Brunel is met 8,45 procent ook een zwaargewicht in de portefeuille en was met een negatief rendement van 29,07 procent de grootste boosdoener van de teleurstellende prestaties van Add value Fund dit jaar.

Ondanks het slechte rendement in 2013 en 2014 heeft Add Value Fund een sterk lange termijn track record (zie onderstaande grafiek en tabel). Sinds de oprichting in februari 2007 tot en met november 2014 bedraagt het gemiddeld jaarrendement 4,24 procent. Daarmee verslaat het vergelijkbare fondsen als Delta Lloyd Deelnemingen Fonds en Kempen Orange Fund en de MSCI Netherlands Small Cap index. Die sterke prestaties behaalde Add Value Fund met een standaarddeviatie die slechts licht hoger ligt en een maximaal verlies dat aanzienlijk lager uitkomt.

De bovengemiddelde prestatie komt over het algemeen voort uit goede bottom-up aandelenselectie, wat de kern is van het beleggingsproces van het capabele beheerders Willem Burgers en Hilco Wiersma. Het duo zoekt dominante spelers in nichemarkten die een bewezen management en heldere strategie hebben en dit vertalen in een flinke jaarlijkse winstgroei en stabiele dividenduitkering. De portefeuille die hier uit voortkomt is niet zonder risico. December 2014 bevatte die slechts 12 namen, waarmee het individuele aandelenrisico fors is.

De kosten van Add Value Fund zijn een negatief punt. De beheervergoeding van 1,75 procent is in absolute en relatieve zin hoog en kan nog hoger uitvallen door een in ogen van Morningstar niet goed gestructureerde prestatievergoeding.
Desondanks verdient Add Value Fund een Analyst Rating ‘Bronze’. De analisten van Morningstar gaan er vanuit dat dit fonds op termijn over een economische cyclus heen beter presteert dan het gemiddelde van de Morningstar-categorie ‘Aandelen Nederland’ en de benchmark.

Add Value Fund won in 2013 een Morningstar Award in de categorie ‘Aandelen Nederland’.


(klik op grafiek voor vergroting)


Lees ook het analistenrapport over Add Value Fund.


(klik op tabel voor vergroting)


Lees ook de andere interviews in deze serie
"Ik zou graag in Mexico wonen en werken"
Maarten-Jan Bakkum is beleggingsstrateeg voor opkomende markten bij ING IM. Hij geeft zijn visie op emerging markets, maar vertelt ook over zijn passie voor Latijns-Amerika. "Als je de taal en cultuur van een land kent en je kunt daar economie aan koppelen, dan heb je een mooi pakket."


"Ik voel me na een week Sillicon Valley heel dom"
Jack Neele en Richard Speetjens vertalen consumententrends naar beleggingen voor hun fonds Robeco Global Consumer Trends Equities. Over smartphones, tablets, internet, social media en sterke merken. "Er zal ook bij ons een generatiekloof komen."

Facebook Twitter LinkedIn

Over de auteur

Maarten van der Pas

Maarten van der Pas  is Financial Markets Editor bij Morningstar Benelux

© Copyright 2022 Morningstar, Inc. Alle rechten voorbehouden.

Voorwaarden        Privacybeleid        Cookie Settings