Staatsobligaties zijn alleen aantrekkelijk bij juiste waardering

Staatsobligaties gelden bij uitstek als defensief instrument. Maar wat als er behalve geen risico ook amper rendement in zit? Morningstar geeft handreikingen om obligaties te beoordelen.

Robert van den Oever 21 maart, 2018 | 9:15
Facebook Twitter LinkedIn

Staatsobligaties zijn een beleggingscategorie die zeer uiteenlopende meningen oproept. Sommige beleggers vermijden staatsobligaties omdat ze van mening zijn dat die wat prijzen betreft in een enorme bubbel zitten, anderen vinden ze een noodzakelijke component van een multi-asset portefeuille, ongeacht de prijs.

Ook veel retailbeleggers vragen zich af wat ze met staatsobligaties aan moeten. Een portefeuille die voor 20% uit aandelen bestaat en voor 80% uit obligaties noemen we traditioneel defensief, maar hoe goed werkt dat als de obligatiekoersen flink dalen? Portfolio Manager Mark Preskett van Morningstar Investment Management zoekt uit wat de beschermende eigenschappen van staatsobligaties zijn.

Waarom staatsobligaties?
Net als alle andere vermogenscategorieën zijn ook obligaties onderhevig aan marktbewegingen en die kunnen soms plotseling en hevig zijn, terwijl vooraf nooit zeker is wat de oorzaken precies zullen zijn. Zulke bewegingen herinneren ons eraan dat de obligatiemarkten niet altijd zo veilig zijn als sommigen denken.

Wel zijn er enkele vuistregels toepasbaar. De eerste is dat lange-termijn staatsobligaties een negatieve correlatie hebben met large cap aandelen. Er zullen ongetwijfeld periodes zijn dat beide categorieën dezelfde kant op bewegen, maar op lange termijn hebben ze de neiging om in tegengestelde richtingen te bewegen.

Tweede is dat defensieve beleggingen meer omvatten dan alleen staatsobligaties. Hoewel het verleidelijk is om slechts te kijken naar het verband tussen aandelen en obligaties, behelst het opbouwen van een portefeuille meerdere facetten en bovendien is de samenstelling ook afhankelijk van waardering.

Is de obligatiemarkt in malaise?
Morningstar calculeert voor iedere vermogenscategorie een Fair Value op basis van analyse voor de lange termijn. De berekening gaat uit van de te verwachten toekomstige kasstromen en past daar een korting voor risico en onzekerheid op toe. Die Fair Value wordt afgezet tegen de actuele marktkoers om vast te stellen of een asset over- of ondergewaardeerd is.

Om voor obligaties een realistisch raamwerk voor in de toekomst te verwachten rendementen op te bouwen, kunnen we aan die Fair Value nog andere factoren toevoegen, zoals de inflatiedoelen van centrale banken, een conservatieve beoordeling van reële yields en de yield curve analyseren.

De lange-termijnyields die uit die calculatie voortkomen verschillen per land, maar liggen wel allemaal hoger dan de huidige actuele niveaus. In het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld leidt onze fundamentele benadering tot te verwachten lange-termijnyields van 4 tot 5% op basis van huidige structurele factoren, terwijl de actuele yields rond de 1,5% liggen. Daarbij moet opgemerkt worden dat hogere yields niet bevorderlijk zijn voor het totale rendement, want als de yields stijgen, dan dalen de marktkoersen van de obligaties en dat tast het rendement aan.

MIM GIS strategy Feb 2018 obligaties Exhibit 1

(klik op grafiek voor vergroting)

Het handige aan obligaties is dat we de aanvangsyield kennen. We weten dus vooraf wat de opbrengst over de gehele looptijd zal zijn, mits de obligatie-uitgever niet in gebreke blijft. Juist deze armzalige yields hebben ertoe geleid dat Morningstar Investment Management zijn blootstelling aan staatsobligaties heeft verminderd.

Het is inmiddels duidelijk geworden dat zulke geringe yields alleen zin hebben om in portefeuille te hebben in tijden van deflatie en economische krimp.

Welk risico dekt het af?
Wat is dan een reden om een asset in portefeuille te hebben die niet in waarde zal stijgen? Welk risico kan die afdekken?

Het is heel lastig in te schatten welke risico’s er zijn, wanneer die gaan spelen en hoe groot. Zo is het zowat onmogelijk om de impact van Trumps fiscale beleid op de komende jaren in te schatten. Datzelfde geldt voor de toekomstige inflatie, rentestanden, default-risico en omvang van nieuwe obligatie-uitgiftes.

Ook de recente geschiedenis is in dit opzicht geen goede raadgever. Daarvoor verandert er te veel in korte tijd. Kijken we bijvoorbeeld naar 1990. Toen  hadden we een hoge inflatie, de balansen van centrale banken waren nog klein en de schuldniveaus waren laag. Tegenwoordig is zo’n beetje het omgekeerde het geval.

Twee vuistregels
Dan komen we toch weer terug bij de twee vuistregels die we aan het begin noemden. Ten eerste is het van belang om vast te stellen of de staatsobligatie in kwestie is over- of ondergewaardeerd. Een belegging is pas interessant als hij ondergewaardeerd is.

Ten tweede moet vanuit oogpunt van diversificatie worden bekeken welke componenten zinvol zijn in de portefeuille en welke daadwerkelijke bescherming bieden tegen risico’s en tegen een neergaande markt en dus kapitaalverlies.

Als we er op die manier naar kijken, dan springen obligaties uit opkomende markten en Amerikaanse staatsobligaties eruit op relatieve waarde basis. Onlangs legde Dan Kemp, de chief investment officer van Morningstar Investment Management al uit waarom hij Amerikaanse staatsobligaties momenteel interessant vindt. De video waarin hij dat toelicht kunt u hier bekijken:

 

Lees meer over obligaties:

Twee voorbeelden van goede defensieve High Yield fondsen

- Zijn high yield ETF’s een efficiënt alternatief voor actieve fondsen?

 

TAGS
Facebook Twitter LinkedIn

Over de auteur

Robert van den Oever  Robert van den Oever is research editor bij Morningstar in Amsterdam

© Copyright 2022 Morningstar, Inc. Alle rechten voorbehouden.

Voorwaarden        Privacybeleid        Cookie Settings